Hoogleraar in de k(l)as

Terwijl de werkloosheid snel oploopt, is minister Donner (Sociale Zaken en Werkgelegenheid, CDA) met een voorstel gekomen dat de rechten van hoogopgeleiden met een WW-uitkering beperkt. Dat lijkt op het eerste gezicht onlogisch, maar op het tweede gezicht is het dat niet.

Om te beginnen dient de minister zijn wetsvoorstel, waarover de Tweede Kamer volgende week stemt, niet in als onderdeel van het anticrisisbeleid van het kabinet. Het stamt uit een periode die nog maar kort achter ons ligt, waarin Nederland afstevende op een arbeidsmarkt met een groot tekort aan werkkrachten en een snel stijgend aantal vacatures.

Donner kondigde zijn plan ook al veel eerder aan, bijvoorbeeld op 22 november 2007 in een brief aan de Kamer. Voor de geschiedschrijving, en ter relativering van prognoses, zijn de eerste zinnen uit dat schrijven het citeren waard: „Nederland wordt in de komende jaren geconfronteerd met ingrijpende veranderingen op de arbeidsmarkt. Door vergrijzing en ontgroening zullen bedrijven [...] worden geconfronteerd met steeds ernstiger tekorten in het arbeidsaanbod.”

De huidige crisis maakt alles anders en dus is ook de vraag gerechtvaardigd of het WW-plan van de minister nog wel bij de tijd is. Het houdt in dat de hoger opgeleide die een jaar in de WW zit, elke baan moet aanvaarden die hem door het UWV wordt aangeboden. Nu moet hij dat na anderhalf jaar. Alle arbeid wordt dan ‘passend’ geacht. Voor lager opgeleiden gelden nu al termijnen van zes of twaalf maanden.

Belangrijker is dat de hoogopgeleide WW’er een financieel argument om een baan onder zijn niveau te weigeren, uit handen wordt genomen. De minister vult het lagere loon dat bij dat werk hoort tijdelijk aan tot het niveau van de WW-uitkering.

Het voorstel riep in de Tweede Kamer beelden op van ingenieurs die de tram besturen of hoogleraren die in kassen tomaten plukken. In hoeverre dit dramatische voorbeelden zijn is vooral een kwestie van individuele smaak, maar los daarvan: erg waarschijnlijk zijn ze niet, als het UWV zijn werk goed doet. Dat houdt voor de hoogleraar die al een jaar of langer thuis zit, eerder in dat hij voor de klas komt te staan dan dat hij in een kas moet bukken. Zeker als het UWV ook in aanmerking neemt dat in tijden van hoge werkloosheid het risico bestaat dat op de arbeidsmarkt hogeropgeleiden de lageropgeleiden verdringen. Maatwerk is dus essentieel. Nog belangrijker is dat het kabinet zijn voornemens tot verbetering van (her)scholing in functie van de arbeidsmarkt krachtig aanzwengelt.

Een ervaringsfeit is dat elke maand waarin een werkloze langer in de WW zit, zijn kans op een baan verder afneemt. De meesten komen binnen het jaar weer aan het werk. Wie langer werkloos is, kan wel wat duw- en trekwerk richting betaalde arbeid gebruiken. Zeker omdat na maximaal 38 maanden de WW-uitkering verdwijnt. Daarna rest niets meer, of op zijn hoogst de bijstand, op basis waarvan de hoogleraar kan worden verteld dat hij niet alleen spruiten moet gaan plukken, maar ook zijn huis dient op te eten.