Kartonprijs keldert op de vuilnisbelt van Rio

De financiële crisis heeft het marginale bestaan van vuilsorteerders in Brazilië een nieuwe klap gegeven. De vraag naar bruikbare afvalresten ligt bijna stil.

Een vrouw op de Gramacho-vuilnisbelt bij Rio de Janeiro. Foto AFP TO GO WITH AFP STORY A woman carries on her head a bag full of trash like the other three thousand people who work at the Gramacho garbage dump, near the Guanabara bay, on November 6, 2008 in Rio de Janeiro, Brazil. Due to ecological problems the 1,300,000 square meter garbage deposit is going to be closed, threatening the USD 470 average income of each one of the "miners" that work in the 55-meter-high hill of garbage selecting recyclable material like glass, paper and plastic amid the city trash. AFP PHOTO ANTONIO SCORZA
Een vrouw op de Gramacho-vuilnisbelt bij Rio de Janeiro. Foto AFP TO GO WITH AFP STORY A woman carries on her head a bag full of trash like the other three thousand people who work at the Gramacho garbage dump, near the Guanabara bay, on November 6, 2008 in Rio de Janeiro, Brazil. Due to ecological problems the 1,300,000 square meter garbage deposit is going to be closed, threatening the USD 470 average income of each one of the "miners" that work in the 55-meter-high hill of garbage selecting recyclable material like glass, paper and plastic amid the city trash. AFP PHOTO ANTONIO SCORZA AFP

Het is een graad of 35 en de grote zwermen vliegen op de vuilnisbelt zijn onontkoombaar. De stortplaats is tjokvol aan het raken. Enorme zakken met lege blikjes van frisdranken als Guaraná en Coca-Cola en van biermerken als Skol en Brahma. Stapels samengeperst karton. Bergen plastic. En ander afval.

Omringd door vuilnis is de 43-jarige Maria dos Santos plastic aan het sorteren. Dos Santos leeft van afval dat ze oppikt van straat en dat geschikt is voor hergebruik en dus voor verkoop. Haar werkdag begint om 8 uur ’s ochtends en eindigt 7 uur ’s avonds. „In korte tijd zijn mijn inkomsten hard gedaald”, vertelt ze. „Ik verdien nu rond de 40 reais (omgerekend 13 euro) per week, terwijl dat een paar maanden terug meer dan het dubbele was.”

Zweet gutst over haar voorhoofd. Haar ogen zijn rood doorlopen. Het rokje en het hemdje zitten onder de vlekken. Donkerrode lak op de nagels geeft haar voeten in de afgedragen slippers een onverwachte glans. Dos Santos heeft zeven kinderen. „Ik denk nu alleen aan overleven. Ik hoop dat deze situatie snel verbetert, want lang houd ik het zo niet vol.”

Als een mokerslag is de financiële crisis aangekomen bij de informele vuilnisophalers in Brazilië. Sinds oktober is de vraag naar materiaal voor hergebruik als papier, karton, aluminium, ijzer en glas ingestort en soms zelfs bijna stil komen te liggen.

Voor een kilo aluminium van samengedrukte bier- en frisdrankblikjes kregen de vuilnisophalers in september nog ruim 4 reais (1,3 euro), terwijl er nu op zijn hoogst 40 eurocent voor wordt gegeven. De prijs van karton daalde sinds het losbarsten van de crisis met ruim 80 procent naar minder dan 2 eurocent per kilo.

„Er komen steeds minder vaak vrachtwagens ons verzamelde afval ophalen. Daarom is het hier zo vol”, zegt de 57-jarige Iraci Moreira, een collega van Maria dos Santos. Hun vuilstortplaats ligt in Penha, in het noordelijke, armere deel van Rio de Janeiro, aan de rand van een sloppenwijk. Een stoffige, zanderige weg vol gaten leidt er naar toe. De afvalplek is eigendom van Beijaflor, een coöperatie van 26 vuilnisophalers.

Moreira zit sinds haar veertiende in het vak. In haar kantoortje vertelt zij: „Mijn kinderen zijn hier geboren en opgegroeid. Dit is ons leven, maar het is nog nooit zo moeilijk geweest.”

In Brazilië werken naar schatting een half miljoen mensen als informele afvalophalers en zijn 2,5 miljoen mensen afhankelijk van hun inkomens.

Vervolg Vuilnis: pagina 4

‘We gaan ook ander vuil verzamelen’

„De levens van de afvalophalers zijn hard en ongelofelijk kwetsbaar. Deze mensen hebben geen vangnet om op terug te vallen”, zegt Vera Chevalier, directrice van de van de non-gouvernementele organisatie Recicloteca in Rio de Janeiro, die landelijk met informele vuilnisophalers werkt en recycling stimuleert.

In Brazilië heb je afvalverzamelaars die individueel opereren en daar dagelijks mee bezig zijn. Dan is er ook nog een groep die het er bij doet, om extra inkomsten te verwerven. Slechts 20 procent van de afvalverzamelaars is georganiseerd in coöperaties. „Deze mensen doen belangrijk werk, maar worden vaak voor zwervers aangezien. Door zich te organiseren staan ze sterker, zijn ze zelfbewuster en kunnen ze minder eenvoudig worden afgeknepen door hun afnemers”, zegt Chevalier.

Scheiden van afval gebeurt grotendeels zonder enige steun van overheid. In Rio de Janeiro bijvoorbeeld haalt de gemeente louter in een beperkt aantal buurten gescheiden huisvuil op.

Het vuilnisbedrijf van de gemeente, Comlurb, neemt doorgaans gewoon alles mee en dumpt het onder meer in Jardim Gramacho, een van de grootste vuilnisbelten in Latijns Amerika. Hier werken dagelijks zo’n 3.000 afvalscheiders, die wroetend tussen het natte en droge vuil speuren naar materiaal voor hergebruik.

In de stad heeft de meeste scheiding plaats voordat Comlurb langskomt met zijn vuilniswagens. Het zijn de informele vuilnisophalers die zelf afspraken maken met de portiers van woonflats, met winkeliers of kantoren van grote bedrijven, over het ophalen van papier, schroot en andere bruikbare materialen. En tijdens het carnaval zie je ze lopen op straat, met grote zakken op hun rug, achter de optochten aan, lege blikjes bier oprapend.

Bij de coöperaties wordt het droge bruikbare afval opgeslagen, uit elkaar gehaald en vervolgens van de hand gedaan aan bedrijfjes die het materiaal verder verwerken en doorverkopen, bijvoorbeeld aan verpakkingsgiganten als Rexam.

Ondertussen heeft Comlurb eveneens last gekregen van de crisis. De werkdruk is toegenomen, in het bijzonder in de welvarende Zone Zuid van Rio de Janeiro. Anders dan voorheen nemen de informele vuilnisophalers, soms ook op bakfietsen, nu minder mee. Omdat het toch vrijwel niets oplevert. Dus heeft Comlurb zijn dagdiensten in Zone Zuid moeten verlengen, tot 8 uur ’s avonds, in plaats van tot 3 uur ’s middags.

Op de vuilnisbelt van Beijaflor komt Iara aanlopen, de 28-jarige dochter van Iraci Moreira. Al vanaf het moment dat zij naar de lagere school ging, helpt ze ’s middags haar moeder. „We hebben dezer dagen net genoeg om rijst en bonen te kunnen kopen, maar het voelt alsof ons leven aan een zijden draadje hangt”, zegt Iara. „We proberen nu ook andere dingen te verzamelen, zoals bakolie. Die wordt weer gebruikt voor biodiesel en zeepsoorten.”

Maar het grote probleem voor de coöperatie is dat zij vlak voor het begin van de crisis enkele duizenden reais heeft geleend van de bank. Zo wilde Beijaflor meer gescheiden afval kunnen opkopen van vuilnisophalers die niet lid zijn van de coöperatie. Iara zegt: „En nu? De rente is hoog, terwijl de inkomsten zijn verpulverd. Hoe kunnen we de lening ooit aflossen? Wie had ooit voorzien dat de situatie zo snel zou veranderen? We zijn overvallen.”