Expertdiscussies

Taalsterfte is niet erg

Wat is dat toch voor een vreemde romantische bevoogdingsdrang dat we alle mogelijke bewoners van oerwouden en onherbergzame dalen het liefst op hun natuurstaat zouden vastpinnen? Er is al menig antropoloog woedend geworden omdat we Braziliaanse Indianen het gebruik van aspirine hebben bijgebracht zodat ze bij hoofdpijn niet meer op wilde planten kauwen.

Maar in het geval van taalontwikkeling is het nog duidelijker dat de groei naar grote eenheden eigenlijk een zegen is. Zo vind ik het uitgesproken zielig voor jonge Friezen met literair talent dat de fundamentalisten van de Fryske Akademy hen aanzetten om hun gedichten en romans toch vooral in het Fries te schrijven, zodat hun lezerskring tot een paar duizend Friese fanaten beperkt blijft. Zelf vind ik het al erg genoeg dat enkele Nederlandse genieën als Achterberg en Nijhoff hun poëzie in een taal hebben geschreven die hun faam tot Nederland beperkte. En een A.F.Th. van der Heijden zou allang wereldberoemd en multimiljonair zijn als wij in Europa allemaal dezelfde taal hadden gesproken.

Waarom zouden wij ons met ons taalgebruik vrijwillig in een getto opsluiten ? Taal is net als geld een communicatiemiddel; in hoe meer landen je er mee terechtkunt, hoe handiger het werkt. En net zo goed als je Staphorster vrouwen zou gunnen dat ze bij mooi weer in opwaaiende zomerjurken konden rondfietsen, gun je de Ripuariërs dat ze zich overal in Duitsland verstaanbaar kunnen maken. Folklore is leuk en kan gehandhaafd blijven op jaarmarkten en in musea. Maar wereldburger zijn bevalt me nog veel beter.

Hans van den Bergh

Literatuur- en toneelwetenschapper.

Schaf bonussen helemaal af

Eindelijk wordt er, na decennia waarin allang bekend was dat bonussen juist averechts werken op de prestaties, gesproken over de noodzaak om ‘iets’ te doen aan het bonussenfestival. Maar wat ons zo verwondert is dat de roep vooral gaat om een eerlijkere bonusstructuur, wat vertaald wordt in het toekennen van lagere bonusbedragen. Daar gaat het fout: ook een klein beetje van iets dat niet werkt, werkt niet. Het feit dat een extrinsieke bonus de intrinsieke motivatie van een werknemer vernietigt geldt niet alleen voor grote bonussen maar ook voor kleine. Waarom nemen we niet de ultieme consequentie van alle misstanden rondom de geldelijke bonusbeloning en schaffen we de bonus helmaal af, nu direct en voorgoed?

Het heeft alleen maar voordelen. Het conceptuele voordeel: ik hoef mensen niet meer extra te belonen voor het doen van het werk waarvoor ik ze heb aangenomen en al een goed salaris betaal. Het morele voordeel: ik beledig mensen niet langer meer door te denken dat ze alleen maar in beweging komen als ze extra betaald worden. Het organisatievoordeel: ik hoef niet een ingewikkeld en kostbaar apparaat in stand te houden (of in te huren) om bonussen te monitoren. Het maatschappelijke voordeel: niet langer worden kortetermijnbelangen nagejaagd om toch vooral maar aan het einde van het jaar de bonus te verkrijgen. En vooral het motivatievoordeel: managers moeten nu op zoek naar echte waarderingsvormen en blijken van erkenning richting hun medewerkers en kunnen hun gebrek aan interesse in hun medewerkers niet langer verbloemen met geld. Op zijn hoogst kan nog een ‘frustratiebonus’ worden uitgedeeld aan mensen die vervelend en frustrerend werk doen dat niemand wil doen en waar het basissalaris niet erg hoog is, bijvoorbeeld schoonmakers of deur-tot-deur verkopers. Daar valt immers geen intrinsieke motivatie te vernietigen. Voor alle andere mensen geldt

voortaan: u krijgt een goed salaris, uw manager is echt geïnteresseerd in u, samen doen wij onze uiterste best omdat we het beste uit onszelf en uit onze mensen willen halen.

André de Waal en Paul Jansen

Respectievelijk associate professor Maastricht School of Management en directeur Center for Organizational Performance.

Dit zijn fragmenten uit expertdiscussies, te lezen via nrc.nl/expert.