Coalitie is nog lang niet klaar met crisis

Met dagelijks overleg op het Torentje werkt de coalitie aan een huzarenstuk. Het regeerakkoord moet grondig worden herzien.

Minister Verhagen (Buitenlandse Zaken, CDA) praat met de pers. Het kabinet overlegde gisteren met de fractievoorzitters over de economische crisis. Foto Roel Rozenburg Den Haag : 6.3.2009 Gespreksronde kabinet met fractievoorzitters over financiele crisis. De ministers Ter Horst, Bos en Verhagen na afloop van de ministerraad. © foto Roel Rozenburg
Minister Verhagen (Buitenlandse Zaken, CDA) praat met de pers. Het kabinet overlegde gisteren met de fractievoorzitters over de economische crisis. Foto Roel Rozenburg Den Haag : 6.3.2009 Gespreksronde kabinet met fractievoorzitters over financiele crisis. De ministers Ter Horst, Bos en Verhagen na afloop van de ministerraad. © foto Roel Rozenburg Rozenburg, Roel

Tussen twaalf en zes uur komen ze deze zaterdag weer bij elkaar: de onderhandelaars van de coalitiepartijen PvdA, CDA en ChristenUnie onder voorzitterschap van premier Jan Peter Balkenende. „De grootste uitdaging in tachtig jaar”, noemt Wouter Bos de opdracht om tot een pakket crisismaatregelen te komen, want stimuleren is slecht voor de schatkist en bezuinigen is slecht voor de economie.

De partijleider en minister van Financiën van de PvdA is de eerste om toe te geven dat hij van provoceren houdt, maar het is de vraag of Bos in dit geval overdrijft. Want de coalitiepartijen staan voor de taak binnen een week met een grondige revisie van het regeerakkoord te komen. Niet in de beslotenheid op een landgoed in Friesland, zoals tijdens de formatie, maar middenin de schijnwerpers van het Binnenhof, met een zittend kabinet waarbij ministers voor de belangen van hun departement opkomen.

In het onderhandelingsspel is het CDA tot nu toe dé onzekere factor. De PvdA is vaak de verdeelde partij, maar dit keer lijken de grootste tegenstellingen binnen het CDA te leven. „Je hebt de fractie, je hebt Balkenende en je hebt Donner die zich ook in een crisissituatie aan de regels wil houden”, schetst een betrokkene bij de onderhandelingen. De CDA-fractie zou meer willen bezuinigen dan Balkenende. Minister Donner zou de traditionele rolverdeling tussen Sociale Zaken en Financiën omdraaien. Normaal gesproken zit de schatkistbewaarder de minister van Sociale Zaken op de huid om te voorkomen dat hij te veel uitgeeft.

Vervolg Kabinetsberaad: pagina 3

Vrijdag dertiende is deadline

Ditmaal moet de sociaal-democraat Bos moeite doen om zijn collega te weerhouden de begrotingsregels toe te passen. Bos wil niet dat Donner het geld voor alle overschrijdingen op zijn departement zelf gaat zoeken, met versobering van uitkeringen als gevolg.

Anders dan bij normale coalitieonderhandelingen ontbreken ditmaal middellangetermijnprognoses van het Centraal Planbureau (CPB) of actueel nagerekende verkiezingsprogramma’s. Het inmiddels beruchte lijstje van mogelijke maatregelen van topambtenaar Gerritse vindt voornamelijk zijn oorsprong in twee epistels uit 2006: de economische effecten van verkiezingsprogramma’s – een analyse van het CPB – en een rapport van de studiegroep Begrotingsruimte, de vaste ambtelijke werkgroep die adviezen geeft voor een volgende kabinetsperiode. Daarmee staat het hele financieel-economische bestel ter discussie: van AOW tot afschaffing van de basisbeurs voor studenten, van meer eigen risico en marktwerking in de zorg tot versobering van de AWBZ, van aanschaf JSF tot het snijden in de werkloosheidsuitkeringen.

Nu al is duidelijk dat de gaten op de begroting ongekend groot zijn. Het ziet ernaar uit dat zelfs na drastische ingrepen en na miljardenbezuinigingen de overheidsfinanciën in 2015 – het einde van de reguliere zittingstermijn van het volgende kabinet – nog lang niet in evenwicht zullen zijn. Dat hoort ook bij de crisis; moeizame en pijnlijke beslissingen nemen en dan nog blijft het eindresultaat zorgwekkend. Put maar de moed uit de wetenschap dat het anders nog veel erger zou zijn. Hamvraag is: welke misère is van blijvende aard? Is er een deel van de welvaart dat nooit meer terug zal keren? Want dat kan de overheid nooit goedmaken.

De tijdsdruk op de crisismanagers is groot. Vrijdag de dertiende is de deadline. Lukt dat niet, dan loopt er heel veel in de soep, zei Bos deze week, zonder te specificeren waarom. Maar het is niet moeilijk te bedenken waar de risico’s liggen. Volgende week zaterdag is er een PvdA-partijcongres. Daar kunnen oproepen en moties de politieke speelruimte van de PvdA-onderhandelaars in Den Haag inperken. De week erop kan hetzelfde gebeuren: dan houdt het CDA een congres.

Het kabinet moet de tijd efficiënt gebruiken. De onderhandelaars nemen beslissingen over alle begrotingen. Daarna zal Bos per vakminister de afspraken over intensiveringen, ombuigingen en hervormingen moeten preciseren.

De reserves die sommige CDA’ers jegens Bos hebben, maken het er niet makkelijker op. In de week dat zijn voorganger Gerrit Zalm zijn memoires publiceerde, wordt er wel gemijmerd over een wereld zonder Bos. „We verlangen terug naar Gerrit, die maakte er tenminste een gezamenlijk project van. Bij Wouter Bos is alles politiek”, vertelt een CDA’er. De vraag is of dat alleen terug te voeren is op een andere politieke stijl. Zalm had het ook makkelijker; hij hoefde het ministerschap niet te combineren met een partijleiderschap. Zo kunnen de dubbelfuncties van Bos nu voor een extra complicatie zorgen.

Maar crisissituaties kunnen ook verbroederen. Neem de gezamenlijke kritiek op De Nederlandsche Bank (DNB). In Den Haag hebben de centrale bankiers de afgelopen weken achter de schermen duidelijk laten blijken niet gecharmeerd te zijn van hervormingen op de lange termijn, hoe goed die ook kunnen zijn voor de overheidsfinanciën. Structurele maatregelen zouden volgens DNB te veel het het vertrouwen verder aantasten. Maar de coalitie ziet juist hierin de reden te hervormen: om het vertrouwen van de burger te schragen. Ook veel economen zijn positief verrast door de politieke gevolgen van de crisis. Taboes zijn bespreekbaar geworden, taboes die soms decennialang buiten de politieke arena bediscussieerd worden. Met stip op één: de vergrijzing van de samenleving die een groeiend beslag legt op de collectieve middelen.

Qua hervormingen lijken de besprekingen van deze week veel op de coalitiebesprekingen voor de periode 2011-2015. Want de belangrijkste afspraken die nu gemaakt moeten worden, hebben veelal betrekking op kabinetten na Balkenende IV. De kunst zal zijn om gevoelige veranderingen nog aan het eind van deze periode door te voeren. Het is ongebruikelijk dat een nieuw kabinet zulk beleid direct na aantreden terugdraait. Een topambtenaar: „Als je hier doorheen komt, waar kom je dan met dit kabinet niet doorheen?”