Draaimolen van water

de proefjesfabriek

Water stroomt meestal van boven naar beneden. Dat komt door de zwaartekracht. Wat gebeurt er als je een emmer water op z’n kop houdt?

Wat heb je nodig?

Een emmer met een hengsel, water en een gootsteen

Wat moet je doen?

Vul de emmer met een laag water. Zwaai nu de emmer aan het hengsel met een vaart over de kop.

Help, denk je misschien, dan word ik nat. Maar is dat zo?

Hoe kan dat? Het water valt niet uit de emmer als je hem rond draait aan het hengsel. Dat komt doordat de emmer met water in een cirkel beweegt. De emmer én het water hebben daardoor steeds een snelheid in een bepaalde richting. Ze kunnen niet zomaar snelheid in een andere richting krijgen; daarvoor is een kracht nodig. Er werken drie krachten op de emmer en het water. Ten eerste de zwaartekracht die de emmer met water naar de grond trekt. Toch valt de emmer niet. Dat komt doordat je hem tegen de zwaartekracht in een flinke zwaai omhoog geeft met een tweede kracht. Als je de emmer zou loslaten, dan zou deze kracht ervoor zorgen dat hij nog even rechtdoor bewoog in dezelfde richting. Maar de emmer beweegt in een cirkel en dat komt door de derde kracht. Dat is de ‘middelpuntzoekende’ kracht, waarmee je met je arm aan de emmer trekt. Die kracht trekt de emmer met water steeds naar je toe en laat hem een cirkel beschrijven. Het resultaat is dat de emmer en het water niet vallen.

Met dank aan Arno Verweij van de website www.proefjes.nl. Zie ook:

www.nrc.nl/kleinewetenschap