Olie op het vuur

De meteorietinslag die de dinosaurussen 65 miljoen jaar geleden de kop kostte veroorzaakte geen bosbranden, maar olie- en gasbranden. Die hypothese kreeg paleo-ecoloog Claire Belcher gepubliceerd in Proceedings of the National Academy of Sciences (early edition, 23 februari). “Gek dat zoiets wordt gepubliceerd”, zegt Henk Brinkhuis, hoogleraar mariene paleobiologie aan de Universiteit Utrecht. “Een vaag verhaal”, oordeelt hoogleraar fysische organische chemie Leo Jenneskens. De hypothese van Belcher roept dus – op zijn minst – verbaasde reacties op.

Het is ruim een kwarteeuw geleden dat vader Luis en zoon Walter Alvarez hun inslaghypothese voor het uitsterven van de dinosauriërs van 65 miljoen jaren geleden publiceerden. Nog altijd is onduidelijk wat er gebeurde ná het waarschijnlijke neerploffen van een meteoriet bij het Mexicaanse schiereiland Yucatán.De Amerikaanse geofysicus Jay Melosh rekende in 1990 uit dat de aarde bij die inslag zeker 400 graden warm werd door een regen van meteorietbrokken die neerdaalde in de atmosfeer. Die theorie heeft lang gedomineerd. Maar Belcher denkt dat het niet warmer werd dan 266°C – wat niet genoeg zou zijn om vegetatie spontaan te laten ontbranden. Kenmerkende moleculen (kleine polyaromatische koolwaterstoffen, pak’s), gevonden in het sediment dat kort na de inslag ontstond, zouden erop wijzen dat er geen hout in de brand is gevlogen maar olie of gas.

“Ridicuul,” noemt Jenneskens de exacte inschatting van de temperatuur van een brand van 65 miljoen jaar geleden. De basis voor de conclusie dat de pak’s duiden op olie- of gasbranden noemt hij “smal, en dat is vriendelijk uitgedrukt”.

Brinkhuis geeft toe dat er ook het bosbrandscenario rammelt. “Maar wereldwijde gas- en oliebranden zijn nog veel minder aannemelijk”, zegt hij. “De olie die je nu vindt in de Golf van Mexico bestond nog niet. En bovendien: Belcher slaagt er niet in om uit te leggen hoe olie- en gasvoorraden in de grond in de fik zouden zijn gevlogen.”