Ontmoetingen in de jazz

De Groningse pianist Rein de Graaff (66).
De Groningse pianist Rein de Graaff (66). Foto Sake Elzinga

„Eind jaren zestig begon het. Amerikaanse tourmanagers zochten Europese ritmesecties, goed inspeelde trio’s, om hun musici te begeleiden. Als een bekende solist als Cecil Payne, Johnny Griffin of Hank Mobley naar Europa kwam, was het veel goedkoper om met lokale musici op te treden dan de hele band over te vliegen. Ik begeleidde die grote jongens maar al te graag. Toen dat werk begin jaren tachtig stagneerde – overzeese tournees werden te duur – ben ik het zelf gaan doen. Ik haalde musici hierheen en zette tournees op. Logeren deden ze, en doen ze nog, regelmatig bij mij thuis in Veendam.”

De Groningse pianist Rein de Graaff (66) vormt in zijn eentje een apart hoofdstuk in de Nederlandse jazzgeschiedenis. Bezeten van de jazz haalt hij onder de naam Stoomcursus Bebop, legendarische, soms vergeten Amerikanen hierheen. Als groot liefhebber van bebop-genre inviteert de pianist, die geprezen wordt om zijn ‘Amerikaanse’ spel, vooral legendarische blazers van allerlei pluimage. Komende week speelt zijn trio (met drummer Eric Ineke en bassist Marius Beets) met de door Coltrane beïnvloede saxofonist Sonny Fortune.

„Een van de eerste musici die ik invloog, was tenorsaxofonist Eddie ‘Lockjaw’ Davis. Een echte tough tenor die grappig genoeg ook helemaal op zijn plek was tussen de bloemen, tuinierend met mijn vrouw. Wanneer musici bij mij logeerden tijdens tournees, meestal een concert of tien, dan werd het snel vertrouwd. Dat huiselijke beviel hun wel. Mijn verbouwde garage, de studio, is een jazzmuseum, volgestouwd met opnamebanden. De muren zijn behangen met historische foto’s. Dan komen de verhalen snel los.

„Natuurlijk, als we jamden, ging de opnameapparatuur aan. Ik had fantastische apparatuur omdat mijn vader in elektronica handelde. Ik heb stapels banden. Dierbaar is de tape waarop ik met Dexter Gordon een avond lang alleen maar ballades speel. Het zijn privé-opnamen, niet bedoeld om uit te brengen. Maar als er mensen over de vloer komen, laat ik graag wat horen.

„Veel jonge musici vragen mij hoe ik die tournees aanpak. Tja, dat netwerk vormde zich sinds 1967, toen ik voor het eerst naar New York ging. Ik wilde mijn grote helden van de plaat in het echt zien spelen. Van wie ik echt onder de indruk was, was Hank Mobley. Voor mij de personificatie van de jazz. Ik ontmoette hem thuis bij de dochter van Art Blakey. Toen ik de Bird-jazzprijs kreeg, zou hij komen op North Sea Jazz, maar hij stierf vlak daarvoor. Misschien maar beter, zijn spel werd met de jaren minder.

„Onze gast van nu, Sonny Fortune, is een musicus met enorm veel power en inzet. Samen spelen voelt lekker uitdagend, zeker als saxofonist Benjamin Herman ook nog meedoet in het Bimhuis. Er wordt naar mijn idee tegenwoordig veel slappe jazz gespeeld. Mijn band gaat er nog graag stevig tegenaan.

„Ondanks de opkomst van de freejazz in de jaren zeventig, die zorgde voor verdeeldheid onder de musici, heb ik als hardboppianist altijd wel werk gehad. Financieel was ik er niet van afhankelijk, ik werkte ook in de groothandel. Maar het was altijd wel druk. Nu hoef ik niet meer zo nodig in de auto voor een concertje in Stuttgart. Maar ik ben nog voor veel te porren. En in mijn eigen Veendam spelen we traditioneel ieder jaar een thuiswedstrijd.”

Rein de Graaff Trio met Sonny Fortune: 5/3 Bimhuis Amsterdam; 6/3 Tobbe Voorburg; 7/3 Vredenburg Leeuwenbergh Utrecht.