'Ons probleem is dat wij niet aan morgen denken'

De aan polio lijdende Souleyman is anders dan andere gehandicapten in Ivoorkust. Onverstoorbaar zit hij in allerlei zaken. ‘Ik denk dat dit plan niet kan mislukken.’

Ze stonden altijd op de parkeerplaats van een klein motel in de hoofdstad. Het was geen grote groep, een man of zes, zeven. Bedelaars in rolstoelen zoals die in West-Afrika worden gemaakt, simpele driewielers met een houten zitvlak en fietspedalen die met de hand worden bediend. Souleyman had een plastic zak met telefoonkaarten aan zijn frame hangen.

Hij was anders dan de anderen. Polio had zijn benen verschrompeld tot nutteloze twijgjes, maar hij was vriendelijk zonder onderdanig te doen, hoefde geen aalmoes, trok nooit een zielig gezicht. Hij was blij in zaken te zijn. Bedelen vond hij niks. Dat had hij als kind moeten doen, bij een stoplicht. Hem naar school sturen vonden zijn ouders weggegooid geld. „Gehandicapten worden als een last gezien. Dat is hard maar ook wel logisch: je eet mee, maar je draagt niks bij.”

Het motel waar Souleyman werkte werd in 2004 leeggeroofd en platgebrand tijdens rellen. Een jaar later zag ik Souleyman weer terug. Hij was opgeklommen in de wereld. Glimmend van trots liet hij me zijn winkel zien. Hij verkocht zijn telefoonkaarten tegenwoordig vanuit een houten hut op een stoep. Een tweede hut was in de maak. De zaken liepen voorspoedig tot het gemeentebestuur het jaar daarop besloot dat het afgelopen moest zijn met de wildgroei aan marktkraampjes. Bulldozers pletten de gammele telefoonkaartwinkeltjes die Souleyman inmiddels op vier plekken langs de hoofdstraat had laten optrekken. Zijn imperium was tot brandhout gereduceerd.

Hij liet zich niet uit het veld slaan. Een ander project zag het licht. De toenmalige VN-baas Kofi Annan kwam naar Ivoorkust om vredesbesprekingen tussen de rebellen en de president voor te zitten. Als secretaris-generaal van de lokale vereniging van gehandicapten slaagde Souleyman erin Annan te ontmoeten. Annan schonk 5.000 euro aan de vereniging, een bedrag dat bedoeld was om een atelier in te richten en naaimachines te kopen. Daarmee konden de gehandicapten handtassen maken voor toeristen.

De voorzitter van de vereniging had een beter idee. Alle leden mochten een stem uitbrengen. Wilden ze contant geld of naaimachines? Souleymans protesten werden weggehoond. „De voorzitter pakte een rekenmachine en verdeelde het geld. Iedereen kocht meteen een televisie of een dvd-speler. Nu lopen ze weer te bedelen. Afrikanen denken niet aan morgen. Dat is ons probleem.”

De enige keer dat Souleyman ontzet klonk was vorig jaar. Hij belde een dag nadat zijn oudste broer was doodgeschoten in een roofoverval. Vier onbekenden waren zijn houten huis in een door immigranten bevolkte achterbuurt binnengedrongen. Hij stierf op weg naar het ziekenhuis, met negen kogels in zijn borst. Het vreemde was, zei Souleyman, dat de overvallers vrijwel niets hadden meegenomen. Alleen zijn brommer was weg. Kon het een afrekening zijn? Souleymans broer werkte op een busstation. Talloze vakbonden in de transportsector, een van de meest lucratieve in het land, vechten om de macht.

Souleyman deed aangifte en eiste een onderzoek, maar de politie verklaarde dat een onderzoek geld kostte. De moordenaars werden niet gevonden. De brommer kwam wel boven water. Die stond geparkeerd naast een politiebureau. „Ik heb het maar laat zitten”, zei Souleyman daarna. „Het leek me niet verstandig mijn neus er verder in te steken.”

Vorige week kwam Souleyman een paar van zijn gehandicapte vrienden en mij opzoeken. Peddelend over de snelweg trok hij van wijk naar wijk. Nooit vraagt hij om geld, wel om advies. Ditmaal had hij samen met een vriend geïnvesteerd in een oude Peugeot die als taxi zou dienen. Helaas vergat de chauffeur het oliepeil te controleren, en liep de motor al bij de eerste rit volledig vast. Gelukkig heeft Souleyman alweer iets nieuws verzonnen. Houtskool schijnt een goede business te zijn, vertelde hij in de schaduw van een boom. Je koopt het aan de rand van een bosgebied in het midden van het land, en verkoopt het voor het dubbele van de prijs in de grote stad. Hij vroeg zich af of ik misschien wilde investeren. „Dan worden we zakenpartners.” Maak maar een overzicht van de kosten, zei ik, dan zal ik het overwegen. „Je bent een echte vriendin. Ik denk dat dit plan niet kan mislukken”, verklaarde Souleyman vol goede moed.