Welkom op de slachtpartij

De kredietcrisis kent veel slachtoffers. Die hun baan, hun huis kwijtraken. Of hun leven, zoals Jelle Hans Reitsma. Deze Friese boer in Californië laat zeven kinderen en 18.000 koeien na.

Twee maanden geleden, vrijdag voor de Kerst. Roxanne Reitsma (41) schrikt wakker. „Met een vreselijk akelig gevoel.” Later die dag gaat ze met haar gezin, een boerenfamilie met zeven kinderen, op de jaarlijkse kerstkaartfoto, maar nu is het pas tien voor half vijf. Naast haar is het bed leeg.

Dat gebeurt vaker. Hans loopt dan even naar de overkant van de weg, de immense stallen in, waar zijn 18.000 koeien staan. Of hij maakt een praatje met een van zijn tientallen werknemers die het boerenbedrijf dag en nacht gaande houden.

Maar dat waren andere tijden, van voor de kredietcrisis. Roxanne en Hans hebben net een week achter de rug die ze nu omschrijft als „de hel op aarde”. De bank wil onder druk van de economische neergang miljoenen aan leningen terug hebben.

Om aan de verplichtingen te kunnen voldoen, moet Hans zijn koeien verkopen. Of ze laten afslachten. Hans kan het niet over zijn hart verkrijgen. Hij doet zichzelf toch niets aan, had Roxanne hem gevraagd. Natuurlijk niet, hij had hen toch.

Maar nu, ’s ochtends vroeg, ziet ze dat het pistool niet meer in de kluis ligt. En ze had de sleutel nog wel verstopt. Ook is de keukendeur van buiten op slot gedraaid. Dat doet hij nooit. Roxanne ziet het als een boodschap. „Ik bescherm jullie, ook al ben ik er niet.”

Roxanne draait de deur van het slot, stapt in de pick-uptruck die zij nodig heeft om het enorme boerenbedrijf met zeven stallen en hectares aan andere gewassen te verkennen. Ze rijdt rond, begint te huilen en na een uur zoeken, om half zes, belt ze de politie. Ze zet haar zoektocht voort. Langs de stallen, langs de parkeerplaats van de bank. Geen Hans.

Bij haar thuiskomst staat de politie op de oprijlaan. „Ik begon direct te ontkennen. Nee. Het is niet waar. Nee.” Maar het is waar. De politie heeft Hans gevonden in de walnotenboomgaard op het erf. Hoe precies, ze kan het niet over haar lippen krijgen. Hij had het „netjes” gedaan. Geen troep. Zelfs in zijn dood wilde hij anderen niet tot last zijn. Typisch Hans.

Er zijn twee afscheidsbrieven. Een voor haar en de kinderen. De andere geadresseerd aan de filiaalhouder van de bank met een boodschap van vier woorden. „Welcome to the kill.” Welkom op de slachtpartij.

Het is 1988. Jelle Hans Reitsma, zeventien jaar oud, verhuist van het Friese Exmorra naar de Californische landbouwstreek Central Valley. ‘Jelle’ wordt voor de Amerikanen al snel uitgesproken als jelly, gelatinepudding. Hans wordt zijn roepnaam.

De Fries komt terecht in het dunbevolkte gebied in de buurt van Corcoran, volgens een bord midden in een weiland de ‘boerenhoofdstad van Californië’. Het is hier leeg, en er zijn ochtenden dat je de lampen van de pick-uptruck vlak voor je niet meer ziet door de mist. Scholieren weten dan dat ze thuis kunnen blijven; het officiële mistrooster treedt in werking.

Hans’ ouders waren al eens naar Californië geëmigreerd, maar keerden terug naar Friesland. Het is een tweede kans voor de familie. Hans wordt financieel en zakelijk gesteund door zijn vader, die regelmatig komt invliegen. Zijn zoon bestiert een huurboerderij – met eigen koeien is hij aan de slag gegaan op de boerderij van een ander. Hans’ droom? Zevenhonderd koeien. In Nederland is tweehonderd al ‘stevig aan’. Maar Hans was „Mister Efficiency”, zegt Roxanne. Alles moest doelgericht, geen cent werd verspild. Ze leefden zuinig „alsof ze bij de middenklasse hoorden”. Wat, afgezet tegen wat ze verdienden, niet het geval was. Het stel had geen spaarrekening, opbrengsten gingen de boerderij in. De belangrijkste les die vader Reitsma Hans gaf: „Laat de bank niet de baas worden.”

De aanpak loont. Na twintig jaar staat er een bedrijf van 900 hectaren in de Californische binnenlanden, met 86 werknemers en een woonhuis met twee engeltjes aan weerszijden van de voordeur. Het gelige pand is in de in Californië populaire ‘mediterrane stijl’ gebouwd. Vond Hans mooi. Het deed hem denken aan vakanties in Spanje, als kind, zegt Roxanne, zelf van Portugese afkomst.

Hans bekeerde zich tot haar geloof, het katholicisme. In de gang staat een beeld van Onze-Lieve-Vrouw van Fátima van een meter hoog, op verschillende plekken in het huis zijn fotolijsten met Maria, Jezus, en op de schouw brandt een kaars. De lokale priester belt om te vragen hoe het met Roxanne gaat. „Willen de monseigneur en u snel weer langskomen om het huis en de boerderij nogmaals te zegenen?”

Ze laat de film zien die bij Hans’ uitvaart vertoond werd, de dvd gaat de laptop in. Het zijn 36 minuten aan foto’s van Hans, zijn familie, koeien, de stallen, met vrienden aan het handje drukken. „Als de jongens uit Makkum, soms zelf ook boer, hier op bezoek kwamen, vielen ze stil”, zegt Roxanne. Zo groot en on-Nederlands als de boerderij is.

Het filmpje toont een veramerikaniseerde Hans. Hij draagt een T-shirt met de Amerikaanse vlag, er is een foto van toen hij Amerikaans staatsburger werd, een andere van hem voor het Vrijheidsbeeld. „Toen was hij zo trots. Hij had het gemaakt.”

Ook de muziek onder de foto’s heeft niets Nederlands. Mariah Carey met ‘Hero’. ‘What a wonderful World’ in de versie van countryzanger Willie Nelson. En ‘I will always love you’ van Whitney Houston, „ons liedje”. Aan het einde rolt er een tekst over het scherm van Roxanne’s laptop. „Dad, we weten hoeveel je ervan hield om koeien te kopen en je zuivelbedrijf te hebben.” En van verhalen over de Tweede Wereldoorlog. Dat staat er ook. En van History Channel. „You are our HERO!”. Maar dan is Roxanne al opgestaan –„Excuse me” – en weggelopen.

Hans was 1.95 meter. Het voorkomen van een bodybuilder, volgens Roxanne. Een gigantische man. Maar ook: een teddybeer. Zo aanwezig als hij uiterlijk was, zo teruggetrokken stelde hij zich op in een groep. Een binnenvetter. „Hij zei niet veel, dus als er eens iets uit kwam, betekende dat veel.” Hans bleef ‘die jongen uit Friesland’, maar dan wel eentje die droomde als een miljardair. Ze bedoelt niet dat hij geld nastreefde, rijkdom was nooit zijn doel. Ze bedoelt dat hij van zakelijke uitdagingen hield. En ze aankon.

Maar precies daar ging het mis. „Hij werd zo’n typisch Amerikaans verhaal, banken smullen daarvan. Ze zagen een jonge vent het goed doen, en wilden erbij horen.” In de praktijk betekende dat dat ze zijn expansie wilden financieren. Tegelijkertijd met Hans’ groei, beleefde de Amerikaanse economie en in het bijzonder de melkveehouderij jubeljaren. De vraag uit vooral Azië naar melkproducten nam fors toe en door de onfeilbaar geachte huizenmarkt stegen grondprijzen maar door. Uitstekende tijden voor een melkboer met grond. Al met al leenden twee banken hem de laatste jaren 40 miljoen dollar (nu 31 miljoen euro) – net zoals huizenkopers kredieten kregen, autokopers, creditcardgebruikers. Dat kreeg iederéén die, zoals dat nu in Amerika gezegd wordt, een spiegel kan bewasemen.

In maart vorig jaar kocht Jelle Hans Reitsma een tweede boerderij, met tweeduizend koeien. Kleinschalig, vergeleken met het hoofdbedrijf. Het gezin zou erheen verhuizen, zodat de kinderen het traditionele boerenleven konden ervaren.

Maar toen, eind vorig jaar, liep de vraag uit China terug. Terwijl de voederkosten zo hoog bleven dat er geld op de melkproductie moest worden toegelegd. Het kostte meer om melk te produceren dan het opleverde. Tegelijkertijd breidde de kredietcrisis zich uit.

En toen vroeg de filiaalhouder van de bank in de Californische Central Valley zonder opgaaf van reden – althans, Roxanne heeft ze niet kunnen achterhalen – de leningen sneller af te lossen. „In plaats van zeven jaar werd de looptijd opeens twee maanden.” Hans loste af. De bank vroeg meer. Hij loste weer af. „We schaamden ons. Alsof we iets hadden gestolen.” Hij loste nog eens af. „We werden behandeld alsof we er met hun geld vandoor zouden gaan”.

Roxanne wil de naam van de bank niet in de krant hebben. De onderhandelingen over de afwikkeling duren nog voort, en de weduwe is bang dat publiciteit uitloopt op het definitieve verlies van haar boerderij. De bank in kwestie, een beursgenoteerd bedrijf dat miljarden aan noodkredieten van de overheid ontvangt, juist om te bevorderen dat ze op grote schaal leningen verstrekken, wil niet ingaan op de zaak. Een woordvoerder: „Voor de bescherming van onze cliënten of ex-cliënten praten wij niet over individuele gevallen.”

Tom Vilsack wil dat wel, praten over individuele gevallen. Hij is Obama’s minister van Landbouw, en hij heeft op Roxanne’s voicemail een boodschap ingesproken. Ze laat het bericht horen. De minister zegt dat hij over Hans gehoord heeft en betuigt zijn steun. Vilsack weet hoe boeren nu op grote schaal geraakt worden.

Roxanne heeft zich voorgenomen naar Washington te gaan, misschien kan ze bij Vilsack langs, kinderen en haar ouders mee. Zij wil de nagedachtenis van haar man hoog houden, daarom vertelt ze dit verhaal nu ook. Nederlanders moeten weten wat voor man Hans was. Dat hij geen lafaard was, wat ze zo nu en dan hoort. Dat hij juist een respectabele burger was, een harde werker, een die zich aan de regels van het spel hield. Ze wil laten weten dat hij een slachtoffer van de economie is. Een van velen, geen uitzondering.

Eind vorig jaar ging er plots een gerucht door de vallei. Banken zouden twee lijsten bijhouden: op de ene de boerderijen die zouden overleven. Op de andere de boerderijen die er aan onderdoor zouden gaan. Hans verkocht een paar duizend koeien, maar dat probeerden andere boeren ook. De prijs daalde, net als de vraag.

Er was een uitweg om de leningen terug te betalen: CWT, Cooperatives Working Together. Het is een systeem dat de melksector zelf heeft opgericht, en waaraan elke boer bijdraagt. Het is bedoeld om de melkproductie te sturen; het komt erop neer dat een boer in tijden van overproductie zijn koeien voor de slacht kan aanbieden. Precies dat stelde de bank Hans voor. Hans begon te rekenen, kwam erachter dat hij op deze manier nog een belastingaanslag van 4 miljoen dollar zou krijgen, zonder middelen, zonder koeien, om deze af te lossen.

Wat er de laatste paar dagen van december is gebeurd, doorziet Roxanne nog steeds niet helemaal. Hans had eerst een koper voor zijn koeien gevonden, maar die trok zich op het laatste moment weer terug. Tegelijkertijd voerde de bank de druk op om een uitweg te zoeken via CWT. „Hans was een man van zijn woord, maar zijn koeien laten afmaken? En dan nog steeds geldproblemen? Dat wilde hij niet meemaken.”

Ze is in de huiskamer gaan zitten, achter haar heeft ze uitzicht op de koeien, zo nu en dan komt een van de kinderen binnen. Haar dochter van veertien vraagt of de bezoeker ergens allergisch voor is, brengt dan een glas melk en een boterham met mayonaise en ham. Haar jongste zoon kruipt tegen haar omhoog, voor een knuffel. Het blonde jongetje huilt ’s nachts, zegt zijn moeder. Hij was gewend in zijn vaders armen in slaap te vallen.

Terwijl Hans’ bedrijf groeide, „bleef hij om kinderen vragen”. Hij wilde een groot gezin, een gelovig boerengezin. Ava Marie kwam eerst. Toen Julia Rose. Christian Hans. Hans William. Grace Rixt-Anne. Ella Roxanne. En John Harmen Andrew. De oudste veertien, de jongste twee.

Dat de familieman uiteindelijk zelfmoord pleegde is volgens Roxanne ‘een heldendaad’. „Hij is voor ons op een granaat gestapt”, zegt ze. Ze bedoelt: hij heeft door zichzelf op te offeren het gezin willen beschermen. Zijn dood is een boodschap aan de bank: de achterblijvende familie met rust te laten. „Hij heeft ermee gezegd: mij hebben jullie bedrogen. Heb nu maar eens het lef achter mijn vrouw en zeven kinderen aan te gaan.”

Meer over Jelle Hans Reitsma, een discussie en andere persoonlijke recessieverhalen op nrc.nl/mijnrecessie