Klein en zuinig

Aanvankelijk had ik voor dit stukje een Cadillac Escalade op het oog, een monster-SUV, die ruim 2,5 ton weegt en met zijn achtcilindermotor 383 gram CO2 per kilometer produceert. Een dergelijke brontosaurus leek mij wel passend nu de grote Amerikaanse autoproducenten in doodsnood verkeren. Toen het de importeur echter duidelijk werd dat ik een necrologie in de zin had, was er geen Escalade beschikbaar. Daarom besloot ik dan maar voor het andere uiterste te gaan, een Daihatsu Cuore, een doosachtig autootje met kleine wieltjes.

Sedert de Tweede Wereldoorlog hebben de Japanse autofabrikanten een grote expertise opgebouwd in de constructie van frappant kleine autootjes, die toch beschikken over een aanzienlijke binnenruimte. Dat zijn de zogenoemde kei cars (van kei jidosha, lichtgewicht auto). Vanwege structureel ruimtegebrek dient men in Japan bij aankoop van een auto van normale afmetingen een bewijs te overleggen dat men beschikt over voldoende parkeergelegenheid. Voor een kei car is zo’n bewijs niet nodig. Daarnaast genieten de kei cars nog een aantal fiscale voordelen. We kunnen de kei cars het beste vergelijken met de de mini-auto’s die in de jaren vijftig in Europa tot bloei kwamen, zoals de Fiat 500, de Goggomobil, de fantastische Messerschmidt Kabinenroller (een dwergjachtvliegtuig op wieltjes) en de BMW Isetta.

Met de Smart is de Cuore de zuinigste auto op de Nederlandse markt met een officieel verbruik van 4,4 liter per honderd kilometer, al komt daar in de praktijk al gauw een litertje bij. Dat resulteert in iets meer dan 100 gram CO2 per kilometer en energielabel A. Dat de Cuore even zuinig is als de Smart is opmerkelijk omdat de Smart strikt een tweepersoonsauto is, terwijl de Cuore voldoende ruimte biedt voor het vervoer van vier volwassenen van normale afmetingen. Terzake kundige personen hebben mij zelfs verzekerd dat er achterin de Cuore voldoende ruimte is om comfortabel de liefde te bedrijven. Zijn er vier volwassenen aan boord, dan blijft er van de kofferruimte niet veel over. Veel meer dan een niet al te ruim bemeten weekendtas kan men daar dan niet meer kwijt. Beperkt de transportbehoefte zich tot twee personen dan kan de achterbank met groot gemak geheel naar voren worden geschoven, waardoor de bagageruimte plots voldoende is voor een landverhuizer. Dit lijkt mij een praktische keuze. Niemand zal de Cuore immers kiezen voor een vierpersoonsvakantie met volle bepakking.

De Cuore wordt aangedreven door een sportief klinkend driecilindertje, dat in de eerste drie versnellingen zorgt voor een kwieke acceleratie. Oorzaak is het zeer geringe gewicht van de Cuore: 740 kilogram. Een Cadillac Escalade weegt dus bijna viermaal zoveel als een Cuore. Boven de 120 kilometer moet van deze kleine Daihatsu niet te veel worden verwacht. Onhandig vond ik de in de twee spaken van het stuur geïntegreerde claxon, omdat ik steeds toeterde zonder dat van plan te zijn, waardoor ik tientallen verkeersdeelnemers de stuipen op het lijf heb gejaagd.

Wie zijn mobiliteit beperkt tot de Randstad en niet met regelmaat lange ritten over de Europese snelwegen maakt, heeft aan de Cuore een prettig en handzaam autootje.