Het paard werd 5500 jaar geleden gedomesticeerd door Botai, in Kazachstan

Strijdwagens met paarden uit Ur, afgebeeld op de ‘koninklijke standaard van Ur’, ca. 2500 jaar voor Christus: de oudste afbeelding van tamme paarden. foto Alexandria Archive
Strijdwagens met paarden uit Ur, afgebeeld op de ‘koninklijke standaard van Ur’, ca. 2500 jaar voor Christus: de oudste afbeelding van tamme paarden. foto Alexandria Archive Alexandria Archive

In Kazachstan dronken mensen 3500 voor Chr. al paardenmelk. Ook werden paarden toen al van een bit voorzien en paardenvoetbeentjes uit die tijd zijn licht gebouwd, een kenmerk van gedomesticeerde paarden. Dit ontdekte een team van Britse, Franse, Russische en Kazachse archeologen na analyses van paardenskeletten en keramiek met organische resten uit die tijd. Het betekent dat dat in die tijd mensen al paarden hielden als vee. Het precieze moment van paardendomesticatie was tot nu toe omstreden, al waren er al wel zwakkere aanwijzingen dat precies in deze Botai-cultuur in Kazachstan paarden tot huisdieren gemaakt waren. Het paard is een laatkomer als vee – geiten en schapen werden al ruim 10.000 jaar geleden in het Midden-Oosten gedomesticeerd. De analyse van de Botai-botten wijst erop dat de paardendomesticatie een onafhankelijke ontwikkeling in het steppengebied was, los van de ontwikkelingen in Mesopotamië, de bakermat van akkerbouw en veeteelt, maar waar wilde paarden niet voorkwamen (Science, 6 maart).

Uit genetisch onderzoek onder moderne paarden blijkt dat deze zijn ontstaan uit een groot aantal verschillende populaties van wilde paarden. Dat kan wijzen op meervoudige onafhankelijke domesticatie, op verschillende plekken, maar het kan ook zijn dat er op verschillende plekken flink is ‘bijgemengd’ met lokale wilde paarden (Science, 19 januari 2001; Proceedings of the National Academy of Sciences, 6 augustus 2002).

Tot nu toe gold als oudste onweerlegbaar bewijs voor paardendomesticatie de hierboven afgebeelde decoratie uit Ur van een rij vierwielige karren met paarden ervoor, uit ca. 2500 jaar voor Christus.

De Botai uit Kazachstan aten hun paarden op en maar of ze ook al ruiters waren is niet zeker. Waarschijnlijk wel, om te jagen op wilde paarden, maar een bit kan ook gebruikt zijn bij het voorttrekken van karren.

De Botai-cultuur gold al langer als een kandidaat voor de titel van oudste paardenvolk, maar de analyses van de duizenden paardenbotten die in de nederzettingen werden gevonden leverden tegenstrijdige conclusies op. Het is niet eenvoudig om uit de leeftijdsopbouw van zo’n bottencollectie te besluiten of de paarden wild waren of niet.

Paardenvoetbeentjes uit Botai werden nu vergeleken met paardenvoetbeentjes uit de gelijktijdige en naburige Tersek-cultuur, waar ook veel paardenbotten zijn gevonden. Ook werden ze vergeleken met voetbeentjes van tamme paarden uit Kent van rond het jaar 1000 voor Chr. en met tamme paarden die nu in Mongolië leven. De Botai-botjes leken sterk op die van tamme paarden uit later tijd en niet op die uit Tersek. Voetbotjes van tamme paarden zijn lichter gebouwd dan wilde, ongetwijfeld door het iets kalmere leven. Eenzelfde vergelijking werd gedaan met slijtplekken op tanden, waar je een bit zou verwachten. De resten van paardenmelk op aardewerk werden chemisch aangetoond.

Hendrik Spiering