kwesties@nrc.nl

Leerlingen die naar het vmbo moeten, blijken niet reddeloos verloren. Veel briefschrijvers laten weten geschrokken te zijn over het schooladvies, maar uiteindelijk komt alles goed. En wat is er trouwens mis met koks en tuinmannen?

Aardige mensen

Toen duidelijk werd dat mijn dochter geen havo-advies zou krijgen, was ook ik teleurgesteld. Ik liep rond met het schrikbeeld van een potentieel afglijdend kind. Afglijdend naar het arbeidersmilieu, waar ik juist zelf aan ontsteeg. Maar toen ik rond ging kijken bij een relatief klein vmbo in Zaandijk en de mentor van mijn dochter sprak, werd ik aangenaam verrast door het klimaat op die school. Uit de manier waarop de mentor sprak over ‘haar’ vmbo-leerlingen sprak werkelijke liefde voor kinderen en hun onbegrensde mogelijkheden.

Later dacht ik aan het moment dat ik, jaren geleden, ‘op stand’ ging wonen in een jaren twintig buurt in Krommenie. Ik verwachtte er dan ook hoogleraren en andere intellectuelen aan te treffen. Maar tot mijn verassing woonden er jonge ambachtslieden in de fraai gedecoreerde villa’s. Geen domme mensen. Aardige lui en zeer succesvol. Maar wel mensen met hun basis op de lts.

Mijn dochter zit nu in derde van het vmbo-t. Heeft grote ambities en wil via de ‘turbo-route’ het mbo doen en dan naar de politieschool. Geweldig toch.

Fred Hoogland

Naar gevoel

Twee jaar geleden kwam de Cito-toets voor onze toen 12-jarige zoon. Hij durfde er niet mee thuis te komen omdat de basisschool waar hij opzat altijd zo’n hoog gemiddelde scoorde en hij daar niet aan voldeed. Advies was vmbo-T.

Ja, ik was teleurgesteld, mijn man iets minder. Zelf heb ik na veel schooldebacles via de mulo, hbo-opleiding en vervolg opleidingen uiteindelijk een eigen praktijk als therapeut en supervisor opgebouwd, mijn man geeft les in het middelbaar onderwijs.

Alhoewel mijn eigen zoon een donkere huidskleur heeft zag ik op tegen een vmbo-school waar veel allochtone jongeren zitten. Wij waren op een aantal scholen een kijkje gaan nemen. Bij een school stond er een politiekorps buiten. Dit gaf ons een naar gevoel.

Uiteindelijk is ons kind geplaatst op het Yburgcollege in Amsterdam. Toen nog een kleine school, net een jaar daarvoor van start gegaan. Kleine klassen waar de eerste twee jaar nog gemengd onderwijs wordt gegeven vmbo-T, havo, vwo. Daarna wordt gekeken welk niveau het kind aankan.

Dit gaf ons weer goede moed. Nu zit onze zoon in het tweede jaar en komt er volgende maand een definitief advies of hij vmbo gaat doen of meteen havo. Onze zoon is erg gemotiveerd om de havo te doen, ik denk dat dit mede te maken heeft omdat ik mijn teleurstelling in het begin toch niet onder stoelen of banken kon stoppen. Wij proberen hem ervan te overtuigen dat vmbo ook goed genoeg is. Inmiddels ben ik blij dat hij zich prettig voelt op deze school die ook gemengd is. Er is veel aandacht voor normen en waarden, controle op pestgedrag en eigen verantwoordelijkheid nemen.

Carin Freid

Ontspannen

Aan het eind van haar brugklasjaar werden we uitgenodigd op school om te praten: Marije kon niet naar de havo, het moest mavo worden. In eerste instantie was ik zeer teleurgesteld. In september ging onze dochter door in mavo 2. Vanaf dat moment ging ze ontspannen naar school. Ik realiseerde mij dat zij in de brugklas een jaar lang op haar tenen gelopen had.

En toen bedacht ik: als dit jouw niveau is, dan ga je je best doen op dit niveau. Met plezier doorliep zij de mavo. En de mbo voor tandartsassistente. En de hbo-verpleegkunde. Ze is een zeer gewaardeerde verpleegkundige. Trots op mijn dochter om wat ze heeft bereikt en trots op mijzelf omdat ik zo snel over de teleurstelling ben heen gestapt.

Nolleke Muizelaar

Hoogbegaafd

Twee hoogopgeleide ouders (ingenieur en psychologe) kregen in 1998 voor hun zoon in groep 8, het vmbo advies. Wij zijn nog steeds dolgelukkig met het feit dat wij er in de volle breedte voor zijn gaan liggen.

Na een uitgebreide test in Nijmegen (Universiteit) bleek ons kind hoogbegaafd te zijn. Nu jaren later heeft onze zoon inmiddels een eigen bedrijfje opgericht als industrieel ontwerper en zijn eerste ontwerp ligt op de planken van een groot wereldwijd bekend Zweeds bedrijf. Hij studeert daarnaast rechten, volgt een theater opleiding en presenteert grote muziekevenementen.

Het vmbo advies was als volgt onderbouwd: ‘Hij is tot niets in staat en kan niet zelfstandig leren en is te dom om op welke opleiding dan ook te volgen.’

A. Mooij

Het kind

Het artikel over het vmbo vervulde me met een mengeling van walging en een lekker venijnige anticipatie, omdat ik hoopte in mijn vooroordelen bevestigd te worden. Heerlijk. Het werd waargemaakt. De moeders hadden van tevoren nare vooroordelen over de vmbo-leerlingen die de tere zieltjes van hun gevoelige kinderen zouden besmetten met vulgariteit en grofheid. Natuurlijk bleken de vmbo-scholen helemaal niet zo slecht. Desondanks laten de moeders doorschemeren dat ze zich eigenlijk nog steeds bij slechts één weg voor hun kind prettig voelen en die weg gaat richting universiteit. Blijkbaar telt wat het kind leuk vindt en waar het gelukkig van wordt nauwelijks mee.

Mijn maag draait om van deze mensen. Ik kan me er echt kwaad om maken dat men zo weinig respect heeft voor zijn eigen kind. Wat is er mis met koks, tuinmannen en schoonheidsspecialisten? Kunnen die moeders niet blij zijn voor hun kind als dat gelukkig is in een dergelijk beroep?

Ik heb zelf op een gymnasium gezeten en heb een universitair diploma, maar als ik ooit kinderen krijg, zal ik ze zeker niet opzadelen met de verwachting dat zij dat ook gaan doen.

Sarah Biddle

Erasmus

Zelf ben ik de eerste in generaties, van vaders- én moederskant, die een universitaire studie volgt. Ik heb op het vwo weliswaar een geweldige tijd gehad, maar studeren aan een universiteit is helemaal niet wat ik ervan verwacht had. Mensen die voor de derde keer proberen een zes voor een vak te halen en op een van kakkerlakken vergeven zolderverdiepinkje wonen, lopen rond met een air alsof ze Erasmus himself zijn.

Mijn jongere zus en broer doen allebei een (v)mbo-opleiding en zijn daar tevreden en gelukkig mee. We worden alle drie precies hetzelfde behandeld en evenveel gestimuleerd door onze ouders. Ik zou ook niet anders willen, beste hoogopgeleide ouders. En uw kinderen misschien ook niet.

E.M. Hoek

Sukkels

Na de lagere school ben ik begonnen met de lts of de ambachtsschool, voorloper van het huidige vmbo. Ik heb vervolgens de mts, hts en een technische universiteit doorlopen. Als ik dit vertel krijg ik vaak een meewarige blik toegeworpen. „Knap hoor, daar heb je hard voor moeten werken.” Het vmbo is immers voor ‘sukkels’ en het vwo voor de ‘bollebozen’. Het zijn de uitersten van de eendimensionale Cito-toets meetlat. Op de lagere school kon ik aardig meekomen, maar mijn rekenen was matig en dictee een drama. Mijn Cito-toets was echter heel goed. Dit maakte de schoolkeus tot een dilemma. Op de lts kon ik mij ontwikkelen door met concrete dingen bezig te zijn in plaats van abstracte zaken in mijn kop proberen te stoppen die gewoon niet bleven hangen. Het technisch onderwijs kan een waardevol onderdeel van het schoolsysteem zijn mits het zwaartepunt van het onderwijs ook echt bij de techniek ligt. Het heeft geen zin om, zoals nu op het vmbo gebeurt, meer aandacht te geven aan theorie terwijl er prachtige dingen gebouwd kunnen worden die uiteindelijk ook tot begrip van complexe structuren kunnen leiden.

Otto Diesfeldt

Onze zoon

Twintig jaar geleden stonden wij voor de keuze. De Cito-toets gaf een vwo-advies, de leraar een mavo-advies, en onze zoon Otto wilde naar de lagere technische school. Hij was tot dan een matige leerling geweest en had vooral moeite met taal. Hij was getest door een pedagoog die ons vertelde dat Otto in beelden dacht. Een concrete manier van denken die jonge kinderen allemaal hebben, maar bij sommige beklijft. „Een ontwikkelingsachterstand?”

„Zo zou ik het niet noemen”, zei de pedagoog, „mijn man heeft het ook en zie waar het hem gebracht heeft.” Het had hem in een baan om de aarde gebracht. Haar man was Wubbo Ockels en Otto werd in zijn huis getest. Otto’s ogen begonnen te glanzen. Hij had dus last van een talent?

Vanaf dat moment werd hij weer het kind dat hij altijd al geweest was: een vrolijke bouwer en tekenaar die wist wat hij worden zou…architect. Wij kozen voor het vmbo.

Sommige kinderen moeten eerst gedisciplineerd leren omgaan met concrete dingen. Daarna vliegen zij omhoog en komen tot een meer abstracte vorm van denken, die vaak origineel is en verrijkt door ervaring. En Otto? Hij is architect.

Herma en Han Diesfeldt