Dit is een artikel uit het NRC-archief De artikelen in het archief zijn met behulp van geautomatiseerde technieken voorzien van metadata die de inhoud beschrijven. De resultaten van deze technieken zijn niet altijd correct, we werken aan verbetering. Meer informatie.
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Economie

Zalm: ‘Hervormen wanneer het maar enigszins kan’

Gerrit Zalm: De roman-tische boek-houder Balans, 402 blz. € 19,50 *** Verwerkten maar meer bewindslieden na hun aftreden hun ervaringen in een boek, schrijft Roel Janssen na lezing van Gerrit Zalms’ De romantische boekhouder (Balans, €19,50). Zie pagina 6 Gerrit Zalm: De romantische boekhouder , Balans, 402 blz. € 19,50
Gerrit Zalm: De roman-tische boek-houder Balans, 402 blz. € 19,50 *** Verwerkten maar meer bewindslieden na hun aftreden hun ervaringen in een boek, schrijft Roel Janssen na lezing van Gerrit Zalms’ De romantische boekhouder (Balans, €19,50). Zie pagina 6 Gerrit Zalm: De romantische boekhouder , Balans, 402 blz. € 19,50

Gerrit Zalm: De romantische boekhouder, Balans, 402 blz. € 19,50

‘Gerrit is een gevoelige jongen, die de dingen op een zakelijke manier aanpakt.’ Aldus de uitslag van de beroepskeuzetest van een leerling in de hoogste klas van de HBS in Enkhuizen.

De leerling, zoon van een kolenboer, gaat economie studeren in Amsterdam. Op zijn 22ste komt hij als hoofd-commies in dienst bij het ministerie van Financiën. Achttien jaar later, zomer 1994, is hij zelf minister van Financiën in het eerste kabinet-Kok en herschrijft hij in negen dagen de Miljoenennota 1995.

Gerrit Zalm. Getalenteerd econoom, rekenwonder, zondagskind in de politiek. Flipperfanaat. Langstzittende minister van Financiën in de Nederlandse geschiedenis. Kortstondig VVD-leider. In Italië il duro genoemd vanwege zijn verzet tegen toetreding van de lire tot de euro. En nu ook auteur van een hoogst onderhoudend boek, dat het midden houdt tussen de memoires van een oud-minister en een handboek financieel-economische politiek.

Bij Gerrit Zalm krijg je wat je ziet. In zijn boek vertelt hij wat hij deed, wat er gebeurde en waarom het ging zoals het gegaan is. Met een toegankelijke uitleg van technisch lastige onderwerpen, met politieke anekdotes en persoonlijke observaties. Een terloops zinnetje; ‘Chauffeurs [van bewindslieden, red.] hebben meestal geen academische opleiding, maar wel mensenkennis’, typeert Zalm. Hij is royaal in zijn lof voor ambtelijke medewerkers en zijn Nederlandse en Europese collega’s, nergens rancuneus, soms emotioneel, en discreet als het om persoonlijke kwesties gaat.

Wat opvalt is de lange adem van Gerrit Zalm. Zijn begrotingsbeleid, dat de geuzennaam ‘Zalmnorm’ kreeg, is gebaseerd op zijn ervaringen als beginnend ambtenaar bij Financiën. De hervormingsagenda van ‘paars’ en van Balkenende II is de uitwerking van een toekomstverkenning waartoe Zalm begin jaren negentig als directeur van het Centraal Planbureau opdracht gaf. ‘Hervormen wanneer het maar enigszins kan, is eigenlijk mijn leidraad geweest’, schrijft Zalm halverwege het boek.

In Europa was Zalm als minister nauw betrokken bij de invoering van de euro en bij de vermindering van de Nederlandse betalingen aan Brussel. Nederland had in 1992 op de top in Edinburgh een ongunstige deal getroffen; Zalm suggereert dat dit iets te maken had met de Europese ambities van premier Lubbers en minister van Buitenlandse Zaken Van den Broek, beiden CDA.

Samen met premier Kok (PvdA) zette Zalm zich aan de vermindering van de Nederlandse betalingen. Aanvankelijk leverde dat heftige tegenstand op van Buitenlandse Zaken, waar ambtenaren en minister Van Mierlo (D66) gezeur over geld niet ‘pro-Europees’ en niet sjiek vonden. Vanuit Brussel voedden Nederlandse europarlementariërs de kritiek. Uiteindelijk wisten Kok en Zalm 1,5 (1999) en 1 (2004) miljard euro korting voor Nederland te bedingen.

Het boek is inhoudelijk sterk en geregeld geestig. Zalm beschrijft hoe hij pannenkoeken voor zijn kinderen stond te bakken toen VVD-leider Bolkestein hem (in 1994) belde met het verzoek minister te worden. En hoe het bureau dat ‘witte werksters’ levert weigerde een BVD-onderzoek te laten doen naar de antecedenten van een werkster voor de kersverse minister. Of een ledenvergadering van de VVD, waar Zalm tegen een hem onbekende man in de kleedkamer zei: ‘Er schijnt ook nog iemand te gaan zingen’. Waarop de man naast hem zei: ‘Ja dat ben ik. Ik heet Gordon. En wie ben jij?’

En dan was er Rita Verdonk, door Zalm aangezocht om minister te worden in Balkenende II. Toen Jozias van Aartsen na de gemeenteraadsverkiezingen van 2006 onverwacht zijn aftreden aankondigde, was Rita Verdonk bij het VVD-overleg over zijn opvolging. Verdonk zei dat ze absoluut geen lijsttrekker wilde worden. Korte tijd later belde Verdonk Zalm op om hem te laten weten dat ze haar kandidatuur voor de radio ging aankondigen.

Daarna volgde de kwestie met Ayaan Hirsi Ali en haar Nederlanderschap. Aanvankelijk meende de ministerraad, inclusief Verdonk, dat er niets aan de hand was. Een dag later besloot Verdonk de zaak te onderzoeken en opnieuw twee dagen later, ondanks aansporingen van Zalm om tijd te nemen, was er een politieke crisis. Zalm doet de tragische afloop met onverholen ergernis nog eens uit de doeken.

Er zijn ook zaken die je mist: niets over Victory Boogie Woogie, Mondriaans schilderij dat De Nederlandsche Bank met toestemming van Zalm aankocht; , niets over de onderhandelingen over ABN Amro in de laatste weken van zijn ministerschap. Wellicht begrijpelijk, nu Zalm zelf topman van de staatsbank is. De financiële crisis krijgt, anders dan achterop vermeld, ook geen aandacht.

In Nederland zijn er weinig bewindspersonen die na hun aftreden de moeite nemen hun ervaringen tot een boek te verwerken. Het is een manier om achteraf verantwoording aan het publiek buiten het Binnenhof af te leggen. Gerrit Zalm bewijst met De romantische boekhouder hoe waardevol dat is. Hij moet vast beginnen aantekeningen bij te houden voor deel twee: De koele bankier.