Warm water of koud water?

de proefjesfabriek

Iets kan warm zijn of koud. Maar warm én koud zijn tegelijk? Dat gaat niet. Of wel?

Wat heb je nodig?

Drie diepe kommen, een horloge en je handen.

Wat moet je doen?

Vul de eerste kom met heel koud water, de tweede met heel warm water (maar niet te heet!) en de derde met lauw water.

Zet de kom met heet water links, de kom met lauw water in het midden en de kom met koud water rechts.

Dompel je linkerhand in de kom met heet water en je rechterhand in de kom met koud water. Laat ze zo halve minuut hangen.

Dompel daarna allebei je handen in de middelste kom.

Hoe voelt dat aan? Raar! Je linkerhand vindt het water koud en je rechterhand vindt het juist warm.

Hoe komt dat? Je huid, ook van je hand, zit vol met kleine sensoren – de zenuwen. Zij nemen temperatuur waar en sturen boodschappen daarover naar je brein. Niet: “dit voorwerp is 32,3 graden Celsius.” Maar: “oei, dat is heet” of “brrr, dat is koud”. De zenuwen vergelijken de temperatuur van een voorwerp dus steeds met die van de omgeving en van je lijf. Alleen: als je linkerhand een tijdje in heel warm water hangt, raken de sensoren daaraan gewend. Als je daarna je linkerhand in lauw water houdt, lijkt dat water voor die sensoren dus koud. En dat vertellen ze je brein. Voor je rechterhand is het precies omgekeerd.

Met dank aan dr. Diana Issidorides. En aan Gabriel Secrève die toevallig hetzelfde proefje opstuurde!

Kijk ook eens op:

www.nrc.nl/kleinewetenschap