Multicultureel Londen

Mooi is Londens East End nooit geweest, interessant wel. Al sinds de zeventiende eeuw is het een dichtbevolkte vergaarbak voor immigranten. De ene golf loste er de andere af, die op haar beurt weer naar betere delen van de stad trok in een constant proces van integratie en emancipatie.

Nergens is dat beter te zien dan bij de Jamme Mashid, de moskee op de hoek van Fournier Street en Brick Lane. Het bakstenen gebouw was in de achttiende eeuw een kerk voor hugenoten en religieuze ballingen uit Frankrijk. Daarna huisden er methodisten alvorens arme Joodse migranten uit Oost-Europa er in 1897 een synagoge vestigden. In 1976, toen Bengaalse moslims grotendeels de plaats hadden ingenomen van de Joden in het East End, veranderde het in een moskee.

„Het is echt een symbool van de verdraagzaamheid van Londen jegens immigranten en verschillende religies”, zegt Zillur Rahman Chowdhuri, de bebaarde voorganger in de moskee. „Ik ben er trots op in zo’n gebouw te zitten.”

Wie het gebouw van opzij bekijkt, ziet een fraaie zonnewijzer uit 1743 met daarop de Latijnse woorden ‘Umbra Sumus’ (Wij zijn de schaduw), een toespeling op de vluchtigheid van het leven maar extra toepasselijk voor zo’n doorgeefluik voor immigranten. Het East End vormde tegelijk een broedplaats voor politieke vernieuwing, van de vakbonden (dokwerkers bij de Theems bevochten rechten tijdens heroïsche stakingen) tot het vrouwenkiesrecht.

In Brick Lane overheersen nu de moslims, onder wie veel mannen en vrouwen in lange gewaden, sommige vrouwen ook gesluierd. Het wemelt er van de – niet altijd even goede – restaurantjes, winkeltjes met exotische kruiden, sari’s, afgewisseld met overgebleven traditionele pubs en – helemaal aan het eind op nummer 159 – als overblijfsel van de Joodse periode een bakkerij met uitstekende bagels. Vooral op zondagmorgen, wanneer er een vlooienmarkt wordt gehouden, trekt Brick Lane duizenden bezoekers.

Architectonische hoogstandjes zijn er nauwelijks in het East End. De nederigheid van de wijk wordt ook geaccentueerd door de aanblik van de wolkenkrabbers van de grote banken in de City, pal naast de westkant van het East End, en van de nog hogere kolossen van Canary Wharf aan de zuidoostkant.

Veel gebouwen dateren van na de Tweede Wereldoorlog, toen het East End deels was platgegooid door Hitlers Luftwaffe. Een overgebleven juweeltje uit de Victoriaanse tijd is Wilton’s Music Hall, aan een zijpad van Ensign Street, tien minuten lopen ten zuiden van Brick Lane. Van buiten is het onopvallend, van binnen zeer de moeite waard. Het gebouw, nog altijd in gebruik, trok vroeger arbeiders van de naburige dokken.

Weer iets noordelijker loopt Whitechapel Road. Voor het gelijknamige metrostation is bijna elke dag markt. Ook hier is het multiculturele Londen weer op te snuiven. Op weg naar de markt passeert de wandelaar rechts de reusachtige East London Mosque, even later links gevolgd door de nieuwbouw van Booth House, een groot daklozencentrum van het Leger des Heils. Ook dat is toepasselijk want vlakbij begon de stichter van die organisatie, de diep christelijke William Booth, in 1865 zijn hulp aan de armen.

Dat er ook voordien al vraag was naar zulke diensten bewijst een hofje uit 1695 voor de armen langs Mile End Road, in het verlengde van Whitechapel Road, aan de andere kant van de markt. Het onderstreept dat het East End niet alleen altijd vol armen heeft gezeten maar dat er ook mensen waren, die zich om hun lot bekommerden.