De Hummer weg, oké. Maar wie denkt er aan Opel?

Bedrijven die niet levensvatbaar zijn, moeten verdwijnen, zegt de economie.

Maar economie botst wel eens met de politiek. Kijk maar naar het Duitse Opel.

De auto is een mannending. Mijmeringen over de auto hebben dus iets anti-emancipatoirs. De onvolprezen Daffodil moest het vroeger ontgelden als ‘truttenschudder met jarretel-aandrijving’. Tegen zoveel macho ridiculisering van een prachtig autootje was geen marketing opgewassen. Met een lach en een traan werd het pientere pookje de weg afgereden door de studentikozere lelijke eend en de stoerdere mini. In de doorzonwoning ging de ambitie richting Kever of Kadett. De familie Van Doorne streek ten slotte de vlag, maar het geschiedde onder de noemer van de vooruitgang.

Het grof geweld van de laatste maanden is echter van een andere orde. Het ene na het andere automerk dreigt in de kredietcrisis het loodje te leggen: een frontale botsing van een hele bedrijfstak zoals nooit eerder vertoond. In Saab ziet moedermaatschappij General Motors geen brood meer. De Zweden gaan nu alleen verder en nog even lijkt er voor de 4.000 werknemers werk, maar alles duidt op uitstel van executie. De auto voor de man die comfort wenste maar ook had doorgeleerd, verdwijnt uit het straatbeeld. De Jaguar kwijnt weg, de Hummer godzijdank ook. Maar wat te denken van Opel? Hoe vertrouwd is die niet als symbool van degelijkheid, burgerlijkheid en naoorlogse wederopbouw: middenklasse-in-blik.

De capaciteit van autoproducenten in de wereld is goed voor 90 miljoen auto’s per jaar. De vraag blijft dit jaar hangen op 50 miljoen, zo schat de Amerikaanse automobielbranche. Een aantal automobielbedrijven is tot overmaat van ramp voor zo’n recessie ook nog veel te riskant gefinancierd: nog met de hartelijke groeten van de investeringsfondsen.

De Amerikaanse president Obama heeft zichtbaar enkele maanden geworsteld met het drama van Detroit. De giganten General Motors, Chrysler en – in mindere mate – Ford hangen aan het staatsinfuus en zijn eigenlijk zo goed als failliet. Daar zijn direct en indirect een paar miljoen arbeidsplaatsen mee gemoeid. En welke politicus kan dat zomaar negeren?

Natuurlijk, de economische handboeken zijn helder: bedrijven die niet levensvatbaar meer zijn, dienen te verdwijnen. Innovatie en ondernemerschap worden beloond. En de Amerikaanse merken hebben jarenlang de verkeerde auto’s gemaakt, te hoge lonen uitbetaald en de buitenlandse concurrentie niet serieus genomen. Creatieve vernietiging, noemde de econoom Schumpeter wat er nu staat te gebeuren – in een recessie vernietigt de markt de kwakkelende bedrijven snel en maakt aldus energie vrij voor nieuwe producten en diensten.

Maar een democratie leeft niet van economische theorie. Een paar miljoen directe en indirecte banen in één klap is misschien iets te veel creatieve vernietiging. Twee maanden geleden kregen de directeuren van de drie autogiganten in Washington nog 15 miljard dollar mee en de opdracht om met innovatieve businessplannen te komen voor schonere, energiezuinige auto’s. De regering wil in winnaars investeren, niet in verliezers. Maar het had iets vertwijfelds: of ze even in een paar maanden tijd in winnaars wilden veranderen?

De autoconcerns blijven onvermijdelijk steken in fraaie beloftes. En Obama schuift, zo lijkt het de laatste dagen althans, op naar Chapter 11: uitstel van betaling, faillissement, een doorstart en een inkrimping van ongekende omvang.

In Duitsland zijn alle ogen gericht op Opel en de politiek. Want Opel is onderdeel van GM en GM is blut. Er werken bijna 30.000 mensen en Opel heeft dringend 3,3 miljard euro nodig. Wat te doen?

Opel heeft de laatste jaren marktaandeel verloren, vooral aan Volkswagen, en is met een productie van 1,5 miljoen auto’s per jaar volgens deskundigen eigenlijk te klein om alleen te overleven. Maar 30.000 werknemers? De premier van Noordrijnland-Westfalen, de christen-democraat Jürgen Rüttgers, speculeerde vorige week over staatdeelname aan Opel. Hij heeft in Bochum 5.000 potentiële kiezers die bij Opel werken. Natuurlijk maar als tijdelijke overbrugging, zo zei hij.

Maar anderzijds: de deelstaat Nedersaksen is al sinds jaar en dag aandeelhouder van Volkswagen. En trouwens, in Azië is de combinatie staat-markt in de auto-industrie volstrekt normaal. En moesten de Chinese vestigingen van gerenommeerde organisatiebureaus als McKinsey en de Boston Consulting Group niet onlangs bevestigen dat deze publiek-private hybrides verrassend slagvaardig werken?

Ook hier geldt: staatsinterventie in zo’n evidente marktsector botst met alle uitgangspunten van de sociale markteconomie, maar anderzijds: er zijn in Duitsland in september verkiezingen, de auto-industrie vormt de kern – en het emotionele hart – van de Duitse industrie en Adam Opel hoort in het rijtje industriële uitvinders uit de negentiende eeuw die nog altijd klinkende namen zijn in het huidige Duitsland en daarbuiten: Daimler, Benz, Siemens, Bosch.

Bondskanselier Angela Merkel is als DDR-kind waarschijnlijk sceptisch over de staat als grootindustrieel, maar de verleiding om iets te verzinnen en in elk geval wat tijd te winnen, is groot: misschien kan een andere Duitse autogigant nog iets met Opel samen doen?

Het probleem in Frankrijk is even groot, zij het minder acuut en president Sarkozy wringt zich in allerlei bochten om Peugeot en Citroën en de Franse werknemers van de concerns door de recessie heen te helpen. Zijn jongste voorkeur: een soort EU-protectionisme om de eigen industrie te beschermen. Hetgeen trouwens de Franse merken met hun bescheiden marktaandeel buiten Europa aanzienlijk beter zou schikken dan de Duitse wereldmerken.

Feit blijft ondertussen dat er 90 miljoen auto’s kunnen worden gemaakt en er maar vraag is naar 50 miljoen. Feit blijft ook dat de auto kopers nog steeds wil verleiden en verlokken, maar dat belastinggeld beter naar winnaars van morgen dan naar verliezers van vandaag kan gaan. Maar de tragiek van deze kredietcrisis is dat elke sanering meteen ontaardt – in een frontale botsing.

Ben Knapen is columnist voor NRC Handelsblad. Reageren kan op nrc.nl/knapen.