Zwemmende verrekijker

Mensen kijken graag de trucjes van dieren af. Ze maken auto’s die even gestroomlijnd zijn als een snoek. Ze snorkelen met plastic namaakvinnen – flippers – aan hun voeten. En zouden er ooit vliegtuigen zijn gekomen, als mensen nooit een vogel hadden gezien?

Zelfs als mensen denken dat ze iets helemaal zelf bedacht hebben, zijn dieren hen vaak voor geweest. Neem de ‘hemelkijker’. Dat apparaat, meestal ‘telescoop’ genoemd, werd 400 jaar geleden voor het eerst door mensen in elkaar gesleuteld. Maar in de diepzee zwemmen al duizenden jaren ‘hemelkijkers’ rond.

Hemelkijkers zijn kleine en gedrongen vissen met brede vinnen. Onopvallende lelijkerds eigenlijk, maar wel met twee bijzondere ogen op hun kop. Die steken recht omhoog als korte buizen.

Amerikaanse biologen hebben deze hemelkijkers nu voor het eerst gefilmd, met een camera in een onbemand diepzeevaartuig. Zo zie je duidelijk dat bovenop elke buis een groene koepel zit. Die vangt lichtstralen op die nog nét in de duistere diepzee doordringen.

Al met al lijkt zo’n oog maar op één ding: op een kleine hemelkijker. Maar de naam van de vissen had ook ‘verrekijker’ kunnen zijn. Dat apparaat krijg je namelijk als je twee kleine hemelkijkers naast elkaar houdt, zoals op de vissenkop.

Biologen wisten al dat de vissen hun ingebouwde verrekijker gebruiken om lichtgevende kwallen hoger in zee op te sporen. Het filmpje laat zien hoe ze de verrekijker daarna naar voren kantelen. Zo kunnen ze de kwallen achtervolgen en stiekem prooien tussen de giftige tentakels vandaan stelen.

Een doorzichtige kap beschermt daarbij de verrekijker tegen kwallenbeten. En zelfs die lijkt op een ‘mensenvondst’: op de kap op een straaljagercockpit. Margriet van der Heijden