'Bernhard kwetst en heelt op hetzelfde moment'

De toneelgroepen Stan en Dood Paard spelen momenteel allebei stukken van Thomas Bernhard: „Het zijn eenzame mensjes met grote dromen.”

Femke Heijens en Manja Topper in Thomas Bernhards ‘Ritter, Dene, Voss’ van Dood Paard Foto Sanne Peper
Femke Heijens en Manja Topper in Thomas Bernhards ‘Ritter, Dene, Voss’ van Dood Paard Foto Sanne Peper Peper, Sanne

Toneelhaat. Theaterwalging. Toneelspeelsters die „podiumgekwetter” veroorzaken. Een acteur die zegt: „Ik haat theater, niets vind ik weerzinwekkender.” Het werk van de Oostenrijkse schrijver Thomas Bernhard (1931-1989) is doortrokken van afkeer van alles wat met het toneel te maken heeft. Toch behoort hij tot de in Nederland meest gespeelde na-oorlogse auteurs.

„Het is heerlijk om je collega-actrice, je ‘toneelzuster’ zoals Bernhard het noemt, te beledigen”, zegt actrice Manja Topper van het gezelschap Dood Paard. Vanavond gaat hun versie van Bernhards befaamde stuk Ritter, Dene, Voss (1986) in première. „Als toneelspeler praat je vaak over je collega’s. Die onderlinge wedijver en zelfs jaloezie verwoordt Bernhard openlijk. Dat werkt bevrijdend”.

De opvallende titel verwijst naar drie befaamde acteurs van het Weense Akademietheater aan wie Bernhard zijn stuk wijdt. Het zijn Ilse Ritter, Kirsten Dene en Gert Voss. De toneelschrijver noemt hen „intelligente acteurs” en met zijn bekende, heerlijke jennerigheid diskwalificeert hij zo tal van andere spelers. Die zijn „dom”.

Acteur Damiaan De Schrijver van het Vlaamse gezelschap Stan brengt Brandhout. Een irritatie. Dit is een toneelbewerking van de roman Holzfällen. De Schrijver vertolkt hierin een man die op een kunstzinnig diner is uitgenodigd, waar een vooraanstaand acteur wordt verwacht. De toneelspeler komt niet opdagen, zelfs niet ver voorbij middernacht. Dit geeft De Schrijver, bijgestaan door souffleuse Sara De Roo, alle aanleiding zijn gal te spuwen op de verwaandheid en het dilettantisme van acteurs. De Schrijver: „De toneelhaat van Bernhard getuigt van een vergeestelijkte vorm van humor. Acteurs beschouwen het roddelen als een perfect tijdverdrijf, en Bernhard cultiveert die onderlinge naijver. Hij kwetst en heelt tegelijkertijd. Zijn spot is zelfspot. Zijn zinnen zijn voor een acteur een geschenk, mits je de juiste timing hebt. Het is alsof ik met mijn kop tegen een muur ram. Die muur trilt. Maar mijn lichaam ook.”

Alle kleine en grote gezelschappen uit Nederland en Vlaanderen hebben Bernhard gespeeld, van Maatschappij Discordia tot De Appel en Het Nationale Toneel. Gevestigd of anarchistisch, trouw aan de tekst of juist een baldadige vorm: Bernhards toneelwerk is op onnavolgbare wijze geschikt voor uiteenlopende stijlen. Volgens acteur Benny Claessen, Voss in Ritter, Dene, Voss, lijkt het wel een stuk uit 1886. „De verstikkende Weense burgerij die hij portretteert met de zusters, gevangen in het ouderlijk huis, lijkt van zo lang geleden. In dat opzicht is het ook een ouderwets stuk. Daarbij past een speelstijl die ook op ouderwetse wijze retorisch is.”

Manja Topper vertolkt Kirsten Dene, de zuster die een toneelrol ambieert als blinde die slechts twee minuten op is. Dat wekt de zusterhaat van Femke Heijens als Ilse Ritter. Het stuk is volgens Topper „pure oorlog met taal, emoties en gevoeligheden”. „Voor ons gaat het over bevrijding uit familiebanden die nooit verbroken kunnen worden. Die giftige verhouding tussen broer en zusters is ook behoorlijk incestueus. De eindeloze treiterijen en dat toneelspelersgedoe is heerlijk om te acteren. We spelen het in een „wringerige” stijl: beschaafd en gemeen tegelijk, cultureel en banaal. De zusjes praten over Beethoven en Mozart, en ik bak een pannenkoek”.

Damiaan De Schrijver brengt Brandhout tegen een reusachtige achterwand van planken. Aan het slot dondert alles met geraas neer. Vervolgens verdwijnt de acteur in een volmaakt illusionistisch coulissendecor met bergen. De Schrijver: „De verbolgen misantroop die ik speel verlangt naar zijn berghut in Tirol. Naar eenzaamheid, weg van die gruwelijke wereld van de kunsten en de pseudobeschaving. Maar die vlucht tussen de coulissen is fake. We verlangen naar de ongereptheid van de natuur, maar verschansen ons in een decor. Het is de grote kracht van Bernhard dat hij die tegenstrijdigheid waaraan iedereen lijdt zo meesterlijk en sarcastisch uitdrukt”.

Zowel De Schrijver als Topper doorbreken de vierde wand, dat betekent dat ze het publiek toespreken en rechtstreeks bij de voorstelling betrekken. Volgens De Schrijver is dat noodzakelijk. „Ik vertegenwoordig de advocaat van de auteur. Ik heb de ingewikkelde en zelfs ondankbare taak om de absurde toneelhaat van Bernhard aan het theaterpubliek over te dragen.” Manja Topper noemt Bernhards personages „eenzame mensjes met grote dromen”. „Ze luisteren nauwelijks naar elkaar, vallen elkaar voortdurend af. Ik zoek tussen de toeschouwers naar medestanders om via hen mijn toneelzuster nog harder te treffen. Dat Bernhard de acteur die mogelijkheid geeft, maakt hem zo subliem en aantrekkelijk.”

‘Ritter, Dene, Voss’ door Dood Paard. Première 7/3 Frascati, Amsterdam. Inl.: www.doodpaard.nl. ‘Brandhout’ door tg Stan is 11/3 schouwburg, Den Haag. Inl.: www.tgstan.be.