‘How do you underbuild that?’

De rol van het Engels op Nederlandse universiteiten wordt steeds groter. Niet iedereen is daar blij mee: „Zo wordt Nederlands een tweederangs taal, een afdankertje.”

Op het Academieplein in Groningen zijn honderden studenten samengestroomd. Het muziekbandje staat al klaar als rector magnificus Frans Zwarts op het bordes van het universiteitsgebouw een glas champagne heft: „Let’s toast”, zegt hij met stemverheffing. „To a very succesful next academic year.” Aarzelend gaat er wat gejuich op onder de studenten. „I wish you all the best.” Even tevoren had Zwarts binnen in het Academiegebouw ook bij het officiële gedeelte een toespraak in het Engels gehouden, omdat „the number of international students at the University of Groningen approaches ten percent of the student population”.

De rol van het Engels in het Nederlandse hoger onderwijs wordt snel groter en niet alleen in feestelijke toespraken. Het voorstel om Engels de voertaal te maken op de Nederlandse universiteiten kwam voor het eerst in 1990 van toenmalig minister van Onderwijs Jo Ritzen. Als het Nederlandse hoger onderwijs zijn partijtje mee wilde blijven blazen in de wetenschap, meende Ritzen, dan móest het internationaliseren. Intellectueel Nederland geloofde zijn oren niet. Van alle kanten kwam protest. Afgezien van de tegenwerping dat het niet aanging de eigen taal zo te verkwanselen, was er de angst dat de kwaliteit van het onderwijs eronder zou lijden en de eigenheid van de Nederlandse wetenschap verloren zou gaan.

De politicus Ritzen nam zijn woorden snel terug en zei dat hij het „zo niet bedoeld” had. Maar wat die opmerking waard was, weten we als we nu kijken naar de universiteit van Maastricht, waar dezelfde Ritzen sinds 2003 voorzitter is van het college van bestuur. Van de negentien aangeboden bacheloropleidingen in Maastricht worden er dit jaar negen in het Engels gegeven en alle 46 masteropleidingen op één na (Nederlands recht) zijn in het Engels. (Bachelor is te vergelijken met het oude kandidaats, master met de doctoraalstudie). Bij een enkele master – medicijnen bijvoorbeeld – kun je nog kiezen voor een Nederlandse versie. Bob Wilkinson, senior teacher aan het Talencentrum Maastricht, verklaart: „Al in de jaren tachtig is Maastricht uitdrukkelijk in het buitenland studenten gaan werven. We vreesden een afname van de instroom van Nederlandse studenten. En de ligging van Maastricht is natuurlijk perfect. Zo’n 45 procent van onze studenten komt nu uit het buitenland.”

Van de algemene universiteiten loopt Maastricht voorop bij de verengelsing, maar de andere universiteiten volgen op de voet. Aan de Universiteit van Amsterdam bijvoorbeeld worden 105 van de 170 masteropleidingen in het Engels gegeven. Het Nederlands is daar verdreven. In Utrecht zijn dat er 89 van de 196. Engels als voertaal komt het meest voor bij economische vakken en life sciences. Letteren blijven als vanzelfsprekend achter, al worden vakken als algemene literatuurwetenschap tegenwoordig ook vaak in het Engels gegeven.

Overal is internationalisering het toverwoord. Op tal van faculteiten zijn decanen belast met taken als het organiseren van samenwerkingsverbanden en uitwisselingsprogramma’s voor docenten en studenten met universiteiten in de hele wereld. „Het hoort bij de globalisering”, zegt Gerry Wakker, vice-decaan onderwijs en internationalisering in Groningen. „Steeds meer mensen werken lange of kortere tijd in het buitenland of studeren er een jaar. Wij bereiden ze daarop voor door zoveel mogelijk gemengde groepen studenten te vormen.”

Onderwijs is een exportartikel geworden en de concurrentiepositie van een universiteit wordt, met name door de besturen, afgemeten aan het aantal buitenlandse studenten dat er studeert. Daarbij geldt: hoe verder weg, hoe meer prestige. Toegepast taalkundige Hilde Hacquebord uit Groningen: „Iedereen wil het liefst Amerikanen en Chinezen hierheen halen.” Waarom een Chinees meer prestige oplevert dan een Duitser of Griek, is niet helemaal duidelijk. „Misschien is dat vooral omdat hij meer inkomsten oplevert: studenten van buiten de EU betalen een paar honderd euro meer collegegeld”, zegt Hacquebord.

De internationalisering van de universitaire wereld wordt breed gedragen, maar de kritiek op de uitwassen wordt ook luider. Vooral de ‘gekte rond het Engels’ moet het ontgelden. „Met een Engelstalige master bij filosofie krijg je de idiote situatie dat onze Duitse studenten Kant in het Engels moeten lezen”, zegt Douwe Draaisma, hoogleraar Geschiedenis van de psychologie in Groningen. Draaisma is niet tegen Engels, zegt hij. „Dat Wageningen verengelst, snap ik. Als je studenten uit de hele wereld hebt, dan ga je niet in het Nederlands vertellen wat de opmars van de eikenprocessierups betekent. Maar zo’n klassieke universiteit als Groningen, met een grote letteren- en psychologiefaculteit? Veel van onze studenten klinische psychologie gaan therapie geven, waarom zouden die in het Engels les moeten krijgen?”

Wat Draaisma vooral stoort in de opmars van het Engels is de vanzelfsprekendheid waarmee het gebeurt. Engelse mailtjes van Nederlandse collega’s, vergaderen in het Engels omdat er één niet-Nederlander bij zit, waar is dat goed voor? „Ik vind dat een verkeerd begrip van gastvrijheid”, zegt Draaisma. „Zo blokkeer je alle toegang tot je eigen taal. Mijn ervaring is dat Duitse studenten betrekkelijk snel Nederlands leren. Buitenlanders zitten vaak helemaal niet te wachten op dat Engels.” Volgens taalkundige Hilde Hacquebord heeft alle aandacht voor Amerikaanse en Chinese studenten een keerzijde: „Er heerst een nonchalance over Europese studenten.”

Draaisma waarschuwt voor een self-fulfilling prophecy. „Dat onze rector magnificus de opening van het academisch jaar in het Engels doet, vind ik een verkeerd signaal. Dan geef je de indruk dat het niet meer anders kan, terwijl je juist versterkt dat het gebeurt.” Collega Auke van der Woud, hoogleraar Architectuur- en stedenbouwgeschiedenis, noemt het ronduit „lomp”. „Zo wordt Nederlands een tweederangs taal, een afdankertje”, zegt hij.

De critici zien in de opmars van het Engels ook een risico voor de kwaliteit van het onderwijs en het onderzoek. „Internationalisering is aan onze universiteiten eigenlijk niet meer dan verengelsing”, zegt Douwe Draaisma. Al in zijn oratie in 2005 betoogde hij dat dit de kosmopolitische wetenschapper juist in de weg staat. „Je kunt reizen wat je wilt, maar als alle universiteiten in het Engels doceren en Engelse literatuur voorschrijven, dan gaat het overal op elkaar lijken”, zegt hij. Er kan ook veel wetenschap door verloren gaan, denkt hij. Grote namen uit het verleden die in het Duits of Frans schreven, zouden zomaar uit het curriculum kunnen verdwijnen. „Nederlanders waren traditioneel bovendien altijd een intermediair tussen het Engels, Duits en Frans. Die rol raken we nu kwijt.”

Typisch Nederlandse wetenschap zíjn we soms al kwijtgeraakt, doordat Nederlandse wetenschappers niet meer in het Nederlands schrijven. Daar hebben ze geen reden meer voor omdat je in Engelstalige tijdschriften moet publiceren om wetenschappelijk nog mee te kunnen tellen. Draaisma: „Zo’n tijdschrift als Psychologie en Maatschappij bijvoorbeeld was ooit een zeer gerenommeerd Nederlands wetenschappelijk tijdschrift. Het is verdwenen door gebrek aan kopij. Maar het sneed vaak onderwerpen aan die specifiek zijn voor de Nederlandse situatie.”

Maandagmorgen, de Universiteit van Tilburg. Marloes van Engen geeft een Engelstalige bachelor/pre-mastercursus Social relations in organisation. Haar Engels is verdienstelijk, maar je hoort goed dat het haar moedertaal niet is. Ze staat voor een zaal met zeker tweehonderd studenten en draait noodgedwongen vrij eenzaam haar verhaal af. En, zegt ze vooraf: „Ik voelde al het hele weekend een griep opkomen en als ik niet op m’n best ben, loop ik gemakkelijk halverwege vast in mijn zinnen.” In het Engels werkt de automatische piloot niet.

Van Engen is een van die honderden Nederlandse docenten die sinds een paar jaar hun colleges in het Engels (moeten) geven. „Ik heb die keuze jaren geleden gemaakt toen ik dit bachelorvak samen met een Duitse en een Turkse collega begon”, zegt ze. „We trekken er veel internationale studenten mee en dat is erg leuk. Het gaat ook wel, maar in het Engels kan ik tijdens hoorcolleges minder improviseren. Ik schud niet zomaar een voorbeeld uit m’n mouw en maak niet even een grapje tussendoor, allemaal dingen waar mijn Nederlandse colleges leuker van worden.”

Die ervaring wordt gedeeld door alle docenten die voor dit artikel benaderd zijn en het is ook de uitkomst van een viertal onderzoeken sinds 1995 naar de kwaliteit van Engelse colleges. Die colleges kosten meer energie en voorbereiding en je wordt er „doodmoe” van. Zelfs Martin van Tuijl, universitair hoofddocent Economie in Tilburg, die al sinds 1995 in het Engels college geeft, zegt dat het nog steeds niet vanzelf gaat. „Je denkt: in de economie is de voertaal al Engels, dat is gemakkelijk. Dat ís tot op zekere hoogte ook zo. De basis uitleggen is ook vrij eenvoudig. En toch, als ik een smeuïge anekdote in mijn hoofd krijg, gooi ik die er in het Nederlands zo uit. Maar in het Engels denk ik al gauw ... laat maar, anders weet ik misschien halverwege niet hoe ik verder moet.”

Van Tuijl hoefde niet overtuigd te worden van het nut van overschakeling op het Engels. „Welke economisch denker die een beetje meetelde publiceerde niet in het Engels?”, stelt hij retorisch. „Marx misschien, maar die is heel lang uit geweest en trouwens, in het Duits is hij onleesbaar. Alles sinds de Tweede Wereldoorlog wordt gedomineerd door de Amerikaanse school en veel verder kijken economen niet terug.”

Net als op andere universiteiten worden de colleges in Tilburg achteraf geëvalueerd, ook op het Engels. Dat gebeurt via een invulformulier voor studenten. Ze zijn zeer coulant. „Meestal is het goed te volgen, al zijn er docenten bij wie je denkt ‘een cursus zou geen kwaad kunnen’”, zegt Anne Kersten (22) na het college Social relations in organisation. Zelfs de eerstejaars International Business, die de Engelse opleiding kozen omdat ze overal in de wereld terecht willen kunnen, uiten zich over het algemeen tevreden. „Wat ik wel jammer vind”, zegt Chris Janssen (18), „is dat we alleen Nederlandse docenten hebben. Ik wil geen Balkenende-Engels leren, waar iedereen meteen aan hoort dat je Nederlander bent.”

Daarbij doelt hij onder meer op uitlatingen als ‘how do you underbuild that?’ of ‘which answer is not good?’ Over dit soort fouten wordt op alle universiteiten door studenten geklaagd. In de archieven van de universiteitskranten duiken schampere opmerkingen over het steenkolenengels van docenten met de regelmaat van de klok op.

Uit twee onderzoeken aan de universiteit van Delft (uit 1995 en 2003) waarin Nederlandse en Engelse colleges naast elkaar waren gelegd, werd geconstateerd dat er bij Engelse colleges ook sprake was van verlies van informatie-overdracht. Overigens bleken de resultaten op de tentamens daar niet onder te hebben geleden. Volgens het onderzoek uit 2003 zou dat onder meer komen doordat de studenten zich meer hadden ingespannen om de stof onder de knie te krijgen. Hoogleraar Auke van der Woud ziet dat niet als een lichtpuntje. „Ik heb soms een ambitieuze student die bijvoorbeeld graag een kritische manier van schrijven wil ontwikkelen. Daar kan ik nu wat mee, omdat ik het in het Nederlands kan doen, in het Engels zouden hij en ik dat niet kunnen.” Bij veel opleidingen moet je investeren in de taalontwikkeling bij studenten, zegt hij. Je moet ze academische vaardigheden aanleren: kritisch analyseren, scherp onderscheid maken tussen verschillende auteurs die over hetzelfde onderwerp iets zeggen. „Om zelf scherp te leren formuleren, moeten ze een grote woordenschat ontwikkelen en daar lenig mee kunnen omgaan. Veel studenten komen zo ver al niet in het Nederlands, laat staan in het Engels.”

Vice-decaan Gerry Wakker beaamt dat academisch leren denken in de eigen taal moet. „In de bachelorfase is het functioneel dat je in het Nederlands doceert.” Daarom blijven de bachelors aan de letterenfaculteit in Groningen, op een enkele uitzondering na, ook Nederlands, denkt Wakker. Draaisma betwijfelt dat. Hij zegt: „Als je alle masters in het Engels gaat geven, zoals het Groningse universiteitsbestuur van plan lijkt, dan volgen de bachelors vanzelf, en daarna het vwo.”

Wordt er intussen iets gedaan aan de kwaliteit van de informatie-overdracht in het Engels op de Nederlandse universiteiten? Volgens de Tilburgse economiedocent Van Tuijl zijn ‘visitaties’ uiterst zeldzaam. „Er is al heel lang sprake van dat er een soort peer review voor colleges moet komen, om te weten te komen of ze voldoen aan een standaard voor onderwijs”, zegt hij. „Daarin zou dan de kwaliteit van het Engels natuurlijk meegenomen moeten worden. Maar het is er nog nooit van gekomen.” Van Tuijl krijgt wel altijd een hoge waardering voor zijn Engels van de studenten. „Maar eerlijk gezegd denk ik dat dat meer zegt over hun niveau van begrijpen dan over mijn niveau Engels”, zegt hij. „Een native speaker die maar doorpraat, kan voor studenten lastiger te volgen zijn.” Nu pas worden langzamerhand op de universiteiten taaltoetsen voor docenten ingevoerd en een standaard waaraan hun Engels moet voldoen. Maar aan het niet slagen van die toetsen zijn geen harde sancties verbonden.

Uit onderzoek in Tilburg uit 2008 door Marloes Broeren, docent Engels aan het Talencentrum van de universiteit, blijkt dat Engelse colleges gebaat zijn bij veel interactie tussen docent en studenten. Voor de Engelse programma’s geldt daar een participatieplicht, wat wil zeggen dat studenten ook een cijfer krijgen voor hun inbreng in de colleges. Die participatieplicht voorkwam dat er in de Engelse colleges informatie verloren ging. „In de Nederlandse colleges moest de docent echt trekken bij die studenten als hij wilde weten of het begrepen was”, zegt Broeren.

Toegepast taalkundige Hilde Hacquebord in Groningen pleit voor een degelijk taalbeleid als een universiteit internationalisering nastreeft. Uit eigen ervaring en onderzoek weet zij dat bijvoorbeeld interactieve werkvormen helpen. Volgens Douwe Draaisma hoort bij zo’n degelijk taalbeleid dan ook dat je als universiteitsbestuur niet zomaar besluit alle masters voortaan in het Engels te geven. „Laten we gewoon eens duidelijk vastleggen: wat wel en wat niet?”