Omloop

Vandaag start het wielerseizoen. Alles wat we de voorbije weken gezien hebben: Down Under, Qatar en Bessèges, Californië en de Ruta del Sol, was hooguit vroom gepeddel. Met Gent-Gent en Kuurne-Brussel-Kuurne komen eindelijk kasseien voor de wielen. En als God het wil: de mooiste slagregens.

Het wordt een vreemd wielerjaar. Jaar van comebacks. Met voorop Lance Armstrong en Ivan Basso, natuurlijk. In het voorjaar zie je de heren niet, maar straks zullen zij cachet geven aan de honderdste Giro d’Italia. Kampioenen van de achterdocht. Onherbergzaam voor kinderen en moralisten, maar des te meer wellustig in hun gevierde eenzaamheid. Genadeloos vooral. Zoveel is zeker: de Giro zal de Tour overvleugelen, in pathos en spankracht. Als vanouds met de schitterendste landschappen en wijngaarden. Cultuur in klikpedaal.

Maar eerst het voorjaar.

De Omloop Het Volk heet nu Omloop Het Nieuwsblad. Ook in het wielrennen is een litteken geslagen van vergane krantenglorie, van gestorven titels. Het parcours is gebleven, de renners zijn gretig als altijd, het publiek vreet gaten in de berm van vervoering, maar de inrichtende krant is ter ziele. Doodgefuseerd. De Omloop Het Nieuwsblad is een in memoriam. Stel je toch voor dat Parijs-Roubaix ineens Parijs-Lille zou zijn. Duizenden steenpuisten tussen scrotum en anus worden uit legendes geslingerd, van Jean Robic tot Tom Boonen.

De Omloop is een hongerstiller na een lange winter. Eindelijk doet het er weer toe dat ze in het zadel zitten, flandriens en stoempers, sprinters en klimgeiten. Samen vormen ze de mollige menigte van het peloton. Het volk loopt uit alsof het altijd zondag is. Juist omdat het de openingswedstrijd van het wielerseizoen is, heeft de Omloop een klank van het hogere. Dus niet van Veenendaal-Veendendaal. De eerste echte wedstrijd van het jaar winnen, geeft een renner naam voor het hele seizoen. En startgeld. Maar echte kampioenen zijn met hun gedachten al een paar weken verder. Zij klauteren over de Vlaamse Ardennen met Milaan-Sanremo, de Ronde van Vlaanderen en Parijs-Roubaix in het achterhoofd. De Omloop als testwedstrijd. Als voyeurs. Dus: tweederangs, zoals Kuurne-Brussel-Kuurne dat ook is.

Waar sta ik? Wie melden zich als toekomstige heersers van de klassiekers? Schiet een jonge, nog onbekende belofte als komeet de hoogte van het podium in? Vragen die de boeien verbreken waaraan een wielrenner gekluisterd zit bij de start van een nieuw seizoen. Renners zijn verwoede twijfelkonten. Nooit is iets zeker, nooit een vriendschap (tussen patron en knecht) klaar. Om met de dichter Jan van Nijlen te spreken: „Zelfs geboren uit dezelfde schoot, zijn we nog vreemden voor elkaar.”

Het is alweer een tijd geleden dat een Nederlander een voorjaarsklassieker won. Erik Dekker kon prima uit de wielen in de Ronde en Michael Boogerd was een vaste podiumklant in de Ardennen. Maar de absolute triomf bleef uit. In Milaan-Sanremo was het nooit iets. De laatste jaren moesten Oscar Freire en Juan Antonio Flecha de eer van Rabo redden. Dit jaar wordt veel verwacht van de Belg Nick Nuyens en van Sebastian Langeveld. Tom Stamsnijder kan ook, als hij hersteld is van een blessure.

Gedoodverfde kanshebbers voor het kasseienwerk zijn: Tom Boonen, Stijn Devolder, Leif Hoste, Alessandro Ballan, Filippo Pozzato, Philippe Gilbert… Van Greg van Avermaet wordt gezegd dat hij de klasse van Boonen heeft, zij het nog onbeheerst als tempobeul. Het grootste talent is de Noor Edvald Boasson Hagen: turboversie van Thor Hushovd. Wat had ik nou graag Kai Reus in het rijtje van dit illustere gezelschap zien staan. Desnoods als kruk in de sprint. Maar het is stil geworden rond Kai. Te stil om nog te geloven in een spectaculaire comeback.

Stiller dan ooit is het ook rond Thomas Dekker. De ‘verstotene’ van Rabo heeft zelf ook opvallend minder praatjes. In schaarse interviews spreekt hij van een nieuw leven bij Silence-Lotto, van een thuiskomst in de warmte en gezelligheid van vrienden. Ploegmaats van Dekker zeggen dat hij verbeten werkt aan een revanche. Nu dan zonder meisjes van plezier. Om het met de woorden van zijn soigneur te zeggen: „Thomas fietst op gif.”

Zal het genoeg zijn voor de kasseien in de Ronde van Vlaanderen, voor de calvarietocht over de Muur en de Bosberg? Niet bij slagregen, wellicht. Ik zag hem in Spanje op de fiets zitten: gestreeld door een eeuwigheid van zon en strand. Fluorescerend haarbandje. Handschoentjes van het fijnste leer.

Glimlach gesneden uit Michelle Obama.

Dan denk je toch: kasseien zijn voor later.