Hoge hakken en duikpakken

Ivo de Wijs maakte een soort plakboek met grapjes, foto’s en poëzie over dertig jaar actievoeren van de milieuclub Greenpeace.

Ivo de Wijs maakte een soort plakboek met grapjes, foto’s en poëzie over dertig jaar actievoeren van de milieuclub Greenpeace Foto uit besproken boek
Ivo de Wijs maakte een soort plakboek met grapjes, foto’s en poëzie over dertig jaar actievoeren van de milieuclub Greenpeace Foto uit besproken boek

Het is alsof je een plakboek openslaat dat een aardige oom van jouw leven heeft bijgehouden. Greenpeace bestaat dertig jaar en vroeg tekstdichter Ivo de Wijs er een boek over te schrijven, „met plantaardige inkt gedrukt” en verrijkt met foto’s van soms levensgevaarlijke acties. De oud-presentator van het radioprogramma Vroege Vogels heeft dertig hoofdstukken geschreven „als dertig kaarsjes op een verjaardagstaart”.

Hij heeft er een zware klus aan gehad. Vele rapporten, jaarverslagen, strategische notities en tijdschriften zijn doorgeploegd. Toch is de kroniek lichtvoetig, vol grapjes, uitweidingen en zelfs poëzie. Zo worden teksten aan de vergetelheid ontrukt die Willem Wilmink schreef voor een jeugdblad van Greenpeace. Honden hebben vreemde zeden/ ze bevuilen alle steden. Zelf verrast De Wijs met gedichten en vertalingen van al die Engelse slogans die Greenpeace heeft gebruikt, zoals de tekst op een T-shirt voor baby’s Please, please, save our seas. „Voor deze ene keer vrij te vertalen met: Meteen na de weeën/ Het redden der zeeën.”

Een groot deel van het boek gaat natuurlijk over de acties. De heroïsche strijd met rubberboten tegen de wrede walvisjacht. Het spannende beklimmen van een vieze schoorsteenpijpen en het binnendringen van kerncentrales. De strijd tegen weekmakers in speelgoed. Tegen het wegschrapen van koraal. Tegen gebruik van broomhoudende vlamvertragers in computers. De opsomming – interessant – had ook iets korter kunnen uitvallen. Hoe taalvaardig de auteur de reeks ook beschrijft, als lezer word je er een beetje moe van. Net zoals van de neiging, om verbeteringen in het milieubeleid consequent toe te schrijven aan de eigen acties. Alsof er geen andere milieuclubs buiten Greenpeace bestaan. Het doet soms wat kinderachtig aan.

Meeslepender zijn de verhalen over de organisatie. Het verhaal van de Rainbow Warrior, het schip dat in 1980 was vastgelegd in een Spaanse marinehaven, maar daaruit wist te ontkomen door een in beslag genomen onderdeel na te maken en onder de ogen van de bewakers opnieuw te monteren. Het schip werd in 1985 in Auckland, Nieuw-Zeeland, tot zinken gebracht door de Franse geheime dienst, waarbij de fotograaf Fernando Perreira om het leven kwam. De Wijs schuwt ook de minder heroïsche kanten van Greenpeace niet. De strijd in 1995 tegen het afzinken van de drijvende olietank Brent Spar was uiteindelijk succesvol, maar Greenpeace moest erkennen dat het onzorgvuldig te werk was gegaan en verloor daardoor geloofwaardigheid. Intrigerend is ook de beschrijving van de conflicten binnen Greenpeace tussen actievoerders en „kantoorpiefen”, een vrij hardnekkige tegenstelling tussen doeners op zee die maling hebben aan vergaderingen en loonstrookjes, en de bedenkers van strategieën op het kantoor in Amsterdam. De tegenstelling culmineerde in 1993 in een „muiterij”, toen de bemanning van het actieschip Sirius koers zette naar Noorwegen in de strijd tegen walvisvaarders. De kantoormensen wisten van niets en haalden woedend de opvarenden terug.

Ivo de Wijs verdeelt de geschiedenis van Greenpeace in drie tijdvakken. De eerste tien jaar waren die van het heilige vuur. Het tweede decennium, in de jaren negentig, was dat van de professionalisering. Markant begin was, in 1992, het kopen van een aandeel van Akzo om daarmee te kunnen meepraten en de chloorproductie te hekelen. Ivo de Wijs: „Greenpeace verliet de zeeën niet, maar begaf zich voortaan óók naar vergaderkamers en wandelgangen.” Hij citeert een lobbyiste uit die jaren: „Hoge hakken zijn even belangrijk als duikerpakken.” Het laatste decennium is dat van het bieden van alternatieven geweest. Door het propageren van de spaarlamp, een schone auto, groene stroom en de verkoop van milieuvriendelijke maar zeer impopulaire schoenen, met zolen van oude autobanden.

De uitgangspunten zijn in de afgelopen dertig jaar niet veel gewijzigd. Greenpeace voert geweldloos actie „uit liefde voor onze groenblauwe planeet”, aldus een jaarverslag. „Dit is de motivatie van al ons handelen.”

Ivo de Wijs. Groene Vrede. 30 jaar Greenpeace Nederland. Uitgeverij Hoogland & Van Klaveren. 143 blz., € 18,50.