Kluifjesregen

Shawn Goldstein kan het negen maanden uitzingen.

Twintig centimeter sneeuw is zonder genade uit de lucht gestort. Ik glibber de auto naar de buitenwijk Chevy Chase, ram op een haar na een SUV, eindig half in een greppel en struikel naar Shawn Goldstein, die al opgewekt in de deuropening staat. Zij heeft een lichte huid, zwarte ogen en gemillimeterd kroeshaar. Haar huis is bitter koud, om te bezuinigen. Ja, het is crisis. En ze rookt weer – ze rookt weer! Als Amerikanen weer beginnen te roken, dan gaat het slecht. In de hoek ligt een slapende hond op zijn poef te kauwen. Er staat iets op die poef. Shawn ziet me turen: „Als mijn dromen uitkwamen, dan regenden er kluifjes uit de lucht”, lacht ze.

Shawn Goldstein (46) verdiende 6.000 dollar per maand als manager bij een leasemaatschappij voor onroerend goed. Toen bevroor die markt als gevolg van de crisis. In januari is ze ontslagen. Ze heeft een zoon van acht. En geen man. Shawn Goldstein kan het negen maanden uitzingen. Dan is het grootste deel van haar pensioen op. Dan zal ze haar huis kwijtraken en naar een buurt met veel slechtere scholen moeten verhuizen.

Verderop in de straat zijn ook twee mannen ontslagen. Zij waren partner bij een advocatenkantoor. Als ze bij advocatenkantoren al pártners beginnen te ontslaan, mompelt Shawn. Tja, dan is het crisis.

Nu pakt ze een foto van haar zoon van het dressoir. Kai met de peinzende ogen.

„Dat lijkt me een gevoelig kind.”

„O ja”, zegt zij.

Een pauze.

„Kai is geadopteerd.”

Ze lijkt snel een „ook dat nog” in te slikken.

„Je wilt niet zeggen: ik ben werkloos, zonder man en óók nog met een geadopteerd kind.”

„O, nee.”

Zo beland ik in de familiegeschiedenis van Shawn Goldstein. Die is schitterend, ook droevig, maar Shawn laat alles glanzen.

Ze was eind dertig, haar vriend was net weg. Hij wilde geen kinderen. Zij wel. Pas later ontdekte ze dat zij helemaal geen kinderen kón krijgen.

Een vriendin wees op adoptie: „Dat is wat jouw familie nu eenmaal dóet, Shawn.”

„Ik ben namelijk zelf ook geadopteerd”, zegt ze.

Ze vertelt eerst over haar moeder, van Schots-Ierse afkomst. Twee minnaars dongen tegelijk naar haar hand, een witte en een zwarte. „Mijn moeder koos Goldstein, de witte. Maar toen ik geboren werd, was wel duidelijk dat ik niet van hem was.”

Goldstein maakt het niet uit. Hij houdt van Shawn als van een eigen dochter. Zo groeit ze op in Chicago.

Als ze negen jaar is, wordt haar moeder aangereden door een auto en overlijdt ze. Goldstein breekt van verdriet. Shawn brengt steeds meer tijd door bij een bevriend echtpaar, Frank en Carol, ook blank. Daar gaat ze uiteindelijk wonen.

Ze wordt achttien. Voor haar dood heeft haar moeder al laten vastleggen dat ze nu haar biologische vader mag leren kennen. Hij is inmiddels getrouwd, heeft kinderen gekregen. Shawn krijgt een warm welkom. Haar halfzus wordt haar beste vriendin.

Shawn wordt vijfentwintig jaar. Goldstein is in een verpleeghuis overleden. Haar biologische vader zal ook overlijden. Dan zeggen Frank en Carol dat ze haar willen adopteren.

„Maar ik ben al volwassen!”, lacht Shawn.

„En voor ons ben je een dochter!”, lachen Frank en Carol. Dus welja. Zij laat zich adopteren.

Ruim tien jaar daarna zit ze dus zelf boven de adoptieformulieren. Ze mag een voorkeur invullen. Zij vraagt om een kindje van gemengde afkomst.

Op een dag zegt de sociaal werkster dat ze een jongetje van drie weken heeft. Een opvallend lichte huid heeft hij, met kroeshaar. En Shawn krijgt een huilbui.

Vijf dagen later wordt Kai al naar haar huis gebracht. Want kinderen met een witte en een zwarte ouder zijn moeilijk te plaatsen. „Terwijl ik mijn afkomst altijd als een groot geluk heb beschouwd. Als een cadeau. Een gemengde afkomst geeft je een perspectief van onschatbare waarde.”

Haar perspectief komt neer op immuniteit: zij is in de toverdrank gevallen. Zij is eigenlijk onaanraakbaar, zegt ze. „Het lukt me niet me gekwetst te voelen. Ik kan het niet. Als iemand iets doet dat door anderen racistisch genoemd wordt, dan is mijn eerste reactie: Wat een idioot!” En nu ziet Kai het ook zo, straalt ze. „Is het niet geweldig?”

„En ik had een sombere werkloze verwacht”, zeg ik.

„Oh, well”, zegt Shawn met het gemillimeterde kroeshaar en de Schots-Ierse sproetjes. Ze heeft haar cv naar de CIA gestuurd. Welja. Ook dit zal goed komen. Er zullen weer kluifjes uit de lucht regenen.