Helemaal

Als ik fotograaf was, zou ik nu alle gevels langs het traject waar binnenkort het boren voor de Noord-Zuidlijn begint, zo zorgvuldig mogelijk vastleggen. Te beginnen op de hoek van de Prins Hendrikkade. Eerst die mooie gevelrij aan de overkant van het Damrak, de achterkant van de Warmoesstraat. Dan natuurlijk de Beurs van Berlage, de Bijenkorf, het Paleis op de Dam en het hele Rokin. Zo bereikt deze fotograaf de Munttoren, slaat dan rechtsaf en komt bij het Stadsarchief, de Tempel aan de Vijzelstraat, vroeger het hoofdkantoor van de Nederlandsche Handel-Maatschappij, het meesterwerk van K.P.C. de Bazel. Het staat op de verkeerde plaats. Toen begin jaren twintig het besluit viel om het daar neer te zetten, werd de Vijzelstraat definitief vermoord. Tot ver in de vorige eeuw werden het Amsterdamse gemeentebestuur en de kooplieden bezeten door het waandenkbeeld van de cityvorming. De wereldstad uit de Gouden Eeuw moest zich aanpassen; de grote banken moesten in het centrum blijven en daarvoor werd alles wat in de weg stond met de grond gelijk gemaakt.

Toen bleek dat de banken enz. zo veel verkeer trokken dat de oude structuur van het centrum het niet meer aan kon. Demp de grachten, zei commissaris Kaasjager. Dat is niet doorgegaan. Wel vertrokken de banken enz. uit het centrum naar de Zuidas en lieten de giganten leeg achter. Het bleek moeilijk er een andere bestemming voor te vinden. Veel voormalige bankgebouwen zijn al jaren in een staat van verbouwing. De vroegere Handel-Maatschappij is een uitzondering. Sinds 2007 is daar het Stadsarchief gevestigd. De gevels zijn feilloos opgeknapt en het inwendige is gerestaureerd. Waar eens de bankbedienden achter de loketten zaten en de directeuren in grote rijk gelambriseerde kamers hun wereldmacht uitoefenden, kan het publiek nu gewoon binnenlopen. Dat is in ieder geval een grote vooruitgang.

Maar waarom moeten die gevels en de rest nu allemaal worden gefotografeerd? Het ligt voor de hand. In Keulen is deze week het Stadsarchief ingestort, toevallig ook door de bouw van een Noord-Zuidmetrolijn. Er waren al eerder scheurtjes ontdekt, hier en daar was kalk van de muren en de plafonds gevallen, maar zoals dat bij de uitvoering van gigaprojecten dan gaat: de bouwers beschouwen dat als onvermijdelijke kleinigheden. Voor de eerste spade in de grond ging, is het project honderd maal doorgerekend en telkens weer bleek dat het helemaal in orde was. Niet kortweg ‘in orde’, maar helemaal.

Let daar goed op. Dit is het nieuwste woord van deze tijd. Vraagt u aan iemand hoe het met haar/hem gaat, dan is er een groeiende kans dat u hoort: Helemaal goed. Waarom dit helemaal? Omdat kortweg goed niet meer wordt geloofd. De toevoeging van helemaal is een symptoom van de moderne nadrukkelijkheid, die in dit verband weer een antwoord is op de eigentijdse ongeloofwaardigheid. Helemaal in dit verband is het nieuwste teken van de taalinflatie, de ontwaarding van het woord waardoor we steeds vaker gebruik gaan maken van de vergrotende en overtreffende trap. Het slot is dat de taalinflatie de geloofwaardigheid verder aantast. Het is de linguïstische vicieuze cirkel.

Met de Keulse metro ging het dus helemaal goed tot daar het stadsarchief in de grond verdween. En dan moeten we in Amsterdam onmiddellijk denken aan de Vijzelgracht waar het ook helemaal goed ging tot die rij huizen tot onbewoonbaarheid verzakte. Reken het tot de kinderziekten van het project. Met het boren komt het straks helemaal in orde.

Waarom moet er dan nu een fotograaf bijgeroepen worden? Omdat we de metrobouwers in het algemeen, zeker na Keulen, niet meer vertrouwen. De Keulse burgemeester heeft de moed opgegeven. „Het is onverantwoord om door te gaan met de aanleg van een metro in het centrum”, zei hij. Daar zal nog wel enig weerwerk op komen. In Keulen maken ze nu kennis met het dilemma waarmee we in Amsterdam al een jaar of tien worstelen. Is het point of no return bereikt? Kunnen we nog terug of zijn we er al ver overheen. Ja, dat is een verscheurende tweestrijd. Denk aan Columbus, op weg naar Amerika. Heemskerck en Barentsz die om de noord naar Indië wilden. Geen land in zicht. Het drinkwater raakt op, er verschijnen muiters onder de bemanning, de raddraaiers krijgen een pak slaag of erger, de tocht gaat verder want er zit niets anders op, het punt van terugkeer is gepasseerd. Columbus ontdekt Amerika; Heemskerck en Barentsz gaan aan wal op Nova Zembla.

Zo’n drama speelt zich nu af in Keulen en misschien binnenkort aan het Damrak en verder. Niemand weet hoe het zal aflopen. Maar er is één zekerheid: die gebouwen met hun mooie gevels hebben we nog. Vandaar deze fotograaf.