Kamagurka in NRC Handelsblad DE EERSTE 30 JAAR

De Vlaamse tekenaar Kamagurka is volgende maand dertig jaar verbonden aan NRC Handelsblad. Hoe Kama bij de krant kwam in 1979. En in beeld: hoe hij inmiddels ook serieus schilder is.

Je mag de kleine zijn oorsmeer wel eens verversen... snif... snif...’ Dat is de eerste zin in de eerste strip die Kamagurka tekende voor NRC Handelsblad. Volgende maand is het dertig jaar geleden dat de toen 22-jarige Vlaamse tekenaar in deze krant debuteerde. Het was het begin van een samenwerking die tot op de dag van vandaag voortduurt. En uitgebreid is: want aanvankelijk maakte Kamagurka, de kunstenaarsnaam van Luc Zeebroek (Nieuwpoort, 5 mei 1965) wekelijks een tekening, sinds 2002 publiceert hij dagelijks, op de voorpagina, een tekening in de krant.

Die eerste zin in die eerste strip zet ook meteen de toon: het ruikt hier, om een titel van een van Kamagurka’s albums te parafraseren, meteen al naar onzin. En het is aldoor maar meer naar onzin gaan ruiken in het oeuvre van de Vlaming, die behalve tekenaar ook performer is, en tv-persoonlijkheid, toneel- en liedjesschrijver, dichter en muzikant. En sinds het afgelopen jaar 2008 ook full time schilder.

‘Het was een rare tijd’, herinnert Kamagurka zich over de periode dat hij voor het eerst contact legde met NRC Handelsblad. Hij was nog in de dienstplichtige leeftijd. ‘Ik wilde afgekeurd worden voor militaire dienst en at haast niets meer.’ Zo kwam hij bij Adriaan van Dis, de chef van het Zaterdags Bijvoegsel (zie kader op pagina 41). Van Dis vroeg de in Nederland amper bekende Kamagurka wekelijks een strip te tekenen voor de laatste pagina van zijn bijvoegsel.

En zo begon op 7 april 1979 in Z de strip Willy Toeter Vercomputer En De Bloedraket, een vrolijke, surreëel beeldverhaal, waarin Willy, een jonge huisvader, in de door bloed aangedreven raket uitgevonden door professor Driehoekswortel, naar een verre planeet reist – op verzoek van een vrouw die zo’n grote neus heeft, dat ze voortdurend met een smak voorover valt. Ze wil graag naar een planeet met minder zwaartekracht, zodat ze minder hard de grond raakt.

Kamagurka deelde de achterpagina van het Zaterdags Bijvoegsel onder meer met de toen bekende Franse striptekenares Claire Brétecher, die de wereld van ‘De Gefrustreerden’ schetst: jong volwassen vrouwen, die zich hun feministische leven anders hadden voorgesteld. Ook schrijver Remco Campert tekende een strip. En Kama was de hekkensluiter op de pagina.

De lustige Kapoentjes

Bij zijn eerste strip stond een korte introductie waarin hij zelf uit de doeken doet hoe het allemaal begonnen is. Onder de kop ‘Het begin was eenvoudig: 5 mei 1965’ (zijn geboortedatum) schreef Kamagurka: ‘Toen ik heel lang geleden vernam dat mijn lievelingsstrip (te weten Bolleke en de lustige kapoentjes) getekend werd door een mens, besloot ik striptekenaar te worden.’ Op zijn twaalfde stuurde hij al tekeningen naar het stripblad Robbedoes, en kreeg van Robbedoes-tekenaar Tillieux een bemoedigend antwoord. Kama tekende door. Hij ontdekte meer volwassen Franse stripbladen als Pilote en het sarcastisch satirische maandblad Harakiri, met tekeningen ‘die mij zeer verheugden door hun grofheid’.

Op zijn 17de, tijdens een schoolreis naar Parijs, zag hij toevallig Gébé [Georges Blondeau] de hoofdredacteur van Harakiri lopen. Hij sprak hem aan, en de volgende dag, zijn klas bezocht het Louvre, toonde Kama zijn tekeningen op de redactie. ‘Tu dois faire quelque chose de plus fou, ik moest gekkere strips maken. Koortsachtig begon ik er aan te werken. Niets was nog gek genoeg. Twee jaar tekende ik slechts met één bekommernis: is het wel gek genoeg?’ aldus de 22-jarige Kama.

Wat hij tekende was gek genoeg voor Guy Mortier, toen hoofdredacteur van het Vlaamse tv-blad Humo. Hij begon midden jaren zeventig tekeningen van Kamagurka te publiceren. ‘Ik heb zijn tekeningen over alle mogelijke pagina’s en artikelen gesprenkeld’, vertelde Mortier in deze krant in 1990: ‘Het was aanvankelijk wel een schok, ze waren toen een stuk rauwer dan nu. Geniaal is een groot woord, maar ik was er volledig van overtuigd dat hij bijzonder begaafd was. Een beetje rebelse, milde tot soms wat scherpere anarchistische trekken, dat heeft hij allemaal. En lachen op een heel eigen, dwarse manier.’

Kamagurka, in die tijd nog student aan de kunstacademie in Gent, hakt de knoop door als Mortier zijn werk begint te publiceren. Hij verlaat de academie om fulltime striptekenaar te worden. In Frankrijk neemt Hara Kiri zijn werk af, in België Humo.

In de afgelopen dertig jaar hebben de lezers van NRC Handelsblad kunnen zien hoe Kamagurka zich ontwikkelde. Van de nog tamelijke prille, vrolijke strip Willy Toeter Vercomputer evolueerde Kama naar de strip Bert’s Brein op Zaterdag, waarin de sukkelige Bert Vanderslagmulders met zijn hondje Bobje licht absurde tot schrijnende overpeinzingen op het leven los lieten.

Zoals deze: ‘Eigenlijk ben ik toch maar een gewone boerenlul’, zien we Bert denken. ‘Maar dan wel een die beseft dat hij maar een gewone boerenlul is. Want de meeste boerenlullen, hoe gewoon ook, denken desondanks, dat ze hele pieten zijn. En dat terwijl ze gewoon boerenlullen zijn. Hahahaha!’ In het laatste plaatje zien we Bert lachend in bed liggen, met de tekst daarboven: ‘Die nacht kon ik de slaap niet vatten.’

Niet iedereen kon deze overpeinzingen van Bert in de zaterdagkrant waarderen. Overigens verschijnt Bert al ten tonele meteen na de tien afleveringen van Willy Toeter Computer, in juni 1979 – we vieren dus ook de dertigste verjaardag van Bert in Nederland.

Vulgaire fantasieën

Af en toe in de afgelopen dertig jaar dringen brieven van boze, geshockeerde NRC-lezers tot de kolommen door, waarin ze hun gram over Kamagurka halen, zoals deze uit 1994: ‘Als lezer van uw kwaliteitskrant erger ik me mateloos aan de ziekelijke en vulgaire fantasieën van Kamagurka. (...) Zijn tampax- en klotenproza wijst veeleer in de richting van een “puber met puisten” dan dat het aan een volwassene denken doet. Met humor heeft het niets te maken, in hoge mate wel met smakeloosheid.’

Toch zijn er ook weer briefschrijvers die zich afvragen of Kama zulke brieven zelf heeft geschreven. Zij eisen dat Kamagurka in de krant blijft.

Die reacties stammen nog uit de tijd dat Kamagurka alleen op zaterdag in de krant stond. Vanaf 2002 gaat hij zich ook met het dagelijks nieuws bezighouden. Op de voorpagina van de krant verschijnt een cartoon. waarin hij in woord en beeld commentaar geeft op de actualiteit. Elke dag dat de krant verschijnt, is er rond twaalf uur in de ochtend telefonisch contact tussen de voorpaginaredactie en Kamagurka. De nieuwsberichten van de dag worden doorgenomen, en Kamagurka tekent en faxt daarna binnen een uur één of meer cartoons.

Ook vrijdagnacht, voor de zaterdagkrant, soms na een optreden. Kama: ‘Ik teken graag voor de krant, anders houd je dat niet vol. Zeker geen dertig jaar. En als ik ’n goede bril vind, doe ik het nog ’ns dertig jaar.’

Foto’s van rampen, ongelukken, oorlogsleed, ze staan dagelijks in de krant, maar ze leiden nauwelijks tot boze ingezonden brieven. Maar als Kamagurka in een voorpaginatekeningetje verwijst naar een ramp, dan heeft de Opinieredactie het druk. Er is een reeks voorpaginacartoons van Kamagurka waar veel lezers zich aan gestoord hebben. Zoals de tekening na het overlijden van prins Claus, eind 2002: we zien Petrus bij de hemelpoort, die opendoet voor Claus, die zoals bekend de stropdas had afgezworen. ‘Zonder das? Dat zal ik even moeten navragen’, zegt Petrus-met-das.

Een mild grapje over het deurbeleid aan de hemelpoort, een hommage aan de overleden dasverwerper Claus, zou je denken. Mis. Lezers reageerden geschokt, stuurden brieven met opmerkingen als ‘banaal’, ‘totaal ongepast’ en: ‘Als de tekenaar enige ontwikkeling zou hebben en even zou hebben nagedacht, dan had hij of zij uit het boek Genesis kunnen weten, dat God de mens in eerste aanleg naakt geschapen heeft. Het ontbreken van een stropdas zal aan de hemelpoort daarom geen bezwaar zijn.’

Tsunami

Soms komt de hoofdredactie er aan te pas om de vrijheid van de cartoonist te verdedigen. Grappen over de tsunami of de bomaanslag in Madrid van Kamagurka vielen verkeerd bij sommige lezers. Toenmalig hoofdredacteur Folkert Jensma schreef als antwoord op zulke protesten in 2003 onder meer: ‘Zwarte humor, de macabere grap, galgenhumor, ze kunnen ook letterlijk ‘verlichting’ brengen. Socrates zegt in Plato’s Symposion: “De ware dichter moet tragisch en komisch tegelijk zijn, en het hele leven van de mens moet beschouwd worden als een mengeling van tragedie en komedie.”’

Humor is in Kamagurka werk van groot belang, want ‘met humor werk je alle ballast weg’, zoals hij het zelf wel eens uitgedrukt heeft. Maar er is meer.

Grappen tekenen is een zijn voornaamste bezigheden, maar niet zijn enige. Want grappen bedenkt hij alleen, onderweg, thuis, of in zijn atelier – aanvankelijk de zolder waar hij woonde in Gent, later de oude zetterij van de krant De Vooruit in Gent, tegenwoordig een groot schildersatelier in een verbouwde boerderij in Deinze, bij Gent. Maar hij wil dat die grappen moeten ook bij het publiek ‘aankomen’. Daarom is hij ook gaan optreden, heeft hij in een interview in Trouw eens uitgelegd: ‘In de zaal lachen ze meteen. Dan weet ik: oké, ik ben goed bezig. Optreden geeft een fantastisch gevoel. Iedereen heeft zijn eigen probleempje, zijn eigen ding. Maar aan het eind van de avond is iedereen dat vergeten, zijn we in een soort collectief onzinbewustzijn.’

Dat is een van de kenmerken van Kamagurka’s kunst, of het nou zijn cartoons, zijn theatershows, zijn schilderijen, teksten of zijn tv-filmpjes betreft: het zijn pogingen om ons in contact te brengen met ons ‘collectief onzinbewustzijn’.

En het menselijk tekort, het feit dat we kwetsbaar zijn, falen, klungelen, net de verkeerde dingen doen, bewust of onbewust, de menselijke wreedheden – het is een onuitputtelijke bron van inspiratie.

Kamagurka heeft zijn artistieke werkterrein de afgelopen dertig jaar steeds groter gemaakt. Niet alleen als cartoonist – hij tekent ook voor bladen als The New Yorker – maar ook als theater- en tv-maker. Vooral in België is hij regelmatig op tv te zien; hij trok bijvoorbeeld voor de Vlaamse tv met een strepentrekmachine van het voetbalveld langs de grens van België, en maakte zo ontroerende reportages. NRC-lezers kunnen op de website van de krant, www.nrc.nl, korte filmpjes van hem bekijken, KamaTube.

Doordat Kamagurka de in kunst geïnteresseerde Vlaamse zakenman Marc Coucke trof bij hun beider geliefde voetbalploeg KV Oostende (waarvoor Kama de shirtjes ontwierp) heeft de cartoonist zich afgelopen jaar vooral op de schilderkunst kunnen werpen. Coucke stond garant voor een vast maandinkomen, op voorwaarde dat Kamagurka elke dag een schilderij zou maken; een groot deel van die schilderijen is nu gereed, en verkocht via de website www.kamagurka.com. Een eerste grote schilderijententoonstelling in het Noorse Tromsø volgt dit jaar.

Maar wat Kamagurka ook doet, of hij nu Raketman tekent, of Bassie en Mondriaan schildert, of een dagelijkse cartoon maakt voor de voorpagina van deze krant: de woorden die Rudy Kousbroek in deze krant aan hem wijdde in 1982 blijven gelden: ‘Men herkent Kamagurka duidelijk aan hetzelfde waaraan men zowel een schilder als een schrijver van formaat herkent: het hebben van een eigen vorm, een eigen visie op de wereld die volstrekt onnavolgbaar is.’

Meer Kamagurka op: www.kamagurka.com. KamaTube op nrc.tv via www.nrc.nl

Rectificatie / Gerectificeerd

Correcties en aanvullingen

Kamagurka

In het artikel De eerste 30 jaar (Magazine van 7 maart, pagina 37) staat dat Kamagurka geboren is in 1965. Dat moet 1956 zijn.