Ierse bankiers in beklaagdenbank

De Ierse banken, jarenlang paradepaardje van de economie, zitten in het nauw. Tot overmaat van ramp worden sommige topbankiers verdacht van malversaties.

Voor het kantoor van de Anglo Irish Bank aan het deftige St Stephen’s Green in Dublin heeft zich deze middag een groepje boze onderwijzers met spandoeken verzameld, allen lid van de vakbond voor onderwijzend personeel.

„Let the fat cats pay”, roepen ze in koor. Laat de rijke stinkerds betalen. Het bankpersoneel, dat op de begane grond het dichtst bij de ingang zit, kijkt wat bedremmeld naar buiten. De leerkrachten zijn boos dat de regering hen via een extra pensioenheffing deels laat opdraaien voor de redding van in moeilijkheden geraakte banken.

Daags erna is er weer onwelkom bezoek bij de Anglo Irish Bank. De politie valt binnen en rechercheurs doorzoeken het hoofdkantoor, omdat de bank wordt verdacht van fraude.

De Ierse banken, jarenlang paradepaardje van de Ierse economie, zitten op het ogenblik in het nauw. Niet alleen presenteren ze na jaren van onstuimige groei plotseling forse verliezen, ook is het vertrouwen van veel burgers in de bankiers de afgelopen maanden weggesmolten.

Veel banken hebben moeite het hoofd boven water te houden, nu de groeisectoren van de laatste jaren – de woningmarkt en de bouwindustrie – zijn ingestort. Hun aandeelkoersen zijn gekelderd en hun beurwaarde is verdampt. Tot overmaat van ramp worden sommige bankiers nu dus verdacht van malversaties, voorop de voormalige topman van de Anglo Irish Bank, Sean FitzPatrick. Hij zou jarenlang in het geheim grote leningen voor zichzelf hebben afgesloten. In september vorig jaar stond hij voor 83,3 miljoen euro in het krijt bij zijn eigen bank. Daarnaast onderzoekt justitie enkele transacties van vorig jaar, waarbij de bank – met hulp van een kleinere bank – zou hebben geprobeerd de buitenwereld te misleiden omtrent de omvang van haar problemen.

De vooraanstaande econoom Patrick Honohan, hoogleraar aan Trinity College in Dublin, beschouwt Anglo Irish als een hoofdschuldige aan de huidige crisis. „De bank is al tien jaar een destabiliserende factor”, zegt hij. „De bank wist met een agressief kredietbeleid maar zonder overnames in tien jaar tijd haar marktaandeel uit te breiden van 3 procent tot 18 procent. Ze groeide gemiddeld met 36 procent per jaar. Dat noopte andere banken hun kredietnormen te versoepelen, want ze wilden niet nog meer marktaandeel verliezen. Het was roekeloos en bracht het hele financiële systeem schade toe.” Ook de financiële toezichthouder en de regering treft in dit opzicht volgens hem blaam.

Anglo Irish Bank raakte zo diep in de problemen dat de regering in januari geen andere keuze meer zag dan nationalisatie. Maar ook andere banken hadden dringend hulp nodig. Daarom stelde de regering 3,5 miljard euro beschikbaar aan elk van de twee grootste van het land, Bank of Ireland en Allied Irish Banks. Daarmee konden ze hun reserves op peil houden. De ergste problemen van de Ierse banken lijken daarmee volgens Honohan onder controle.

Al in september had de Ierse regering, als eerste land binnen de eurozone, alle financiële verplichtingen van de voornaamste zes banken gegarandeerd. Een gedurfde stap, want daarmee is in totaal een bedrag gemoeid van 440 miljard euro, ruim twee keer het totale bbp.

De overheid worstelt intussen met een groot begrotingstekort, dat dit jaar boven de 10 procent zal uitkomen, het hoogste in de eurozone. De belastinginkomsten zijn met 24 procent geslonken en de werkloosheid is officieel tot bijna 10 procent (van de beroepsbevolking) gestegen.

Om alle tekorten enigszins te dekken heeft de regering een extra pensioenheffing opgelegd aan de ambtenaren, die zo’n 7 procent van hun netto salaris uitmaakt. Dat was tegen het zere been van velen. De regering wekte de indruk zich meer te bekommeren om het lot van welgestelde bankiers dan om de gewone man.

Professor Honohan heeft intussen slecht nieuws voor de toch al hoogst impopulaire regering. Hij meent dat die er niet aan ontkomt het belastingstelsel te hervormen. De afgelopen jaren leunde de fiscus sterk op de winstbelasting en op de vermogensaanwasbelasting, maar die bronnen zijn opgedroogd. Het is volgens Honohan niet langer mogelijk het publiek te ontzien. „De bevolking zelf zal in de toekomst weer een groter deel van de belastinggelden moeten opbrengen, hoe gevoelig zoiets politiek ook mag liggen.”