Getouwtrek om een bolletje coke

Wie staat er voor de rechter en waarom? De keurige John werd besprongen door agenten toen hij een bolletje cocaïne kocht. Hoe hard mocht hij schelden?

Zo’n stralend witte glimlach zie je zelden. De tred zo soepel. De houding aangeboren nonchalant. Zo modieus gekleed ook. Spijkerbroek met daarop een zwart jasje, zo te zien op maat gemaakt. Het horloge is, zoals modebladen voorschrijven, groot en met zilveren schakels.

Wie is deze man? Advocaat? Amerikaans acteur? Een bekende sportheld? Oei, hij is verdachte. Nu ja, het een sluit het ander niet uit. Maar een junk, met die rij witte tanden, nee, dat zou je niet gedacht hebben. John heet hij, 44 jaar oud, geboren op Curaçao. Hij is gepakt door de politie, terwijl hij een bolletje cocaïne kocht. Een man als hij zou toch moeten gruwen bij alleen al de gedachte aan waar dat bolletje ooit heeft gezeten. Maar hij ontkent het niet. Hij had het bolletje net in handen, toen de agenten hem besprongen. Hij wilde het afgeven, maar ze begonnen al aan zijn handen te trekken. En hij zou ook nog gescholden hebben. Vuile klerelijer, zoiets. Dat komt hem op twee aanklachten te staan: verzet bij een vordering tot uitlevering (van dat bolletje dus), en belediging van ambtenaren in functie.

Ze beslopen me, zegt John. Als een rat in de val. Ze behandelden me, zegt hij, zoals je een hond in zijn hok schopt. Het zou kunnen dat hij wat heeft gezegd. Uit boosheid. Hij proeft de woorden: vuile klerelijer. Nee, dat zijn niet de woorden die hij gebruikt als hij boos is. Hij kende die agenten wel, van vroeger, toen hij nog regulier gebruiker was. Zij hem misschien ook, want hij kreeg direct handboeien om.

Dat verleden met justitie, zegt John, heeft hij afgesloten. Hij heeft, zegt hij, gekozen voor rust in zijn leven. Hij is zelfs weggegaan uit Amsterdam, woont nu in Zaandam. Alleen. Want zijn vriendin, zegt hij, dat was ook allemaal maar schijn. En daar, in Zaandam, vecht hij elke dag tegen zijn geest en zijn verslaving. Hij is bezig, zegt hij, van zijn gebruik af te komen. Hij werkt nu als fastfoodmedewerker bij een horecabedrijf.

De officier van justitie is resoluut. Fijn dat het goed gaat met John, maar agenten beledigen mag niet. Ze eist 40 uur werkstraf.

Johns advocaat vindt het een beetje ‘flauw’ van de politie. Natuurlijk, er wordt weleens wat gezegd bij een aanhouding. Maar om daar dan meteen beledigd door te zijn.

Tot aan de hoogste rechterlijke instanties is geoordeeld over wat je wel en niet tegen de politie mag zeggen. Homo, dus zonder de toevoeging vuile of vieze, mocht van de rechtbank wel, maar van het gerechtshof niet. Een middelvinger opsteken? Beledigend. Een T-shirt met daarop het politielogo gespiegeld en het woord ‘corrupt’, mag niet. Fuck you zeggen, is meer dan een ‘uiting van frustratie en machteloosheid, het tast de eer en goede naam van de agent aan.

Maar klerelijer, vraagt de advocate, vuile klerelijer desnoods, is dat nou zo erg? Moet een agent zo’n opmerking niet gewoon als roos van zijn schouders kunnen kloppen?

Want zo’n verbale reactie is te verwachten, zegt ze. Zeker als de politie, die al een tijdje de ‘deal’ aan het observeren was, plotseling tevoorschijn komt en John en zijn dealer als het ware bespringt.

En trouwens, om van één incident, het afhandig maken van het bolletje, meteen twee strafbare feiten te maken (verzet én belediging), is ook een beetje kinderachtig. Want het eventuele gescheld viel, zegt zij, natuurlijk samen met het getouwtrek om het bolletje.

De rechter vindt ‘vuile klerelijer’ wel beledigend. En dat de belediging en het verzet gelijktijdig plaatsvonden, betekent volgens haar niet dat het maar één strafbaar feit oplevert. Optellend en aftrekkend, zegt de rechter, komt ze uit op de helft: twintig uur werkstraf. Als dank krijgt ze een witte lach.