Bitterkoekjes

eten

Het gevaar loert overal, maar bitterkoekjes zullen toch geen bedreiging voor de volksgezondheid vormen? De zo onschuldig ogende bitterkoekjes staan vanouds symbool voor het huwelijk, waarin het zoet het bitter altijd de baas behoort te zijn.

Recepten voor bitterkoekjes vermelden naast de gangbare ‘zoete’ ook bittere amandelen als ingrediënt. Wie via internet op zoek gaat naar een verkoopadres stuit op verontrustende waarschuwingen van de Voedsel- en Warenautoriteit tegen het eten van bittere amandelen. Ze bevatten blauwzuur en als je pech hebt met een hoge concentratie kunnen vijftien bittere amandelen al tot de dood leiden. Dat zou pas een wrang symbool voor het huwelijk zijn.

Toch zijn bittere amandelen een onmisbaar bestanddeel van het betere bitterkoekje. Maar aan de bereiding van het inferieure bitterkoekje dat doorgaans in de supermarkt in hersluitbare stazakken is te krijgen en waarbij de aangename trekkerigheid is verkeerd in een kaakkramp veroorzakende taaiheid, komen zoete noch bittere amandelen te pas. De edele, doch mogelijk gevaarlijke ingrediënten zijn in dit soort bitterkoekjes vervangen door wittebonenmeel, een gangbaar surrogaat voor amandel. Er zitten ook gemalen abrikozenpitten in die voor de bittere toon in de smaak zorgen. Laat de Voedings- en Warenautoriteit nu ook voor abrikozenpitten de alarmbel doen rinkelen.

De waarschuwingen blijken om het gebruik van rauwe amandelen en abrikozenpitten te gaan. Bij stevige verhitting, en bij het bakken van bitterkoekjes is dat het geval, neemt de hoeveelheid gif drastisch af en komt die ruim onder de gevarengrens. Toch blijft het vreemd dat op een Amsterdamse markt, zonder enige waarschuwing, het veelvoud van een mogelijk dodelijke dosis probleemloos te verkrijgen is. Zo kunnen zowel de thuisbakker als de gifmenger aan de slag.

Het thuisbakken valt nog niet mee. Het recept is simpel genoeg – een ons gemalen bittere amandelen, twee ons gemalen zoete amandelen, zes ons suiker en een eiwit gemengd, afgeplatte bolletjes op een bakplaats en een klein half uur in een oven op 200 graden – maar het resultaat is niet geweldig. De smaak is in orde, maar nu eens lopen ze uit op amandelkrulformaat, dan weer zijn ze van buiten al bruin en van binnen nog slap. Maar we blijven proberen, tot het bittere einde.