Beeldende kunst voor nop

Beeldend kunstenaars hebben zich meester gemaakt van MySpace, de visueel meest vrije netwerksite.

„De lat ligt niet minder hoog, hij ligt ergens anders.”

Voor niets gaat de zon op
Voor niets gaat de zon op

De Duitse kunstenaar Andreas Templin (1975) woont in Berlijn, maar werkt waar het hem uitkomt – Madrid, Amsterdam, Shanghai. Hij is geboeid door het fenomeen van de ‘spektakelmaatschappij’, een uitdrukking gemunt door de Franse situationist Guy Debord. Templins performance-achtige activiteiten komen in de ‘schijnwereld’ van de openbare ruimte tot stand, op straathoeken in Madrid, op een holle weg in Brandenburg, maar ook op MySpace, vertelt hij. Volgens Templin gebruiken veel collega-kunstenaars MySpace als podium.

Dat lijkt wat vreemd, want MySpace is in 2003 opgericht als een specifiek op muzikanten en muziekliefhebbers gericht sociaal netwerk. Bandjes pluggen er hun demo’s, je kunt er makkelijk concertinformatie vinden over willekeurig welk obscuur bandje waar ook ter wereld, en er is héél veel gratis muziek te beluisteren. Maar een platform voor beeldende kunst?

Volstrekt logisch, zegt Templin. „Op MySpace gaat kunst over speelsheid, niet over academische normen of een elite die bepaalt wat wel en niet kan. Ik gebruik MySpace omdat ik er makkelijk met een heleboel instellingen en collega-kunstenaars kan communiceren. Omdat er zoveel lollige, popculturele referenties in zitten. Maar ook omdat het spektakel van de schijn, van de zelfverheerlijking er zo groot is. Ik kan er onophoudelijk gedaanten aannemen en weer van me afstoten als ik ze zat ben.”

De afgelopen twee jaar heeft MySpace zich ontwikkeld tot een van de populairste sociale netwerken wereldwijd. Volgens het tijdschrift voor nieuwe media Wired is het aantal gebruikers met duizelingwekkende sprongen gestegen: van 20 miljoen in 2005 tot 225 miljoen in april 2008.

Dat heeft de kritiek niet weerhouden. Sociale netwerken zouden oppervlakkigheid in de hand werken, weinig meer bieden dan ijdele prietpraat en loze verplaatsing van pixels. De Franse cineast Jean-Luc Godard toonde zich sceptisch toen hij in 2007 werd onderscheiden met de Europese prijs voor de film. In een groot interview met het Duitse weekblad Die Zeit antwoordde Godard op de vraag wat hij vond van de kwaliteit van nieuwe media: „Ik probeer bij te blijven. Maar de mensen zetten films op internet om aan te tonen dat ze bestáán; het zijn geen films meer die bedoeld zijn om naar te kijken.” Zelfs een internettheoreticus en activist als de Nederlandse Geert Lovink stelde in de vorig jaar verschenen bundel Video Vortex – Responses to YouTube dat er steeds meer van hetzelfde wordt aangeboden op het net en dat degene die diepte zoekt simpelweg op de verkeerde plek is.

Toch is die ‘diepte’ nu net wat MySpace, in al zijn beweeglijkheid en toegankelijkheid, kunstenaars biedt. Met behulp van programmaatjes als www.whateverlife.com of de layout-generator van MySpace zelf kun je vrij eenvoudig een extravagant profiel maken. Bovendien kunnen je vrienden er advertenties, foto’s en filmpjes op achterlaten.

De Nederlandse kunstenaar Aukje Dekker (1983), die aan de prestigieuze Central Saint Martins School of Art and Design in Londen studeert, maakte dankbaar gebruik van de visuele mogelijkheden van MySpace. In Nederland speelde ze in een bandje. „Met name voor die band hebben we erg ons best gedaan met ons profiel op MySpace”, zegt ze. „Het is namelijk heel leuk om dingen te maken waarover je als zelfstandig kunstenaar twijfelt of ze wel goed genoeg zijn. Op MySpace konden we een soort ongeremde creativiteit uiten en die aan mensen laten zien zonder dat daar nu meteen het etiket ‘kunst’ op werd geplakt. De eisen zijn niet minder hoog op MySpace, maar gewoon anders.”

Misschien is dat ‘anders’ wel waarnaar ook een wereldberoemde kunstenaar als Jeff Wall (1946) zoekt. De Canadese fotograaf maakt foto’s die niet kloppen. Een schaduw valt net een verkeerde kant op. Twee mensen lopen op bizarre wijze langs elkaar. Melk waait uit een kartonnen beker omhoog. Alles in de transparante fotoboxen van Wall is gemanipuleerd – of we nu naar een grasveld kijken, een stilleven met een stuk zeep erbij, een voorbijganger op straat.

Op zijn profiel van MySpace gebruikt Wall een van zijn beroemdste foto’s als eindeloos repeterende achtergrond: Insomnia uit 1994 is een constructie van een man die verkrampt onder een tafel in een keuken ligt. In knalroze contrasterende tekstblokken legt Wall uit wie hij is, wat hij doet, hoeveel hij verdient (meer dan 300.000 dollar), wie hij bewondert (Piet Mondriaan, Georgia O’Keeffe, Claes Oldenburg, Gandhi, Christus) en – in precieze blogs – waar zijn werk over gaat. Ook voegt hij een fotocompilatie toe. En die compilatie is – voor Jeff Walls doen – buitengewoon gewoon.

Er verschijnt een bloeiende amaryllis in beeld. De zon over Central Park. Het blad van een reuzenvaren waar het licht doorheen valt. Een regenboog boven een verlaten snelweg. Cactussen in de woestijn. Twee kinderen spelend op het strand. Op MySpace laat Wall, zo lijkt het, alle reserves varen. Constructies gaan overboord. Over de vraag of een beeld kunst is of niet, ligt niemand wakker. Hier is Wall romanticus pur sang, liefhebber van sublieme vergezichten. Of het bloemen zijn, zand scheppende kinderen, stekelige cactussen of de kroon van een sequoia – de wonderen van de natuur moeten worden vastgelegd. Ook een fotograaf als Wall wil weleens gewoon afdrukken als hij iets ziet wat betoverend mooi is.

Er is geen netwerksite zo compleet en visueel veelvormig als MySpace.

Het beste blijkt dat uit de profielen van kunstenaars die kunstwerken op zichzelf zijn. Dat van de Italiaanse kunstenaar Maurizio Cattelan (1960) bijvoorbeeld. Op een gitzwarte achtergrond duiken uitsluitend beelden op, van Cattelan zelf maar vooral van zijn vrienden: een spookachtig oog dat in het donker knippert, een man rollend op zijn rug van het lachen. Alles wordt begeleid door snerpende saxofoonmuziek. Er zijn géén teksten. De gebruiker moet met de muis ‘blind’ op de beelden klikken en pas dan gaat de zaak leven. Wie van Cattelan houdt, zal ook van zijn vrienden houden – is de gedachte. Wie Cattelans werk wil zien, zal ook dat van zijn vrienden moeten zien.

Een ander goed voorbeeld van een MySpace-profiel, waarachter eigenlijk een hele groep schuilt, is dat van de Londense graffitikunstenaar Banksy. Hij dook eind jaren negentig op in Londen. Met zijn op muren gespoten sjablonen van dieren en mensen stak hij de draak met kapitalisme, commercie, de kunst in musea, armoe en de oorlogszucht van de regering Blair. Vooral zijn acties maakten hem wereldberoemd.

In 2006 verwisselde Banksy in Parijs stiekem vijfhonderd hoesjes van de nieuwe cd van Paris Hilton met hoesjes vol kritiek op het verschijnsel Hilton. Een jaar eerder trok hij naar de Gazastrook om de Palestijnse muur met graffiti te bespuiten. Hij ‘knipte’ een gat in de muur, liet een meisje aan een tros ballonnen ‘opstijgen’ en spoot een ontsnappingstrap op het beton. Alles ademde vrijheid, durf en een grote speelsheid van geest uit.

Banksy – zo is goed te zien op zijn profiel op MySpace – opereert niet alleen. Er is altijd een ‘organisatie’ achter de schermen werkzaam, blijkt op filmpjes en foto’s die Banksy’s acties vastleggen. En dat is een meerwaarde: Banksy’s profiel gaat niet over het kunstwerk als af, verkoopbaar product, maar vooral over het kunstwerk als activistisch medium, als een dynamisch, strategisch hulpmiddel om verandering tot stand te brengen. Daarom dat er ook flink wordt gediscussieerd op het profiel. Staat er een tentoonstelling in New York aangekondigd, dan is die ‘niet-geautoriseerd en waarschijnlijk niet de moeite van het bezoeken waard’. En ook de vrienden van Banksy (ruim 38.000 op het moment) roeren zich.

Surrealistische collages, grungy flyers, filmpjes en bewegende foto’s maken van Banksy’s profielpagina een haast levende, ademende graffiti-muur, waar alles voortdurend verschijnt en verdwijnt. Het is alsof een klas vol creatievelingen zich eromheen verdringt. Met z’n allen sloven ze zich uit om het mooiste, beste, grappigste en meest provocatieve beeld te maken. En dat op de oorverdovende, niet-aflatende beat van Tribal Underground – gratis te downloaden, natuurlijk.