Stonewall

Sean Penn citeren met een Homecoming Queen.

Het is ‘hou van jezelf-week’ op de campus van George Mason. In het hoofdgebouw van de universiteit in Fairfax, Virginia hebben studenten daarom ‘positieve gedachten’ op papiertjes geschreven. Ik sta er onthand naar te staren (‘Ik mag dan geen achterste hebben, maar ik ben geweldig!’) Ik heb een telefoonnummer verkeerd genoteerd en nu kan ik de Homecoming Queen niet vinden, met wie ik hier heb afgesproken.

Een Homecoming Queen hoort op Amerikaanse scholen en colleges bij het jaarlijkse welkom aan oud-studenten, de Homecoming. Zij wordt gekozen in een mix van schoonheidsverkiezing en populariteitswedstrijd. Ze treedt op bij sportwedstrijden, reünies, parades en is het gezicht voor de buitenwereld.

George Mason trekt hier nationale aandacht met een goed basketbalteam, de Patriots. De universiteit zelf zit ook in de lift. Ruim 30 duizend studenten. En daarvan zitten er nu honderden tegelijk in het atrium te eten. Ik zwaai maar enthousiast met mijn notitieblokje naar wie me aankijkt. Dan staat toch iemand op om elegant naar me toe te wiegen. Geen twijfel mogelijk: de Homecoming Queen.

Hij draagt een gestreept overhemd, een spijkerbroek en gympen.

Er zijn momenten, sinds de verkiezing van Obama, dat je denkt: wordt Amerika nu dan in álles tolerant?

Ryan Allen durfde deze maand in de enorme basketbalarena van George Mason, afgeladen met loeiende sportfanaten, in het niet bepaald als ruimdenkend bekend staande Virginia, de vloer op te stappen in pumps. Hij droeg er een zwart rokje bij, een glitterbloes en een krullenpruik. Twee mooie blonde meisjes legden het tegen hem af: de jury en de meerderheid van de studenten riep Ryan Allen uit tot Homecoming Queen.

Ryan Allen, die niet voor niets PR studeert, doet eerst vakkundig positief. Zijn verkiezing „is een triomf van de diversiteit van George Mason”, punt uit. Maar boze, oudere medewerkers van George Mason hebben al gezegd dat de keuze voor een drag queen een stommiteit is: nét nu zoveel ogen op de universiteit zijn gericht, komt hij ze hooggehakt voor schut zetten. Ryan Allen is „blij met iedere reactie, want dat is diversiteit”. Jaja, zeg ik. De afdeling communicatie heeft hem geadviseerd de controverse uit de weg te gaan, geeft hij toe.

Zelf begrijp ik eigenlijk nooit goed waarom sommige homo’s het nou zo leuk vinden om zich in drag te verkleden.

„Voor mij is het wel aardig”, zegt Ryan Allen, „maar het gaat om Stonewall.”

De legendarische homobar in New York in de jaren ’60. Toen de burgemeester van New York nog alle homo-ontmoetingsplaatsen wilde sluiten: een smet op de stad. De politie had alleen beter niet 28 juni 1969, de dag van de begrafenis van homo-icoon Judy Garland, kunnen uitzoeken om de Stonewall Inn binnen te vallen. „Het zat er die dag vol drag queens.” En rouwende drag queens bleken potige tegenstanders. Al snel stonden ze met hun pumps in hun handen terug te vechten.

Dat was de eerste homo-opstand van Amerika. We hebben het over de tijd dat homo’s hier nog naar psychiatrische ziekenhuizen werden gestuurd om te genezen. Stonewall veroorzaakte een reeks rellen. Een jaar later kwam daar de eerste Gay Pride uit voort.

En zijn drag queen, zegt Ryan Allen genietend, is een eerbetoon aan de bakermat van de Amerikaanse homobeweging.

Hij is pas 22 jaar. Zijn vader overleed op zijn dertiende, een jaar later kwam hij uit de kast. Zijn moeder dacht dat hij zich vergiste. Nog steeds, eigenlijk. En dan was er nog de schoolkantine: zijn eigen Stonewall in Goochland, Virginia. „Ze hebben me er iedere dag uitgejouwd. Ie-de-re dag. Ik was een flikker, een flikker, een flikker. Ze gooiden daar stukken pizza naar mijn hoofd.” Het is nog maar zes jaar geleden. Hij had heterovrienden sinds de kleuterschool, die voor hem terugvochten. Hij durfde nog niet.

We zwijgen. Ryan Allen lijkt met zijn hoofd bij de pizza en ik ben afgeleid door een onverstoorbaar lezend meisje met een reusachtige jongen op haar schoot. Zij heeft in haar ene hand haar boek en hij sabbelt geërgerd op de vinger van haar andere hand.

„Heb je de Oscars gezien?”

„Omigod yeah”, zucht Ryan Allen. „Milk.”

„Wat Sean Penn zei”, grijns ik.

Sean Penn, de vertolker van politicus en homoactivist Harvey Milk.

Sean Penn, de Oscar in zijn hand, begon zijn dankwoord met: ,,You commie, homo-loving sons of guns!”

De Homecoming Queen en ik roepen het onbedoeld in koor. Lachend en met hoge stemmen. En onder de studenten van George Mason kijkt er alvast niemand meer van op. Het meisje leest. De reusachtige jongen sabbelt. Zes jaar na de pizza, middenin Virginia.