Servische politici hoeven de crisis zelf niet te vrezen

De snelste weg naar een goede baan in Servië loopt via de politiek. En steeds vaker letterlijk, blijkt uit een onderzoek van het nieuwsmagazine NIN uit Belgrado. Minstens negen parlementsleden, geboren na 1980, zitten zonder enige andere werkervaring in het parlement. Ze verdienen er minstens 100.000 dinar (ruim duizend euro) per maand, plus extra vergoedingen voor het bijwonen van commissievergaderingen. Het gemiddelde inkomen in Servië ligt net onder de 400 euro, maar de verschillen tussen rijk en arm zijn groot.

Toch protesteert de bevolking nauwelijks, want nog veel meer andere Serviërs hebben hun baan aan de politiek te danken. Het land telt nu 28.000 mensen in openbare diensten, dat zijn meer ambtenaren dan in het voormalige Joegoslavië. Met lokale overheden en overheidsbedrijven erbij krijgen 240.000 Serviërs iedere maand hun loon van de staat. Met gezinsleden erbij zijn dus ongeveer een miljoen Serviërs, een achtste van de bevolking, afhankelijk van de overheid.

Ongeveer 20 procent van de Serviërs is werkloos. Maar omdat mensen die onvoldoende hard zoeken naar een baan uit de cijfers worden geschrapt, vrezen economen dat de werkloosheid ruim de 30 procent overstijgt.

Nu het land de eerste gevolgen van de economische crisis voelt, neemt ook het wantrouwen toe. Premier Cvetkovic haastte zich afgelopen week om te zeggen dat aan de lonen en pensioenen van ambtenaren niet wordt getornd. Zijn sussende woorden staan in schril contrast met die van gouverneur Jelasic van de nationale bank, die meent dat de overheid dringend moet bezuinigen.

Servië heeft een tekort van acht miljard euro op zijn handelsbalans, het importeert meer uit Afrika dan het exporteert. En het grootste deel van de inkomsten van privatiseringen is de afgelopen maanden gebruikt om de dinar – tevergeefs – te ondersteunen. Ook politici zien nu dat het verkeerd dreigt te lopen, en zoeken steun van buitenaf. Servië heeft het Internationaal Monetair Fonds om twee miljard euro steun gevraagd.