In Fictie

De actualiteit is vaak een spiegel van de kunst. In een serie over fictie bij de feiten deze keer Heinrich Bölls Billard um halbzehn in het licht van de instorting van een Keuls archief .

De actualiteit is vaak een spiegel van de kunst. In een serie over fictie bij de feiten deze keer Heinrich Bölls Billard um halbzehn in het licht van de instorting van een Keuls archief .
De actualiteit is vaak een spiegel van de kunst. In een serie over fictie bij de feiten deze keer Heinrich Bölls Billard um halbzehn in het licht van de instorting van een Keuls archief .

Wie de afgelopen week de woorden Trümmer (puin) en Köln op een zoekmachine intypte, kreeg onmiddellijk de laatste berichten over de instorting van het veertig jaar oude stadsarchief van Keulen. Wie dat een week geleden had gedaan, was al gauw uitgekomen bij een site over de schrijver Heinrich Böll. De in Keulen geboren winnaar van de Nobelprijs (1972) kenschetste zijn eigen werk ooit als Trümmerliteratur, puinliteratuur; niet alleen omdat hij in zijn romans en verhalen de ontreddering en daarna de morele leegheid van West-Duitsland na de Tweede Wereldoorlog beschreef, maar ook omdat zijn personages vaak letterlijk door de puinhopen van de naoorlogse steden liepen. Lees het ontroerende Und sagte kein einziges Wort (1953), waarin een man en een vrouw hun huwelijk proberen te redden te midden van armoe en geloofscrisis. Of de korte verhalen in Wanderer, kommst du nach Spa... (1951) en Doktor Murkes gesammeltes Schweigen (1958).

Wat een ironie. Want onder het onvervangbare archiefmateriaal dat afgelopen dinsdag bij de grote verzakking in Keulen verloren ging, was ook de literaire nalatenschap van Heinrich Böll. De verzameling van duizenden manuscripten en brieven, die voor een groot deel net in februari door de erven aan het Historische Archiv was overgedragen, moet waarschijnlijk als verloren worden beschouwd. Zo ook het typoscript van Billard um halbzehn (1958), misschien wel het beroemdste boek van de in 1985 gestorven schrijver, en toevallig een roman waarin de (her-) bouw en vernietiging van een relatief recent monument een centrale rol speelt.

Dat monument is de abdij van St. Anton, gebouwd in 1907 door de Keulse architect Fähmel, die op de dag dat de roman speelt zijn 80ste verjaardag viert. De geschiedenis van zijn familie is verknoopt met het klooster, want zijn zoon veranderde het als genie-officier van de SS tijdens de oorlog in een ruïne, en zijn kleinzoon is gevraagd om het weer op te bouwen. Aan de hand van deze drie figuren geeft Böll een beeld van de Kaiserzeit, het Derde Rijk en de periode van het Wirtschaftswunder, terwijl hij en passant de spanningen tussen de generaties verbindt met thema’s als vergiffenis en het morele failliet van de katholieke kerk.

Stukjes herlezend van Billard um halbzehn realiseer je je hoezeer Böll uit het collectieve literaire geheugen is weggezakt. Je hoort zijn naam nog zelden, zijn romans worden nauwelijks meer verkocht, en in de Nederlandse boekhandel is alleen zijn postume bundel Brieven uit de oorlog nog leverbaar. Het bericht van de vernietiging van het Böll-archief was het eerste sinds lange tijd waarmee Böll weer in het nieuws kwam. Misschien kunnen we nu hopen op vervolgironie: de meester van de Trümmerliteratur wordt herontdekt doordat zijn werk onder het puin verdween.

Heinrich Böll: Biljarten om half tien (vert. Michel van der Plas). Alleen tweedehands.