Steden kunnen best risico`s infrastructuurprojecten aan

In zijn artikel over de Noord-Zuidlijn vergist Maarten de Boer zich op een belangrijk punt (Opiniepagina, 23 februari). Hij haalt de Haagse Tramtunnel en Randstadrail aan als grote infrastructuurprojecten die aantonen dat de steden of stadsregio`s de risico`s daarvan niet meer aankunnen. Inderdaad werd de Tramtunnel destijds 95 miljoen euro duurder. Den Haag heeft terecht doorgezet en - belangrijk - het Rijk is bijgesprongen.

Recentelijk zijn in Den Haag echter twee tunnels binnen het daarvoor beschikbare budget gebouwd: de Koningstunnel (2000) en de Hubertustunnel (2008). Beide projecten zijn in omvang veel bescheidener dan de Noord-Zuidlijn. Randstadrail, een complex en groot project, benadert het budget van 556 miljoen euro precies. Na twee ontsporingen waren er wel 27 miljoen extra kosten voor vervangend vervoer tijdens het jaar stillegging (november 2006-oktober 2007). We betalen dat in de regio zelf.

Getuige het artikel is er nog steeds de reputatieschade. Maar nu reizen dagelijks 94.000 mensen over de trajecten van de Haags-Zoetermeerse Randstadraillijnen, vergeleken met 66.000 vroeger. Het einde van de groei is nog niet in zicht. Daarmee worden alle verwachtingen overtroffen. Randstadrail is een succes.

Overigens ben ik van mening dat de Noord-Zuidlijn als drager van economie voor Amsterdam noodzakelijk is en ooit de trots van Nederland zal zijn.