Dit is een artikel uit het NRC-archief De artikelen in het archief zijn met behulp van geautomatiseerde technieken voorzien van metadata die de inhoud beschrijven. De resultaten van deze technieken zijn niet altijd correct, we werken aan verbetering. Meer informatie.
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Televisie

De typecasting ontstegen

Acteur Marwan Kenzari speelt Romeo, zonder dat zijn Tunesische afkomst een rol speelt. In het door autochtonen beheerste theater is dat een kleine revolutie. Allochtone acteurs worden vaak getypecast.

Romeo en Julia van William Shakespeare het Nationale Toneel. Regie: Johan Doesburg. Tournee t/m 13/6. www.nationaletoneel.nl * * * Den Haag, 28-02-09. Beeld uit de voorstelling "Romeo en Julia" van W. Shakespeare, bij Het Nationale Toneel onder regie van Johan Doesburg. Foto Leo van Velzen .
Romeo en Julia van William Shakespeare het Nationale Toneel. Regie: Johan Doesburg. Tournee t/m 13/6. www.nationaletoneel.nl * * * Den Haag, 28-02-09. Beeld uit de voorstelling "Romeo en Julia" van W. Shakespeare, bij Het Nationale Toneel onder regie van Johan Doesburg. Foto Leo van Velzen . Velzen, Leo van

‘Niet slecht, voor een straatrovertje.’ Acteur Marwan ‘Chico’ Kenzari krijgt een compliment van een medespeler voor zijn spel in Romeo en Julia. Romeo heeft dit keer een lichtbruine huid en zwarte krulletjes. Hij is van Tunesische afkomt, een Arabier. Vandaar de grap.

In stilte voltrekt zich dit seizoen een kleine revolutie in het schouwburgtoneel. Het Nationale Toneel, bolwerk van de blanke elite, castte een Tunesische jongen en een Turks meisje in de hoofdrollen van twee klassieke toneelstukken, zonder dat hun afkomst een rol speelt in de enscenering. Dus Hedda Gabler is geen onderdrukte Turkse huisvrouw. En in Romeo en Julia, dat vanavond in première gaat, speelt geen etnisch conflict tussen een Arabische en een Hollandse familie.

Dat klinkt normaal, maar dat is het niet. In de schouwburgen zie je voornamelijk autochtone blanke Nederlanders, zowel op het podium als in de zaal. Acteurs met een mediterrane achtergrond zijn vaak veroordeeld tot het spelen van stereotype rollen, doorgaans probleemgevallen uit de Turkse en Arabische onderklasse.

Actrice Dunya Khayame (1981) schetst het soort rollen dat zij vaak moet spelen: „Ik word uitgehuwelijkt, ik word besneden, ik heb een boze vader die mij in elkaar slaat, mijn moeder is goed, maar machteloos – ook altijd slachtoffer – en mijn broers zijn kickboksende criminelen en terroristen. Dan komt een Hollander mij helpen...”

Volgens Khayame worden dit soort rollen bedacht door ‘Hollanders’, voor ‘Hollanders’. Overigens gaat het hierbij vooral om tv- en filmrollen. In het theater komen rollen en acteurs van Arabische of Turkse afkomst überhaupt weinig voor.

Volgens Khayame is dat niet alleen vervelend voor de acteurs, maar zijn de „stigmatiserende, clichématige” rollen schadelijk voor het imago van Marokkanen en andere allochtonen. „In Amerika had je de Bill Cosby Show, waarin een zwarte familie werd geportretteerd als een normaal, middenklassegezin. Zoiets zouden wij ook moeten hebben. Dat heeft een enorme emanciperende werking. Het is niet motiverend als je je aan je achtergrond probeert te ontworstelen, en je wordt steeds weer teruggedrukt in je rol.”

Marwan ‘Chico’ Kenzari (1983) is met

zijn rol van Romeo de typecasting ontstegen. Hij is stagiair, hij zit nog op de toneelschool van Maastricht. Volgend seizoen komt hij in het ensemble van Toneelgroep Amsterdam. Kenzari benadrukt het belang van scholing: „In de stereotype tv-rollen zie je vaak ongeschoolde acteurs die van de straat zijn geplukt. Wie serieus genomen wil worden, moet een goede opleiding hebben. Ik kom uit de Haagse Schilderswijk, ik sprak geen accentloos Nederlands. Dat heb ik mezelf geleerd. En nog steeds ben ik gebrand op accenten. Ik vind het al niet kunnen als op het toneel iedereen met een huig-R praat, en eentje met een rollende R.”

Kenzari zegt dat hij scherp let op de rollen die hem worden aangeboden: „Maar ik wil best een Marokkaanse kickbokser spelen. Als de rol en het script maar interessant zijn.”

Cigdem Teke (1977) speelde onlangs bij het Nationale Toneel Hedda Gabler: „Maar geen Turkse Hedda. Hoewel deze Hedda natuurlijk wel op mij leek.”

Teke is geboren in het Duitse Oberhausen, als kind van een Turkse ingenieur en een naaister. Ze heeft eerder wel Turkse rollen gespeeld, bij regisseur Eric de Vroedt: „In A Streetcar Named Desire speelde ik een Turkse buurvrouw met een hoofddoek. En in Mighty Society 2 speelde ik een columnist die zich tegen haar afkomst heeft gekeerd, en tekeer gaat tegen de islam. In deze soort gevallen vond ik het niet erg om dat soort rollen te spelen, omdat het rijke rollen waren, en De Vroedt ze op mijn lijf geschreven heeft. Maar op mijn Duitse achtergrond word ik nooit aangesproken, dat is wel gek. En ik speel ook nooit een Anniek of een Michelle. Het theater is de plek van de verbeelding, waar je afkomst juist geen rol zou moeten spelen. Als acteur kan je toch alles zijn? Ik ben meer dan mijn achtergrond. Ik wil geen vertegenwoordiger zijn van een soort.”

Volgens Johan Doesburg en Suzan Kennedy, de regisseurs die Marwan Kenzari en Cigdem Teke castten, heeft de afkomst van de acteurs geen enkele rol gespeeld. Kennedy zei, toen Hedda Gabler in december uitkwam, dat ze deze Hedda speciaal voor Cigdem Teke had gemaakt: om haar persoonlijkheid, niet om haar afkomst. Doesburg zocht jonge acteurs voor zijn Romeo en Julia: „Kenzari was de beste.”

Kemna Casting te Amsterdam, verreweg het grootste castingbureau van Nederland, heeft ongeveer 16.000 mensen in de kaartenbak staan, en slechts een paar honderd daarvan zijn van Turkse, Marokkaanse of vergelijkbare afkomst. Er zijn volgens het bureau meer allochtone rollen dan acteurs, dus er is schaarste. Casting director Betty Post: „Hoe dat komt? Ik weet het niet precies. Ik zie taal wel als een hindernis. Laatst had ik bij een workshop een leuke Iraanse man, die niet zo goed Nederlands sprak. Dat beperkt zijn mogelijkheden. En de allochtone jongeren die hier zijn geboren, spreken vaak straattaal. Dit geldt overigens ook voor autochtone jongeren. Dus daar moet je aan werken. Verder kan ik me zo voorstellen dat je als migrant liever wil dat je kind economie gaat studeren, dan dat hij het onzekere bestaan van een acteur verkiest. Op de toneelscholen zie je ook voornamelijk witte kinderen.”

Toneel is überhaupt een hobby

van de middenklasse, en de blanke middenklasse is nu eenmaal veel omvangrijker dan de allochtone middenklasse. De geschoolde allochtone acteurs zijn doorgaans ook afkomstig uit de middenklasse. Verder zit theater niet in de Arabische of Turkse cultuur. Cigdem Teke: „Misschien zijn Turken en Marokkanen hier niet zo geïnteresseerd in theater. Waarschijnlijk zijn ze toch niet geneigd om naar de toneelschool te gaan. Voor mij was het anders; ik ben opgegroeid in een culturele familie, tussen boeken, muziek, theater.”

Volgens Dunya Khayame is de klasse-verklaring niet sluitend: „Er bestaat ook een Marokkaanse intelligentsia. Mijn moeder is arts, ik kom uit Amsterdam-Zuid. Ik zat op Barlaeus Gymnasium en daar zag je ook verschillende kleuren. Marokkanen studeren rechten en medicijnen, de dokters en advocaten van de toekomst zijn niet alleen Hollanders meer. Alleen de acteurs blijven wit. Wil je het als allochtoon maken in de witte wereld, dan moet je je afkomst volledig verloochenen, zoals Ayaan Hirsi Ali, of agressieve taal uitslaan tegen je minder gelukkige landgenoten, zoals Aboutaleb. Als ik een voorstelling zou maken over hoe verschrikkelijk ik het had in mijn Marokkaanse moslim-jeugd, dan zou ik helemaal de hype zijn. Want dat willen Hollanders horen.”

Betty Post van Kemna Casting: „Als je een politieserie hebt, gaat het al snel over Marokkaanse probleemjeugd. Je kunt ook een aflevering maken over een brave Marokkaanse economiestudent die op zijn kamer zit te studeren, maar dan heb je minder drama.”

Acteur Sabri Saad el Hamus: „Wat een onzin, Bij nader inzien ging toch ook over studenten? Dan laat je toch gewoon niet zien dat die Marokkaan zit te studeren? Dan laat je hem gewoon in de wasbak pissen. Natuurlijk kun je wel drama maken over de Marokkaanse middenklasse.” Sabri Saad el Hamus gaf het goede voorbeeld door reeds in 1993 een advocaat te spelen in de tv-serie Pleidooi: „Die rol was aanvankelijk geschreven voor een blanke. In die serie krijg ik op een gegeven moment een Marokkaanse echtsscheiding of zoiets, die ik afwijs: ‘ik zit hier niet voor allochtonenzaken’, zeg ik dan.”

Na Pleidooi dacht ik: het is gebeurd. Vanaf nu gaat het beter. Maar dat is helemaal niet zo. Daarna heb ik weer heel wat criminelen gespeeld. Maar ook, na enige aarzeling, een orthodoxe jood, in de toneelversie van Black Box van Amos Oz.” De acteur werkt momenteel aan Hadj, het laatste deel van een vijfluik over de islam, en over de verwarring van moslimmigranten die tussen twee werelden zitten: „Hadj gaat over een Arabische criminele familie. Maar we zijn inmiddels opgeklommen. Geen tasjesdieven meer, maar chiquer: seksindustriëlen. De cast is gemengd; niet alleen Arabieren.”

Volgens hem moeten allochtonen het probleem zelf oplossen: „Het gaat niet vanzelf. Daarom ben ik ook deze toneelserie gaan maken. Okee, jullie willen de verhalen van de allochtonen horen, laat ik die dan maar zelf vertellen. Ik vind het niet erg om vanuit mijn eigen nest te werken. Het gaat erom het lokale verhaal universeel te maken. Op tv zijn het doorgaans Nederlanders die iets over Marokkanen maken. Dan kom je al snel op de clichés uit.”

Maryam Hassouni (1985) won in New York een Emmy Award voor haar rol in de tv-film Offers (2005). Hierin speelt zij een Palestijnse zelfmoordterrorist. Daarvoor speelde zij een Marokkaanse met een Nederlandse vriendin in de tv-serie Dunya en Desie (2002-2004). Waren dat stereotype rollen? „Nee. Als het een hoofdrol is, krijg je al meteen zoveel meer verdieping. Je leert diegene kennen als mens. Bij typecasting gaat het om bijrollen, waarin je echt alleen maar Marokkaan bent, en verder niets.” Tegen dat soort rollen zegt Hassouni nee. Met als gevolg dat ze maar ongeveer één keer per jaar een rol heeft. Of zij nu een Emmy op de vensterbank heeft staan, of niet. Van de schaarste die Betty Post schetst, merkt ze dus niet zoveel: „Ik zie juist werkloosheid bij Marokkaanse acteurs. Soms denk ik: ligt het aan mij? Ben ik niet goed genoeg? Of is het toch het systeem? Vaak zeggen regisseurs: ‘Ik wil graag met je werken, maar ik heb in dit project geen Marokkaanse rollen zitten’. Terwijl ik best ook andere rollen zou willen. Ik kan best mijn haar blond verven en blauwe lenzen indoen. Daar ben ik toch actrice voor? Ik heb nog maar twee keer auditie gedaan voor niet-Marokkaanse rollen, en die heb ik niet gekregen. Op deze manier stagneer ik. Ik kan me niet ontwikkelen. Wat zou helpen, is dat er meer Marokkaanse regisseurs en schrijvers komen.”

Kemna Casting tekent hierbij aan dat veel autochtone actrices ook vaak thuis zitten. En dat in Nederland bijna geen acteurs van film en tv alleen kan leven, alleen de combinatie met toneel levert voldoende werk op. Daarvoor heb je in bijna alle gevallen wel een opleiding nodig.

Post zegt dat ze geen speciale

kaartenbak heeft met Marokkanen of Arabieren: „Dat zou ik ook heel gek vinden. Maar we kunnen wel selecteren op huidskleur, geboorteplaats, Arabisch of Turks sprekend.” Post doet voornamelijk televisie en film, waar realisme de norm is: „Natuurlijk spelen Marokkaanse acteurs Marokkaanse rollen. Ik vind het raar als een Marokkaanse acteur zegt: ik wil geen Marokkaanse rollen spelen. Televisie of film moet de realiteit benaderen. Dus we laten ook geen Turk een Marokkaan spelen. Of een Chinees een Japanner. Uiterlijk is altijd belangrijk. Ook als je blank bent word je daarop getypecast. Een blonde, lange vrouw wordt gespeeld door een blonde, lange vrouw.

„Ik kan als casting director proberen om een allochtoon te casten in een rol waarin de afkomst geen rol speelt. Maar de regisseur en de producent bepalen. Wij kunnen het alleen maar aanbieden. Soms zegt een regisseur: prima. Soms zegt hij: dat wil ik niet, want dat is te verwarrend, of het roept te veel vragen op. Zojuist hebben we trouwens voor de muzikale komedie Lichtjes in je ogen een Turkse acteur, Turan Furat, gecast voor een niet-Turkse rol. Hij speelt een jongen die Fons heet.”

Post ziet het aantal acteurs uit allochtone hoek toenemen. Ze wijst onder meer op de nieuwe aanmeldingen op de toneelscholen, en op bijvoorbeeld Acteerschool Rotterdam, een particuliere theaterberoepsopleiding van Bart Kiene en Mimoun Oaïssa (Shouf Shouf, Habibi), die de drempel wil verlagen voor allochtone leerlingen. De school ging in september van start met de eerste tien leerlingen. Post: „Zo’n tv-serie als Shouf Shouf helpt enorm, of het succes van cabaretier Najib Amhali. Opeens willen allemaal Marokkaanse jochies acteur worden.”

Dunya Khayame: „Mijn collega Illias Ojja zei: ‘elke Marokkaanse jongen wil Tony Montana spelen’. Maar er zijn ook Marokkanen die Hamlet willen spelen.”

De première van ‘Romeo en Julia’ is vanavond in Den Haag. Tournee t/m 13 juni. Inl: www.natioaneltoneel.nl. De première van ‘Hadj’ van Sabri Saad el Hamus is vrijdag in Amsterdam. Tournee t/m 12 mei. Inl: www.denieuwamsterdam.nl