Minister Donner in een ongemakkelijke spagaat

Terwijl de minister-president en de minister van Financiën zich ook dit weekeinde weer in het Europese circuit begeven bij hun zoektocht naar internationale oplossingen voor de financiële crisis, zullen de komende weken de ogen meer en meer gericht worden op de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, de CDA’er Donner. Hij treedt uit de schaduw van zijn partijgenoot Balkenende en PvdA’er Bos. Nu de kredietcrisis ook tot een economische crisis heeft geleid, kloppen de sociale partners aan bij het departement dat wordt geacht de werkloosheid te bestrijden en de sociale zekerheid, inclusief AOW en pensioenen, op peil te houden.

Zij treffen daar een bewindsman bij wie de bevlogenheid er niet afspettert. De jurist en antirevolutionair Donner heeft een nuchtere, soms ironische kijk op Haagse mechanismen en is bepaald niet overgevoelig voor de waan van de dag. Dat heeft zo zijn voordelen, want de minister staat in een ongemakkelijke spagaat en dan is paniek nooit goed. De contradictie bestaat eruit dat op korte termijn de werkloosheid zal oplopen, maar op de niet zo lange termijn de arbeidsmarkt met een tekort aan werknemers te kampen krijgt.

De werkloosheid is al gestegen tot boven de 300.000, zal volgens de prognoses dit jaar de 425.000 halen en in 2010 oplopen naar 675.000 of meer, bijna 9 procent van de beroepsbevolking. Dat zijn getallen die tot voor kort voor vrijwel onmogelijk werden gehouden. Daar staat de vergrijzende arbeidsmarkt tegenover. De gevolgen daarvan waren voor de crisis al zichtbaar in oplopende aantallen moeilijk vervulbare vacatures, enkele honderdduizenden. En na de crisis zal dat probleem zich nog meer manifesteren, omdat de beroepsbevolking al volgend jaar in omvang zal krimpen. Uitgezonderd oorlogsperiodes is dat niet meer voorgekomen sinds de pestepidemie van 1354 en de eerste jaren daarna.

Het is ook daarom dat de maatregelen tegen de werkloosheid van de jaren tachtig, zoals een versnelde uitstroom van (oudere) werknemers naar vut en WAO, niet geschikt zijn om de problemen van nu op te lossen. Sterker, ze zouden ze op termijn juist verzwaren.

Het klassieke antwoord van de minister is loonmatiging, hij propageert zelfs een nullijn. De lage inflatie, die voor dit jaar en volgend jaar op niet veel meer dan 1 procent wordt geraamd, maakt dit ook tot een reële optie. Loonmatiging in de bedrijven heeft als voordeel dat zij de concurrentiekracht van exportland Nederland versterkt en met haar drukkende effecten op ambtenarensalarissen en uitkeringen de tekorten op de rijksbegroting verlicht. Een nadeel is dat de binnenlandse consumptie eronder kan lijden.

De overheid heeft niet zoveel middelen om werkloosheid te bestrijden, ook al staan alle ministeries klaar om te beweren dat hun investeringen goed zijn voor de economie. De regeling voor werktijdverkorting van nu en straks het gebruik van WW als aanvulling op het loon, zijn lapmiddelen die het nadeel hebben dat ze soms schijnwerkgelegenheid in stand houden. Des te meer geldt dat voor al dan niet verkapte overheidssteun aan bedrijven. Toch is het van belang dat minister, werkgevers en werknemers tot een vergelijk komen. Over loonmatiging en andere zaken. Is het niet om economische, dan wel om psychologische redenen. De crisis moet niet uitmonden in maatschappelijk ongenoegen, een sociale depressie.