Belgisch droomhuis begint op de Batibouw

Belgen dromen niet van een rijtjeswoning in een Vinexwijk, ze willen een vrijstaand huis dat ze zelf laten bouwen. Hun ideeën doen ze op in de twaalf hallen van de Batibouw.

Tien mannen staan rond een wc-pot, de hoofden naar beneden gericht. Het is dan ook niet zo maar een wc-pot. Er zit een spoelmechanisme in, dat de billen aan het einde van het toiletbezoek automatisch reinigt. „Je gezicht was je toch ook met water?”, zegt de verkoopster. „Ik heb er thuis ook één. Mijn man zit er langer op dan ik, echt waar.” De „Rolls Royce onder de toiletpotten” kost een kleine 5.000 euro.

Wie voor het eerst de Batibouw in Brussel bezoekt, weet niet wat hij ziet. De bouw- en woonbeurs die voor de 50ste keer wordt gehouden heeft een oppervlakte van 120.000 vierkante meter. Ter vergelijking: de Amsterdamse Woonbeurs, de grootste in zijn soort in Nederland, heeft een oppervlakte van 30.000 vierkante meter. Een bezoek aan de Batibouw moet je vooraf goed plannen.

Twaalf hallen vol badkuipen, haarden, zwembaden, graafmachines en zelfs complete huizen. Als de beurs morgen eindigt zullen er ruim 300.000 mensen voorbij zijn gelopen. Heel wat ondernemers hebben een tafeltje waar klanten even kunnen uitrusten om een pintje te drinken. Ook vroeg op de dag wordt daar al gebruik van gemaakt.

Is er dan geen economische crisis? Toch wel. Er wordt opvallend veel geadverteerd met ‘ecokredieten’ en ‘energiezuinige bouwmethoden’. ‘Nul komma nul stookkosten’, belooft een huizenverkoper zelfs.

België ziet er anders uit dan Nederland. Belgen schrikken zich vaak rot als ze ontdekken hoe krap Nederlanders wonen. Ze dromen niet van een rijtjeswoning in een Vinexwijk, maar van een vrijstaand huis dat ze zelf laten bouwen. Veel van die dromen beginnen op de Batibouw. Het resultaat is een land vol wegen met aan weerszijden vrijstaande huizen, de zogeheten lintbebouwing. Een héél land. Wat woningbouw betreft is er nu eens geen verschil tussen Vlamingen en Franstaligen.

„Als er nog één Belgicisme is, dan is het verdorie wel de Batibouw”, zei organisator Geert Maes vorig jaar, toen de politieke spanningen in het land opliepen. Kijk naar de bezoekersaantallen: 40 procent is Franstalig, 60 procent Nederlandstalig. Een perfecte afspiegeling van de bevolking.

Fortis en ING hebben net als andere jaren een informatiestand op de Batibouw. KBC, een andere grote bank, zag daarvan af. „Ze vonden het niet gepast om daar nu veel geld aan uit te geven”, zegt Geert Maes. Maar hij heeft ook goed nieuws. Geld lenen is goedkoop. Materialen ook. „Dit is de Batibouw van de buitenkansen.”

De overheid helpt ook. De Belgische regering van premier Herman Van Rompuy heeft weinig geld voor stimuleringsmaatregelen en wordt nog steeds verlamd door politieke tegenstellingen. Maar ze nam wél een maatregel om de bouwsector te steunen: voor de eerste 50.000 euro van een nieuwbouwwoning geldt dit jaar het lage btw-tarief. Dat scheelt 7.500 euro. En dat is de moeite, want voor ruim een ton koop je in België een huis – exclusief de grond. Een goede maatregel, die btw-verlaging, zeggen ondernemers. „De Belgen hebben een baksteen in de maag.”

Overal op de Batibouw zie je mensen voelen. Met de voeten, als het om grind gaat. Met de handen, bij de bakstenen. De keuze is enorm. Van de ‘begijnhoftsteen’ tot de ‘Goya’, en van de ‘nostalgie’ tot de ‘avondrood’.

Onder de bezoekers veel jonge stellen, zoals Wim Gordts en Katrien Verbelen. Twee jaar geleden waren ze ook op de Batibouw. Inmiddels hebben ze een stuk grond gekocht. Nu nog een huis er op. Moeten ze houtbouw kiezen of niet? Een eigen architect nemen? En wat voor soort isolatie? Het duizelt ze behoorlijk. Toch vinden ze het de normaalste zaak van de wereld daar over na te denken. „Het huis is straks helemaal ingericht naar onze levensomstandigheden”, zegt Katrien Verbelen.

Haar partner Wim Gordts maakt zich weinig zorgen over zijn inkomen. Hij werkt voor de politie. „Het enige wat nu wegvalt is een stukje sponsoring van de ouders”, zegt hij. Die hadden aandelen Fortis? „Inderdaad.”

Steven Waelkens staat bij een volledig huis, dat voor de gelegenheid in één van de hallen is gebouwd. Veel hout, grote ramen. „Het mooiste paard van de stal”, zegt de verkoper. Het aantal geïnteresseerden is ongeveer hetzelfde als andere jaren. „Maar ze werken wel meer in stukjes”. Hij legt uit: voor 209.372 euro krijg je een kant en klaar huis, met een woonoppervlakte van 200 vierkante meter. Maar veel mensen kopen ruwbouw: een huis dat water- en winddicht is, maar van binnen kaal. Dat is 30 procent goedkoper. „Ze werken eerst één verdieping af, en gaan daar wonen. De rest komt later. Liever één lavabo dan een huurwoning. De Belg háát huren.”