'Sport is geen luxe in economische crisis'

Sportkoepel NOC*NSF opende dinsdag een meldpunt Sport en Crisis. De eerste reacties van noodlijdende teams en verenigingen zijn binnen.

Wie de berichten van de afgelopen weken op een rij zet, kan zich niet aan de indruk onttrekken dat ook de Nederlandse sportwereld in zwaar weer verkeert. Zo stopt het VSB Fonds met het jaarlijks doneren van 5 miljoen euro aan projecten van sportverenigingen. De gemeente Den Haag ziet voorlopig af van de bouw van een beachvolleybalstadion. En voetbalbond KNVB overweegt de eerste divisie tot twaalf clubs terug te brengen om de klasse ‘sportief en financieel gezond te houden’.

Afgelopen dinsdag stelde NOC*NSF een meldpunt Sport en Crisis in om meer zicht te krijgen op de effecten van de recessie op sport in Nederland. Sporters, verenigingen, gemeenten en andere betrokkenen worden opgeroepen hun stem te laten horen. „De eerste meldingen druppelen langzaam binnen”, vertelt Geert Slot (53), hoofd Strategie en Beleid. „Maar wij verwachten de grote hausse pas over een paar maanden, als de sportseizoenen eindigen en sponsors hun contracten niet blijken te willen vernieuwen.”

Uit welke hoek komen de eerste meldingen?

„Wij hebben verschillende mailtjes gekregen van lokale verenigingen die met problemen kampen omdat hun sponsor is weggevallen. Vaak proberen zij het eerst nog met vrijwilligers op te vangen, maar als dat niet meer lukt trekken zij aan de bel. En verder hoorden wij dat het triatlonteam dat zich op de olympische afstand voorbereidt, in zwaar weer verkeert door de crisis. De grote zaken die de afgelopen maanden de pers haalden – zoals de stopzetting van donaties van het VSB fonds – worden bij ons niet gemeld. Ik denk dat dat soort feiten als algemeen bekend wordt verondersteld.”

NOC*NSF wil de meldingen niet alleen inventariseren, maar ook maatregelen nemen om de negatieve gevolgen van de crisis te beperken. Kunt u een voorbeeld geven?

„Volgens de laatste cijfers gaat er 400 miljoen euro aan reclame en marketing om in de georganiseerde sport. Dat is een hoop. Maar we merken ook dat bedrijven steeds kritischer worden hoe zij hun geld besteden. Terecht vragen zij zich: wat krijgen we ervoor terug? Bij NOC*NSF bedenken wij manieren om de voordelen van marketing en reclame te belichten. Je zou bijvoorbeeld kortingsbonnen in clubbladen van sportverenigingen kunnen steken. Als leden die bij hun slager of bakker inleveren, krijgen die een tastbaar bewijs dat hun uitgaven goed besteed zijn. Daarnaast willen wij ook bekijken hoe je met sport de economie kunt stimuleren. Dat kun je doen door bijvoorbeeld de verlichting bij fietspaden in de buurt van stadions te verbeteren. Maar ook door het grote leger werklozen dat rond 2010 verwacht wordt, mentaal en fysiek in topconditie te houden. Als het aan ons ligt gaat de overheid investeren in de aanpassing van sportaccommodaties voor mensen zonder werk.”

Investeren in sport: dat lijkt een luxe in tijden van financiële crisis.

„Er zijn ongetwijfeld mensen die dat als een luxe zien. Maar stelt u zich eens voor wat het met werklozen doet als zij dankzij nieuwe, ruimere openingstijden terecht kunnen bij een sportvereniging tegen gereduceerd tarief. Dat zij daar kunnen trainen met een professional. En wie weet zelfs sollicitatiecursussen kunnen gaan volgen. De positieve rol van sport bij de reïntegratie van werklozen wordt naar mijn mening danig onderschat. En ik zie niet in waarom de overheid wel investeert en rekenen en taal en niet in zaken die het fysieke en psychische welzijn van de mens betreffen.”

In sommige sporten, zoals het tennis, merk je weinig van de crisis. In andere sporten vallen harde klappen. Valt daar een lijn in te ontdekken?

„Daar hebben we nog geen zicht op. Daarbij komt dat het soms moeilijk te achterhalen is waarom sporten het goed dan wel slecht doen. Kwamen er bijvoorbeeld veel mensen op het ABN Amro toernooi af omdat tennis immuun is voor de crisis of omdat Rafael Nadal de hele week speelde? Het bewijs valt moeilijk te leveren.”

Sport wordt door de politiek als een vehikel beschouwd om achterstandswijken te versterken. Komt die missie door de crisis in gevaar?

„Die kans is reëel. Het Jeugdsportfonds [een fonds dat sportlidmaatschappen en -kleding betaalt voor kinderen die het thuis niet breed hebben] verwacht dit jaar 20.000 aanvragen, een verdubbeling ten opzichte van vorig jaar. Door de crisis komen steeds meer gezinnen voor hulp in aanmerking, maar het fonds komt in de problemen als sponsor VSB zich na dit jaar terugtrekt. Juist in achterstandswijken is professionele begeleiding bij sportprojecten heel belangrijk. Maar ik vrees dat daar door de crisis flink op zal worden beknibbeld.”

Particuliere initiatieven zoals de Richard Krajicek Foundation en de Johan Cruyff Foundation zullen daarmee belangrijker worden.

„Ja. En de vraag is of we dat moeten toejuichen. Begrijp me niet verkeerd, ik ben blij dat Cruijff en Krajicek voetbalveldjes en tennisbanen aanleggen in achterstandswijken. Maar ideaal vind ik die situatie niet. Uiteindelijk denk ik dat burgers er het meest bij gebaat zijn als ze via reguliere wegen een sport beoefenen.”

Na een periode van spilziekte en torenhoge spelerssalarissen beschouwen sommige mensen de recessie als een zegen. Kunt u zich daar iets bij voorstellen?

„Terug naar de basiswaarden van de sport? Het zou mooi zijn als de sport profijt kan trekken uit deze moeilijke tijden. Laten we het hopen.”

Op de valreep toch nog een lichtpuntje.

„Ja, maar of u daar nou een kop van moet maken? Ik ontraad het.”