Het spel van de hangraven

ILLUSTRATIE IRENE GOEDE illustratie bij NRC / De Kleine Wetenschap
ILLUSTRATIE IRENE GOEDE illustratie bij NRC / De Kleine Wetenschap Goede, Irene

Alles wat mensen doen, kun je als spelletje zien. Als schaken bijvoorbeeld: „Rusland zet Georgië mat.” Als voetbal: „Rode kaart voor spijbelaars.” Of desnoods als kwartetten: „Visboer, mag ik van jou, van de zeevissen, twee makrelen. Jawel hoor. Mag ik dan van jou, van het geld, vier euro vijftig?”

Net als bij klaverjassen, monopoliën en knikkeren zit iedereen ieder moment van de dag te berekenen wat de volgende zet, slag, gooi, of inzet moet zijn om er beter van te worden. Bijna alles wat mensen doen is zo uit te leggen. Speltheorie heet dat.

En nu blijkt dat je ook gedrag van dieren kan uitleggen met die speltheorie. Britse biologen hebben ontdekt dat raven zich totaal anders gaan gedragen als hun, nou ja, speelveld verandert.

Raven eten aas, dat zijn dode dieren. Die vinden ze in hun eentje, in hun stuk bos, hun territorium. En ze eten dat aas ook in hun eentje op – of hooguit samen met hun echtgenoot of echtgenote. Jonge raven zonder eigen lap grond zoeken naar aas op het terrein van volwassen raven. Als daar al een boze oude raaf op het aas zit, dan halen ze er een ander ravenjong bij om die samen weg te jagen.

Maar in een gebied in Wales gaan jonge raven met zijn allen tegelijk op zoek naar eten. Al spelend hebben ze ontdekt dat ze op die manier meer aas kunnen vinden én beter oude raven kunnen wegjagen.

De biologen denken dat dit alleen kan in het gebied zonder bomen waar deze zwarte jeugdbendes rondhangen. Het vinden van aas is daar makkelijker dan in het bos. Die hang-raven hebben gegokt dat ze als jeugdbende hun slag konden slaan. En ze hebben gewonnen. Maar het is natuurlijk wachten op de volgende ronde. De volwassen raven zijn nu aan zet. Menno Steketee