Binnen vijf dagen Turk

Nieuw zijn in Istanbul, dat betekent je een weg banen langs de goed bedoelende schoenpoetsers, chauffeurs en straatverkopers. En onderweg zorgen dat je niet te veel geld uitgeeft.

Ik ben nieuw in de stad en ze ruiken het. De schoenpoetsers, de straatverkopers, de taxichauffeurs en andere sjoemelaars zien me handenwrijvend uit de verte aankomen: hier komt de wandelende kassa van Istanbul. Met zeven jaar Afrika op zak dacht ik vertrouwd te zijn met de ongeschreven wetten van de straat en zijn oplichters. Na de eerste dagen in de metropool besef ik: ik weet niks.

Op dag één was er de gezette schoenpoetser die me gehaast inhaalde en in het straatgewoel zijn borstel op de tegels liet vallen. Het was een gure dag maar de stad was mooi en iedereen aardig, dus ik bukte en gaf de borstel met een Hollandse glimlach terug aan de hardwerkende sloeber. Schoenpoetser antwoordde met een grijns onder een indrukwekkende snor en nodigde me met een buiging uit voor zijn bedankje: een poetsbeurt. Hij gooide vliegensvlug wat klodders bruine smurrie op het leer, borstelde twee keer en hield zijn hand op: 8 lira alsjeblieft. 4 euro. Dat leek me wat veel voor de vriendendienst die ik hem in eerste instantie had bewezen, maar ik waardeerde zijn ondernemerschap en betaalde grif.

„Prutser”, lachte de kennis die zes maanden langer in de metropool is. „Hij had je bij de veter.” Volgens hem regende het borstels in de stad, met name bij de toeristische trekpleisters. De reisgidsen zouden vol staan met waarschuwingen over dit soort trucs, maar ik ben geen toerist, vind ik, en lees geen reisgidsen.

Het vernuft maakt indruk. Aan stoplichten in Afrika verdringen kinderen in lompen, blinden en kreupelen elkaar, meestal met dezelfde boodschap: „Ik heb niks te eten, help.” Turkse bedelaars zijn servicegericht, verkopen zakdoeken, kauwgum of pennen in ruil voor de aalmoes. Op de tweede avond in de stad brak een helse regenbui los boven de Bosporus. In de winkelstraten verschenen meteen tientallen verkopers met paraplu’s, die gretig aftrek vonden bij de drijfnatte winkelaars.

Op dag drie was er de vriendelijke taxichauffeur die me in het spitsuur naar een naburige wijk zou brengen. Taxichauffeurs, daar was ik voor gewaarschuwd. Tarief 1 was voor de Turken, tarief 2 voor de toeristen, had ik gehoord. Maar ik zag geen 1 en geen 2 op de meter, alleen een tikker die aanmerkelijk sneller liep dan de taxi op de dichtgeslibde verkeersader in het centrum. „40 lira”, zei de chauffeur, na de drie kwartier die we nodig hadden om 5 kilometer af te leggen. Dat was veel maar de rit duurde ook lang, dus ik betaalde grif. „Prutser”, lachte de kennis weer. „Hij had je bij de veter”.

Op dag vier begonnen me de heren op te vallen, die me vanaf dag één hadden lastiggevallen in de drukste winkelstraat van de metropool, de Istiklal Caddesi. Het waren goedgeklede mannen, deze heren. In bijna accentloos Engels vroegen ze me naar de tijd van de dag, naar de bestemming van mijn wandeling of gewoon recht voor zijn raap: „Ga je mee een biertje drinken”. Ik wuifde het aanbod telkens vriendelijk weg en lachte om de man die me op dezelfde dag tweemaal om de tijd vroeg, zonder me te herkennen.

Een kennis gaf toe dat hij in een dronken bui wel eens was ingegaan op het verzoek. Hij was terechtgekomen in een bar vol mooie vrouwen, die hem een bier voor de neus zetten en een rekening van 400 euro. Toen hij weigerde te betalen, draaiden de kleerkasten aan de bar zich om, om het verzoek om betaling kracht bij te zetten. Hij betaalde grif. „Prutser”, zei ik.

Op dag vijf kreeg ik mijn persaccreditatie. „Bram Vermeulen, NRC Handelsblad, Muhabir.” Journalist”. Ik had een pas, dus ik bestond. Opgetogen wandelde ik van het Directoraat voor Pers en Informatie naar de Galata-brug. Een schoenpoetser stond met mij in aantocht op en begon te hollen. Een borstel viel op het beton. Ik stapte er overheen en wisselde een korte blik met de schoenpoetser. Er lag gespeelde teleurstelling in zijn ogen, waarachter ik een vleugje respect dacht te zien. Ik was ervaren, en hij wist het. Mijn integratie in Turkije is begonnen.

Dit is de eerste bijdrage van onze nieuwe correspondent in Turkije.