'We zijn misschien niet de perfecte moslimschool'

De islamitische middelbare school Ibn Ghaldoun in Rotterdam ligt al tijden onder vuur. De inspectie noemt de school ‘zeer zwak’ Oud-bestuursvoorzitter Naas verweert zich.

Ineens vlammen de ogen boven de weelderige baard. „Het machtsmisbruik van wethouder Geluk frustreert de integratie. Hij heeft kinderen benadeeld. Hij behandelt onze islamitische kinderen niet als alle andere kinderen.”

Aan het woord is Belgacem Naas (54), tot voor kort bestuursvoorzitter van de islamitische middelbare school Ibn Ghaldoun (660 leerlingen, 19 nationaliteiten) in Rotterdam-Zuid. Nu hij is opgestapt, voelt hij zich vrij om te spreken over alle ophef rond zijn onderwijsinstelling – drie rechtszaken, het stempel „zeer zwak” van de Inspectie van het Onderwijs en een hoog opgelopen vete met de Rotterdamse wethouder Leonard Geluk (jeugd en onderwijs, CDA).

Ibn Ghaldoun is wellicht de meest omstreden school van Nederland. Naas is beschuldigd van fraude, van oncoöperatief gedrag en van laksheid om de onderwijskwaliteit van zijn school te verbeteren. Zelf claimt de rijschoolhouder van Tunesische afkomst, die al 35 jaar in Nederland woont en is getrouwd met een Nederlandse vrouw, dat hij acht jaar lang is tegengewerkt. Door de gemeente, door andere schoolbesturen in Rotterdam. Die andere besturen maken Ibn Ghaldoun zwart om zelf meer leerlingen te krijgen, zegt Naas in zijn rijschoolkantoortje in de deelgemeente Delfshaven. „Het is pure business.”

Met twee grote schoolbesturen in de stad, CVO voor het christelijke en LMC voor het interconfessionele onderwijs, ligt Ibn Ghaldoun al jaren overhoop. De school wil verhuizen naar de noordoever, waar de meeste leerlingen van de school wonen. Het ministerie van Onderwijs gaf toestemming, maar de gemeente blokkeert de verhuizing, omdat Ibn Ghaldoun eerst de onderwijskwaliteit op orde zou moeten krijgen. Ook stapten de twee andere besturen naar de rechter omdat ze uit concurrentieoverwegingen de komst van de school vrezen. Beleidsmedewerker Kees den Ouden van CVO zegt dat zijn schoolbestuur uit concurrentieoverwegingen in de nabije toekomst beroep zal aantekenen tegen de komst van Ibn Ghaldoun naar Rotterdam-Noord.

De drie gebouwen van Ibn Ghaldoun in Rotterdam-Zuid zijn sterk verouderd. De slechte huisvesting, zegt Naas, is mede de oorzaak van de gebrekkige onderwijskwaliteit. „Personeel, ruimte, sfeer, pedagogisch klimaat, dat telt allemaal mee in de beoordeling van de inspectie.”

Ibn Ghaldoun haalde ook veelvuldig het nieuws met onjuist bestede rijksbekostiging. Geld voor onderwijs werd ingezet voor leerlingenvervoer en ‘reisjes’ naar Mekka. De school moet 1,2 miljoen euro terugbetalen aan het ministerie van Onderwijs, al heeft de rechter de terugbetaling voorlopig opgeschort. Die studiereis in samenwerking met het Maritiem Museum is vooraf door alle instanties goedgekeurd, zegt Naas.

„Het probleem van het leerlingenvervoer speelt nog steeds. We moeten het geld nu aan de ouders vragen. Voor gym moeten de leerlingen ver reizen, voor praktijklessen moeten ze zelfs naar Schiedam. Het Rijk zegt: de gemeente moet betalen. Zelfs de inspectie zegt dat de gemeente moet helpen, maar ze doen het niet.”

Volgens Naas ziet de politiek moslims als schuldigen. „Het is ook wel zo makkelijk. Afgeven op moslims scoort in Nederland de laatste jaren. Dan weet je zeker dat je meer zetels behaalt.”

Naas hield het bestuurderschap naar eigen zeggen vol „door voortdurend aan het belang van de kinderen te denken”. Hij vertelt over jongeren die hij vanuit zijn lesauto „rommel” zag maken in de stad. „Die zitten nu binnen de schoolmuren. Ze hangen niet op straat, ze zitten niet in de gevangenis. We hebben duizenden leerlingen aan een diploma geholpen. Veel oud-leerlingen zitten nu op de Erasmus Universiteit.”

Toch eist de Tweede Kamer stevige ingrepen bij zwakke en sjoemelende islamitische scholen als Ibn Ghaldoun. Ook wethouder Geluk trekt fel van leer. Hij riep vorig jaar de ouders van leerlingen van Ibn Ghaldoun per brief op hun kinderen van de school te halen. In het belang van de kinderen, zei hij erbij. Saillant detail: hoewel zijn jongste dochter leerlinge van Ibn Ghaldoun is, ontving Naas de gewraakte brief van Geluk niet.

Is Ibn Ghaldoun de veilige haven voor moslimkinderen die dreigen te ontsporen? Of is het een school die kinderen onderwijskansen ontneemt? Het feit dat Ibn Ghaldoun nog steeds leerlingen trekt, zegt genoeg, stelt Naas. „We zijn misschien niet de perfecte school, maar we zijn pas acht jaar bezig. Vergeet dat niet.” Mensen in Nederland willen gewoon geen islamitisch onderwijs, zegt Naas. „Ik ben weleens bedreigd via de mail. Maar ik ben niet bang.”

Heeft Naas zelf fouten gemaakt? Misschien wel, zegt hij na enig aandringen. „We moesten op een gegeven moment afscheid nemen van enkele leraren die niet goed genoeg waren. Zij hebben vervolgens anoniem een brief gestuurd naar het ministerie van Onderwijs, dat de school zou frauderen. Zo is de bal gaan rollen. We hadden meer moeten praten met die leraren. En misschien hadden we beter met ambtenaren moeten onderhandelen over het leerlingenvervoer.”

De strijd tussen de school en de gemeente kreeg gaandeweg het karakter van een persoonlijke vete. Zo zei Geluk te vrezen dat Naas zijn „neefjes” zou benoemen in het nieuwe bestuur. Dat is niet gebeurd. Naas’ gezicht betrekt. „Ik heb met niemand een probleem, behalve met Geluk. Hij wil onze school kapotmaken om andere scholen te helpen.

Het ergste van alles, zegt Naas, is dat de strijd „over de rug van kinderen” is gevoerd. „De geschiedenis zal Geluk niet sparen.”