'Ik ging met Ma Flodder al over een grens'

Actrice Nelly Frijda (72) speelt een dominante moeder in The Beauty Queen of Leenane: „Ik herken er veel in. Mijn dochter ook. Dat is heel erg, maar nou ja.”

Nelly Frijda: „Als ik had kunnen studeren, zat ik nu lekker tussen de apen in de jungle.” Foto NRC Handelsblad, Maurice Boyer Nelly Frijda Foto NRC H'Blad Maurice Boyer 5-3-2009
Nelly Frijda: „Als ik had kunnen studeren, zat ik nu lekker tussen de apen in de jungle.” Foto NRC Handelsblad, Maurice Boyer Nelly Frijda Foto NRC H'Blad Maurice Boyer 5-3-2009 Boyer, Maurice

Nelly Frijda draagt een pluizige grijze pruik en een lang vest met een broek daaronder. Haar rechterhand trilt een beetje. Op haar gezicht staat meestal misprijzen. Eerst klaagt ze over de klonten in haar Ovomaltine, en allengs klaagt ze over alles. Ze speelt in het toneelstuk The Beauty Queen of Leenane een dominante moeder die alles op alles zet om de ongetrouwde veertigjarige dochter die bij haar inwoont, niet aan een man te verliezen.

Het stuk van de Ierse schrijver Martin McDonagh boekte succes in Londen en op Broadway. Maandag gaat de Nederlandse vertaling in première als nooit eerder vertoonde coproductie van het commerciële theaterbedrijf V&V van Albert Verlinde, en het gesubsidieerde nieuwe stadsgezelschap De Utrechtse Spelen van Jos Thie.

Wat is doorgaans de reden om ja te zeggen tegen een nieuwe rol?

„Omdat ik er geld mee verdien, zo eenvoudig is het. En wat ook meespeelt, is de vraag of ik met leuke mensen kom te werken. Je brengt 75 procent van je tijd met die mensen door. Je woont met ze, je leeft met ze. En dit vind ik een leuke ploeg. Het stuk is heel Iers, maar tegelijk is die moeder-dochterverhouding natuurlijk universeel. Ik herken er veel in, en mijn dochter ook. Dat is wel erg, maar nou ja. Om dezelfde reden heb ik nu al ja gezegd tegen Jon van Eerd die mij vroeg om volgend seizoen mee te spelen in een klucht die hij gaat schrijven. Ik weet nog helemaal niet wat voor stuk dat gaat worden, maar ik vind Jon van Eerd een leuke man met wie ik graag ga werken. Als mij een prachtige, grote rol zou worden aangeboden met mensen die ik niet leuk vind, zou ik nee zeggen. Dat vind ik niet prettig.”

In september speelde u de laatste voorstellingen van ‘Wuivend graan’ van Wim T. Schippers en nu alweer de volgende première. Druk?

„Een beetje te druk eigenlijk. Ik heb in de tussentijd ook nog de opnamen gemaakt voor de film Spion van Oranje met Paul de Leeuw, die door de critici is afgebrand, maar volgens mij geestig en goed gemaakt was. Het is niet mijn humor, maar ik heb er veel om gelachen. Ik was de moeder van Paul, met wie veel wordt gesold. Op een gegeven moment wordt daar trouwens een pop voor gebruikt – en het feit dat je dat duidelijk kunt zien, vind ik nogal geestig.

„Bovendien mocht ik meespelen in de tv-serie Annie M.G. die komend najaar wordt uitgezonden. Daarin ben ik Dieuwertje, de vrouw door wie Annie Schmidt in haar laatste jaren werd verzorgd. De oude Annie is een werkelijk prachtige rol van Annemarie Prins, met wie ik al heel lang terugga. In 1967 stond ik bij haar gezelschap Theater Terzijde in Over Vietnam. Erg leuk om na al die jaren weer eens samen te werken.

„Eigenlijk was het mijn bedoeling langzamerhand wat minder te doen. Een half jaar werken en een half jaar vrij. Ik ben 72, dan mag dat toch wel eens? Maar het is er nog niet van gekomen. Sinds een paar jaar is het juist heel hectisch. Ja natuurlijk is dat een luxe klacht.”

Wat wilde u worden?

„Bioloog. Dierenpsycholoog. Toen ik een jaar of twaalf, dertien was, werkte ik als assistente bij dr A.F.J. Portielje in Artis. Dat trok me enorm. Maar ik kon niet gaan studeren aangezien ik in de vierde klas van het gymnasium ben afgegooid. Ik was onhandelbaar.”

Nu nog?

„Waarschijnlijk wel. Hoewel – nee, dat is niet waar, ik doe meestal heel braaf wat me wordt gezegd. Maar destijds was ik zó verlegen dat ik veel te vaak een grote bek opzette om mezelf een houding te geven. Als ik had kunnen studeren, zou ik nu lekker tussen de apen in de jungle zitten. Ach, nu heb ik Animal Planet. Al denk ik nog steeds wel eens, als ik daar een kliniek zie waar mensen aan het werk zijn met een verwaarloosde hond: dáár wil ik werken. Dat onhandelbare is me later opnieuw opgebroken toen ik op de toneelschool zat. Daar ben ik na drie maanden verwijderd. Ook weer door die grote bek. En door gebrek aan fantasie. Vooral dat laatste vond ik heel erg, maar dat was die verlegenheid weer. Die verlammende angst. Ik sloeg dicht bij alles wat ik moest doen.”

Desondanks volgde er een mooie carrière met veel successen in toneel, cabaret en musical.

„Maar het heeft lang geduurd voordat ik eindelijk bij een toneelgezelschap kwam. Als je de toneelschool afmaakt, heb je meteen al een heel netwerk. Je kent de meeste mensen, al was het maar omdat ze een klas hoger of een klas lager zaten. Zonder toneelschool gaat dat lang niet zo makkelijk. Ik ben veel vaker freelance geweest, ook in de tijd waarin dat nog lang niet zo gebruikelijk was als nu. En ben er ook een aantal jaren uit geweest – toen ik kinderen kreeg, toen ik ging scheiden. Ik heb in cafés gewerkt en een middenstandsdiploma en een horecadiploma gehaald omdat ik zo'n calvinist was die vond dat dat dan móest. Ik heb nooit het gevoel gehad dat toneelmensen mij goed genoeg vonden. Ik denk dat ik bij Ivo van Hove, bij Toneelgroep Amsterdam niet binnen zou komen. Niet goed genoeg.”

Maar er zijn toch wel rollen geweest die u achteraf geslaagd vond?

„Bijna nooit. Als ik allemaal mooie kritieken krijg, maar er zit één negatieve tussen, dan denk ik al: zie je wel, ik kan het niet. Geen wonder dat ik geen toneelschool heb, dus goed kan ‘t nooit worden. De regisseurs met wie ik het liefste werk, zijn regisseurs die me een gevoel van veiligheid geven. Ik heb bijvoorbeeld altijd heel graag met Mette Bouhuijs gewerkt. Die geeft mij een bepaald soort rust waardoor ik dingen aandurf, risico’s durf te nemen die ik nog niet kende van mezelf.”

De moeder in ‘The Beauty Queen of Leenane’ ziet er verschrikkelijk uit. Niet veel actrices zullen bereid zijn zichzelf zó lelijk te maken.

„Is dat zo? Nou ja, ik kijk maar liever niet in de spiegel als ik zo ben uitgedost. Ik ben met Ma Flodder natuurlijk al een grens overgegaan. Hoe díe eruit zag... Dat vond ik wel erg, ik was toen ook nog een stuk jonger. Toen de eerste Flodder-film in première ging in 1986, was ik na de opnamen veertig kilo afgevallen. Opzettelijk. Ik had blond haar met krullen en ik droeg een prachtig blauw pak van Edgar Vos. Aanvankelijk wist zelfs niemand wie ik was toen ik op het podium kwam. Tot één man in de zaal me herkende en mijn naam riep. Toen pas kwam het applaus.

„Daarna kwamen er nog twee vervolgfilms en de tv-serie die vervolgens eindeloos is herhaald. Als de acteurs herhalingsrechten hadden gekregen, zou ik daar wel een miljoentje aan hebben overgehouden. Dan was ik rijk geweest. In werkelijkheid hebben we alleen onze honoraria voor de oorspronkelijke opnamen ontvangen, daarna ging de producent failliet. Terwijl de herhalingen maar doorgaan. Op het ogenblik draait Flodder op de Belgische televisie. En weer krijgen we daar niks voor.”

Hoe was het om met zo’n rol zo bekend te worden?

„Je kun je nooit meer anoniem dronken van je kruk vallen zonder dat dat ergens in de publiciteit komt. Verder krijg ik nog steeds sigaren aangeboden omdat Ma Flodder altijd een sigarenpeuk in haar mondhoek heeft. Dan zeg ik altijd: denkt u nou écht dat u de eerste bent die die grap maakt? Om die sigaar in mijn mondhoek te laten bungelen, had ik er trouwens een lucifer in gestoken, die ik tussen mijn tanden kon klemmen. Anders kun je niet goed praten. Zo deed mijn vader dat ook altijd.

„Maar totaal vreemde mensen die je vriendelijk goeiedag zeggen – dat heeft toch wel iets heel aardigs. Wat ik ook aardig vond, was het grote succes van Flodder bij allochtonen. Dan kwamen er van die Marokkaanse jongetjes op me af, en die zeiden dan: hé, ik ben fan van je.”

Houdt u van het acteervak?

Lange stilte. En dan: „Dat heb ik me eigenlijk nooit afgevraagd. Waarschijnlijk wel, anders zou ik het toch niet doen? Ja, ik denk het wel. Maar ik ben zo'n type dat alles altijd weer in twijfel trekt.”

‘The Beauty Queen of Leenane’ tournee t/m 27 juni. Inl: www.deutrechtsespelen.nl.