Genetisch ombouwen van mensencel tot stamcel kan veiliger

Muizenembryo (links), waaraan vlak na de bevruchting IPS-stamcellen (groen) zijn toegevoegd. De IPS-cellen zijn zo ?stamcellig? dat ze volwaardig deel uitmaken van het embryo. (foto keisuke kaji / nature)
Muizenembryo (links), waaraan vlak na de bevruchting IPS-stamcellen (groen) zijn toegevoegd. De IPS-cellen zijn zo ?stamcellig? dat ze volwaardig deel uitmaken van het embryo. (foto keisuke kaji / nature) nature

Het maken van ‘embryonale’ stamcellen zonder daarbij embryo’s te gebruiken en vernietigen, is een techniek die in een jaar tijd zeer populair is geworden. En het kan nu veiliger, met minder risico op kanker (Nature online, 1 maart). De methode is daarmee wellicht veilig genoeg om in de toekomst patiënten te behandelen met de stamcellen.

Embryonale stamcellen kunnen zich tot alle weefsels ontwikkelen – ze zijn pluripotent. Zulke stamcellen zouden bruikbaar zijn om nieuwe huid of bot uit te laten groeien, of zelfs vervangende organen. Tot een paar jaar geleden konden pluripotente stamcellen alleen uit embryo’s worden gewonnen, die daarbij verloren gingen.

Eind 2007 ontwikkelden Japanse stamcelonderzoekers een methode om gewone mensencellen – huidcellen bijvoorbeeld – de eigenschappen van embryonale stamcellen terug te geven. De Japanners bouwden vier menselijke genen in de cellen die in normale weefsels ‘uit’ staan.

Dat maakt deze ‘geïnduceerde pluripotente stamcellen’ (IPS-cellen) in de toekomst interessant voor gebruik bij therapieën. Afgelopen jaar werden er al veel IPS-cellen gefabriceerd uit cellen van patiënten met een ziekte of aangeboren afwijking. Die IPS-cellen van zieken zijn nu populair om in het lab ‘live’ te volgen hoe zich uit de stamcellen zieke weefsels vormen.

Gevaarlijk aan de ingebrachte genen is dat het ‘hoofdschakelaars’ zijn bij de vorming van weefsels. Dat maakt twee van die vier genen tot potentiële kankergenen.

Canadese en Britse onderzoekers bezweren dat gevaar. Zij koppelden de vier genen en plakten de zo ontstane genentrein in een transposon. Dat is een stuk DNA dat zich in het genoom inbouwt en er ook weer uit te knippen is. De methode werkt nu in muizencellen.

Extra voordeel is dat ook de virussen die tot nu nodig zijn om de genen in te bouwen, niet meer nodig zijn. Virussen zijn onpraktisch bij therapieën. De veiligheidseisen voor labs zijn streng en in de kweekrecepten worden dierlijke cellen gebruikt. Hester van Santen