'Daar gaat Geert over'

De Partij voor de Vrijheid groeit in de peilingen, Geert Wilders blijft in het nieuws. De partij die afgeeft op de gevestigde orde, is een geolied onderdeel van het Binnenhof. „Effectief en slim”, zeggen andere partijen. En: „Als we het eens zijn doen we zaken.”

Den Haag : 1.4.2008 Tweede Kamer debat over film Fitna van Wilders. © foto Roel Rozenburg
Den Haag : 1.4.2008 Tweede Kamer debat over film Fitna van Wilders. © foto Roel Rozenburg

Geert Wilders zit op dinsdagmiddag op zijn vaste plek in de Tweede Kamer. Relaxed, achterover, het ene been over het andere, leest hij de berichten op zijn mobiel. Hier zit de zwaar bewaakte parlementariër die elke dag met loeiende sirenes wordt afgezet bij een van de ingangen van het Binnenhof. Achter hem, in een uitwaaierende driehoek, zitten zijn acht fractiegenoten. Een vrouw, zeven mannen, keurig in pak. Met stropdas. Alleen Dion Graus heeft er geen, de kleine gedrongen dierenvoorvechter met het halflange haar.

De PVV, ruim twee jaar geleden de opvallende, rechtse nieuwkomer, lijkt er helemaal bij te horen. CDA’er Henk Jan Ormel loopt even langs Graus voor een praatje. Dat Graus hem ooit „een beginnend lijder aan Alzheimer” noemde is allang weer vergeten. Een PvdA-lid staat even met Martin Bosma te kletsen, een CDA’er schiet Wilders even aan.

De Tweede Kamer is bijeen voor het wekelijkse vragenuur. Helaas voor de partij heeft de voorzitter beslist dat de vragen van Dion Graus over de dood van olifant Annabel niet in het vragenuur komen. De PVV had het graag gewild, want het is een onderwerp met hoge gevoelswaarde.

Dan begint de ‘regeling der werkzaamheden’, een belangrijk moment voor met name de oppositiepartijen. Hier worden spoeddebatten geregeld, ministers naar de Kamer geroepen, brieven van het kabinet gevraagd. Zo kunnen de partijen hun politieke punten scoren. Wie na een nieuwsfeit het eerste bij het presidium aan de bel trekt, mag een kabinetslid naar de Kamer roepen. Deze dag zijn het weer twee PVV’ers die een debat aanvragen. En in beide gevallen – over de verkoop van Essent en over een uitspraak van het Europees Hof over de immigratie van Turken – lukt het om de benodigde steun te krijgen van een andere fractie. Instemmend knikt Geert Wilders naar zijn collega’s als ze na hun geslaagde actie bij hem langslopen. VVD-leider Mark Rutte stapt naar voren. Hij wil snel een debat met de minister-president over „een collega” die Groot-Brittannië niet in mocht. De regering heeft een aangenomen motie niet uitgevoerd om hier bij de Britten bezwaar tegen te maken. Rutte krijgt steun.

Weer een debat over Geert Wilders. Weer zal Geert Wilders in de schijnwerpers staan, met dank aan een van zijn grote politieke concurrenten. Weer zal Geert Wilders zich kunnen profileren als voorvechter van de vrijheid van meningsuiting.

Geert Wilders heeft zich ontwikkeld tot verreweg het bekendste Kamerlid. In de politieke arena is zijn PVV een factor van betekenis. De partij wint aan populariteit, zeggen opiniepeilers, vooral sinds de beslissing om hem strafrechtelijk te vervolgen voor mogelijk discriminerende uitlatingen en de weigering van Groot-Brittannië om hem toe te laten. Opiniepeiler Maurice de Hond meldde afgelopen weekend dat de PVV de grootste partij zou worden, met 27 zetels.

Andere peilingen zijn minder positief voor Wilders. De Politieke Barometer zet de PVV nu op 20 zetels, NIPO op 14. Het zijn maar peilingen, zegt elke politicus, zeker degene met wie het even wat minder gaat. Bovendien, zo heet het, is het electoraat sinds 2002 op drift. Het kan allemaal zo weer anders zijn. Maar nu Verdonk is weggezakt, is Wilders de man ‘op rechts’ die de meeste stemmen lijkt te krijgen.

Hoe functioneert de PVV? De vraag is niet eenvoudig te beantwoorden. Eens meelopen met zijn fractie om te zien hoe afwegingen worden gemaakt, een fractievergadering bijwonen, een gesprek over de partij en de politieke strategie? Het zal niet lukken. Mediaverzoeken waar Wilders geen direct belang in ziet, slaat hij resoluut af. Fractieleden zijn te spreken. Maar alleen over hun portefeuille, niet over het functioneren van de partij. „We willen met onze standpunten in het nieuws, niet met een artikel over onze partij”, zegt Fleur Agema, de nummer twee van de PVV. Uiteindelijk vertelt ze voorzichtig over de fractie en de partij. Maar ze zegt ook een paar keer: „Daar gaat Geert over.”

Er is ook een andere manier om waar te nemen hoe Wilders’ partij opereert: tijdens de openbare debatten in de Tweede Kamer. Dan valt op dat de partij die zich als anti-establishment presenteert, fanatiek alle parlementaire middelen gebruikt die er zijn: mondelinge vragen, schriftelijke vragen, het aanvragen van spoed- of interpellatiedebatten. Bij bijna elk debat zijn ze aanwezig.

Fleur Agema, Hero Brinkman en Martin Bosma zijn de belangrijkste fractieleden rond Wilders. Agema is vicefractievoorzitter, Brinkman scoort na Wilders de meeste publiciteit met zijn strijd tegen de Antillen („corrupt as hell”) en Bosma schrijft mee aan speeches en opiniestukken, en denkt het meest mee over de strategie. Maar ook de anderen zijn vasthoudend in debatten, kiezen vaak één punt om op te hameren. Tegenargumenten vallen op harde rotsgrond. U bent het er niet mee eens? Jammer dan, dan moet u geen PVV stemmen. En dat met rechttoe-rechtaan en soms plat taalgebruik. Zo moet Balkenende „zijn ballen laten zien”, een brief van een zorginstelling is „gelul” en het kabinet is „laf”.

De PVV is een klassieke oppositiepartij, die elke gelegenheid aangrijpt om tegen het kabinet te ageren. Extreem-rechts, zeggen sommigen. Conservatief-liberaal is een beter etiket, vinden anderen. De partij heeft het gevaar van de islam tot voornaamste politiek item gebombardeerd, noemt Marokkaans-Nederlandse probleemjongeren „moslimkolonisten”, wil geen miljarden meer betalen aan de Europese Unie, wil stoppen met ontwikkelingshulp, wil een vlaktaks invoeren die ongunstig is voor lage inkomens. Een klassieke rechtse partij is het in elk geval niet. De gezondheidszorg zou een miljard extra moeten krijgen. De monarchie is niet heilig.

Dinsdag 3 februari. Zoals elke week kijken zo’n honderdduizend mensen live mee met het vragenuur. Een CDA-Kamerlid ondervraagt minister Donner (Sociale Zaken, CDA) over een speciale cao voor Poolse uitzendkrachten. Er ontspint zich even een ingewikkelde discussie over wetgeving, dispensatie en arbeidsvoorwaarden met Donner. Dan komt PVV’er Sietse Fritsma naar de microfoon. Die houdt de zaken simpel. Voor de Polen moeten de grenzen weer dicht. „De openstelling was, is en blijft een fout.” Donner, kortaf: „Ik heb al zo vaak gereageerd op uw standpunt, dat die reactie bekend mag worden verondersteld.” Fritsma dringt niet aan. Hij heeft zijn punt gemaakt.

Of Fleur Agema in een debat over wantoestanden bij Philadelphia, een instelling voor gehandicaptenzorg. Ze haalt uit naar de managers. „Graaien, graaien en belangrijke mijnheren spelen”, roept ze met haar scherpe stem. „De cowboys in de zorg kunnen voorlopig hun gang gaan, en de Kamer hobbelt er rustig achteraan.”

Voortdurend dienen fractieleden moties in en stellen mondelinge en schriftelijke vragen aan bewindslieden. Dat doet de PVV bijna net zoveel als de SP, terwijl die fractie 25 leden telt. De PVV-moties, in 2008 bijna 400, worden zelden aangenomen, omdat de partij „nooit water bij de wijn wil doen”, zegt Agema. De fractieleden en hun medewerkers houden websites, televisie en kranten in de gaten om als eerste vragen te kunnen stellen. Als er een bericht is dat er een Rotterdamse wijk in Marokkaanse stijl wordt gebouwd, dan liggen de vragen meteen op het bureau van de minister van Integratie. Als Sesamstraat zendtijd moet opofferen voor een multicultureel programma, vraagt de PVV opheldering. Maar het kan ook gaan over loverboys, dierenleed door vuurwerk en ouderen die in een verpleeghuis 24 uur dezelfde luier aanhebben. En er werden goed geïnformeerde vragen ingediend over de ingewikkelde tweede reddingsactie van ING.

De PVV bemoeit zich met meer dan alleen ‘het gevaar van de islamisering’. Wilders kondigde vorig jaar na het verschijnen van zijn anti-Koranfilm Fitna aan dat hij de PVV wilde verbreden. Dat de partij ook andere standpunten naar voren moest brengen bij het grote publiek. Agema erkent dat dat moeizaam gaat. Brinkman lukte het een paar keer met de Antillen, maar verder domineert Wilders met zijn islamstandpunten het nieuws over de PVV. Agema: „Wat Geert doet is onze corebusiness. Het is lastig om andere onderwerpen voor het voetlicht te brengen.”

De politieke concurrentie is unaniem: de PVV heeft voor een heldere manier van oppositievoeren gekozen en dat doen de negen fractieleden eigenlijk allemaal goed. Wilders heeft „een mooie keurbende gesmeed”, zegt CDA’er Jan Schinkelshoek. „Ze zijn effectief en slim”, zegt GroenLinks-leider Femke Halsema. „Ze zijn gewoon erg goed”, zegt SP’er Ronald van Raak. „Ze weten waar ze het over hebben”, zegt VVD’er Fred Teeven. Maar ze zeggen ook: „Ze zijn ruw, ik vind te ruw”, meent Schinkelshoek. En Halsema: „Ik vind ze soms vulgair en grof.” Van Raak stelt: „Het is erg zielig dat een olifant verongelukt, maar je zult ze niet horen over zoiets fundamenteels als milieuvervuiling.” Hij noemt de PVV „een extreem neoliberale partij die op sommige terreinen de apartheid wil invoeren.” Femke Halsema vindt de partij extreem-rechts waarbij ze beklemtoont daarbij niet een vergelijking met fascisme of nazisme te trekken. „De PVV wil dragende elementen uit de rechtsstaat halen, zoals het recht op een eerlijk proces, ze tornt aan religieuze rechten van moslims, stigmatiseert. De meeste politici zijn reformisten, willen hun doelen geleidelijk bereiken. Wilders is een revolutionair.” Hij is volgens haar Vlaams Belang-leider Philip de Winter rechts gepasseerd. Schinkelshoek wil geen etiket op de PVV plakken. „Dat vertroebelt meer dan het verheldert. Ze hebben rechtse standpunten. De PVV vertolkt de onvrede van een deel van de samenleving, het deel dat de verlokking van het eenvoudige antwoord niet kan weerstaan.”

Wat is het antwoord van de gevestigde politiek? Worstelen ze met Wilders en de PVV? Halsema: „Ik worstel niet. Hét antwoord is er niet. Elke partij moet zijn antwoord geven, zeker niet gezamenlijk. Je moet Wilders niet isoleren. Wij zijn het gewoon over alles oneens, en gaan elke keer een prettig debat met hem aan.” En als de PVV een keer een goede motie heeft, dan steunt GroenLinks die. De SP benadert de PVV ook pragmatisch. „Als we het eens zijn, doen we zaken.” CDA’er Schinkelshoek maakt zich wel zorgen, meer over het feit dat het electoraat zo op drift is dan over de recente groei van de PVV. „De coalitie moet laten zien wat zij waard is. We hebben wel geworsteld hoe we moesten reageren op Fitna. Nu gaan we gewoon met de PVV in debat als we dat nodig vinden.”

Maar dat debat is vaak geen debat. De collega-Kamerleden vinden allemaal dat de PVV niet werkelijk discussieert. De fractieleden zijn vaak weinig geïnteresseerd in de mening van een ander, zeggen ze. De PVV smeedt zelden een compromis, toch noodzakelijk om echt invloed te hebben in Nederland coalitieland. Schinkelshoek: „Ze gebruiken de Tweede Kamer als politiek café.” Hij vindt net als Halsema dat de PVV niet echt uit is op het controleren van het kabinet. Fleur Agema reageert verbaasd: „Ik vraag voortdurend naar de resultaten van beleid. Maar als ik wil weten wat er precies met jeugdzorgmiljoenen is gedaan, dan krijg ik die gegevens niet.”

De Partij voor de Vrijheid bestaat sinds februari 2006. De geboren Limburger Geert Wilders maakt dan bekend onder die naam mee te doen aan de parlementsverkiezingen. In 2004 is het retorisch begaafde Kamerlid uit de VVD gestapt. Sindsdien vormt hij een eenmansfractie. Hij beseft meteen dat hij er alles aan moet doen om „LPF-toestanden” te voorkomen. Geruzie en intern gedoe hadden die partij kapotgemaakt. Daarom gaat hij voorzichtig te werk in het zoeken van kandidaten.

Samen met zijn toenmalige medewerker Martin Bosma en enkele tot nu toe onbekend gebleven externe personen voert hij gesprekken met de tientallen mensen die zich hadden aangemeld. Ook kiest hij vrienden en bekenden uit, zoals zijn jeugdvriend uit Venlo Teun van Dijck en Dion Graus die voor de Limburgse televisie een realitysoap over hem had gemaakt. Televisieregisseur Geert Tomlow, die jarenlang in Hilversum heeft gewerkt en later door Wilders als twaalfde op de lijst is gezet, geeft de kandidaten mediatraining. Hij leert ze hun stem beter te gebruiken, hoe je je zinnen het beste voor de camera kunt construeren, hoe je lichaamstaal het beste is.

Hun keuze voor de partij heeft wel consequenties, zeggen PVV’ers. Een fractielid vertelde vorige jaar: „Als ik na 2011 niet meer gekozen word, vind ik natuurlijk nooit meer een baan.” Recentelijk zei hij: „Ik geloof dat we iets meer geaccepteerd worden als normale partij.” Een ander fractielid kreeg van zijn schoonfamilie te horen dat ze hem niet meer dulden op verjaardagsfeesten, wegens zijn politieke keuze. Tomlow merkte het ook. „Ik was laatst op een reünie van de VARA, en er waren mensen die niet meer met me wilden praten. Ze zagen me als de huis-NSB’er. Bij één familielid mag ik niet meer komen.” Tomlow vertrok uit Hilversum en begon een mediabedrijfje in Den Haag waarmee hij nu „een kleine boterham” verdient.

De ‘keurbende van Wilders’ functioneert sinds de verkiezingen zonder gedoe, zonder ruzies, althans niet in de openbaarheid. Fractieleden beseffen dat ze afhankelijk zijn van hun leider. Het CDA is met de strakke fractieorganisatie het grote voorbeeld. Zelden is sprake van soloacties of onverwachte en onverstandige uitspraken in de media over partijaangelegenheden. Over Fitna lekte vooraf niets uit. „Onder Wilders heerst een ijzeren discipline. Geert is af en toe wel een schoolmeester, eigenwijs ook. Hij heeft het heel strak geregeld”, zegt Tomlow die af en toe nog contact heeft met de fractie. Fleur Agema: „IJzeren discipline? Dat hebben we onderling. We komen afspraken na. Dat heeft Geert ons goed bijgebracht. Niemand wil gedoe.” Voordeel voor de PVV is dat met negen fractieleden iedereen een mooie, zware portefeuille heeft. Als de partij daadwerkelijk groeit, is de kans op ontevreden fractieleden en daarmee op ‘gedoe’ groter.

De Partij voor de Vrijheid is geen echte partij. Er is maar één lid: Geert Wilders. Ook zijn fractiegenoten kunnen geen lid worden. Partijdemocratie is er dus niet. Hij beslist wie op de kandidatenlijst komt, zoals binnenkort voor de Europese verkiezingen. Vragen daarover gaat Wilders uit de weg. Zijn fractieleden vinden het geen probleem. „Daar maken alleen linkse journalisten zich druk om.” De kiezer kan toch één keer per vier jaar een keuze maken. Klaar. Fleur Agema vindt het prima dat de PVV in feite een eenmanspartij is: „We zijn een heel democratische fractie.” Of de partij moet veranderen? „Dat zullen we zien. We willen in ieder geval geen toestanden.” Met een echte partij heb je toch beter contact met je achterban? „Onzin, ik heb heel goed contact met mensen. We krijgen ongelofelijk veel mail. Ik nodig hier elke maandag mensen uit. Lobbyisten zijn ook welkom. Ik heb hier de hele antirooklobby langs gehad.”

Maandagavond 16 februari. Het regent urenlang. In Waddinxveen is de Stationstraat afgesloten, tientallen politieagenten houden de wacht. De PVV houdt in het zalencentrum Het Trefpunt haar eerste partijbijeenkomst sinds de verkiezingen. Circa veertig antifascisten houden een antidemonstratie. Journalisten zijn niet welkom. Voor hen is vijftig meter van de ingang een persvak ingericht. Geert Wilders reageert niet op een sms met de vraag waarom een politicus die zich opwerpt als voorvechter van de vrijheid van meningsuiting, een partijbijeenkomst besloten houdt.

Een dag later vertelt hij in het Kamergebouw dat de bijeenkomst in Waddinxveen „geweldig” was. Is de volgende bijeenkomst in Venlo wel openbaar, zoals zijn voorlichter heeft gezegd? Wilders: „Heeft hij dat gezegd? Dat is niet zo.” En mogen zijn sympathisanten binnenkort lid worden van zijn partij? „Nee”, zegt Wilders. Hij doet het, zoals vaak, af met een grap. „Nee, ze mogen wel lid worden van de NRC, al zal ik het ze niet aanraden.”

Het is gebruikelijk dat politici congressen van andere partijen bijwonen. Fred Teeven, die binnen de VVD de taak heeft om de PVV in de gaten te houden, vroeg aan Hero Brinkman en Raymond de Roon of hij te gast mocht zijn op partijbijeenkomsten. Natuurlijk, zeiden ze. Maar Teeven kreeg toch een mailtje dat zijn aanwezigheid in Venlo niet gewenst is. „Dat is toch bezopen. Wat hebben ze te verbergen?”

Zo heeft de PVV twee gezichten. De partij grijpt elke mogelijkheid aan om te debatteren, maar echt debatteren gebeurt niet. De PVV heeft de vrijheid van meningsuiting hoog in het vaandel, maar roept op tot het verbieden van een boek (de Koran) en houdt partijbijeenkomsten besloten voor pers en politici. De PVV wil niet bij de gevestigde orde horen, maar onder leiding van de ervaren Wilders heeft de fractie zich snel ontwikkeld tot een goed geolied onderdeel van het Binnenhof.

Maar houdt Wilders het als alleenheerser vol als de partij blijft groeien? En wat als de PVV coalities moet smeden en dus compromissen moet sluiten? Wilders heeft er het volste vertrouwen in. Wat hem betreft worden de verkiezingen morgen gehouden. „Dan ben ik de volgende minister-president.”