Koeien met bult

Kamelenmelk heeft de naam gezond te zijn. Een Brabantse kamelenmelker ziet er brood in. „Bij het mak maken van de kalveren loop ik altijd blauwe plekken op.”

De marketing van gezond, of zogenaamd gezond voedsel verloopt volgens eigen voorspelbare wetten. Een van de vaste verkoopargumenten is de verre herkomst. Weerstand bevorderende yoghurt krijgt een Tibetaanse naam, wie de werking van zijn klieren wil bevorderen moet Japans zeewier aanschaffen en de lijst aandoeningen die het drinken van Chinese groene thee kan verhelpen, is schier eindeloos.

Die marketingstrategie is niet onbegrijpelijk. Wie zich een voorstelling maakt van die verre landen waaraan dit ‘gezonde’ voedsel refereert, denkt onmiddellijk aan tanige Tibetanen, ascetische Japanners en stokoude Chinezen. Terwijl er harde cijfers zijn waaruit blijkt dat de gemiddelde levensverwachting in die contreien ver onder die van de landen ligt waar ze gewoon aardappelen, groenten en vlees eten. Het is net als met die Oude Egyptenaren die colporteurs van obscure geneeswijzen er altijd bijhalen om het heilzame karakter aan te tonen van peperdure dragees of prijzige massagegrepen. Die Oude Egyptenaren werden helemaal nooit oud. Die sneefden bij bosjes aan allerhande kwalen waar ze je bij de eerste de beste westerse drogist voor een habbekrats vanaf helpen.

Toen in een Amsterdamse islamitische slagerij het oog viel op een folder die kamelenmelk aanprees als ‘supergezond’ borrelde scepsis op. Maar die reserve verdwijnt snel bij de rondleiding die Frank Smits op zijn boerderij in het Brabantse Cromvoirt geeft, de enige in Europa waar kamelen, of liever: dromedarissen, worden gemolken.

Smits lijkt weinig op te hebben met zweverigheid en des te meer met de harde economische wetten van het op poten zetten van een agrarisch bedrijf. Hij begon in 2006 met een lening en drie dieren, gekocht op de Canarische Eilanden. „Dat zijn er intussen veertig geworden. Ik koop eigenlijk alle dromedarissen die in Europa op de markt komen.”

In een boerenschuur staan enige tientallen dieren. Ze buigen zich met hun onvoorstelbaar lieve ogen nieuwsgierig naar voren om aan je mouw te knabbelen. Hun anatomie, zegt Smits, verschilt niet wezenlijk van een gemiddelde koe, reden waarom hij de dromedarissen „koeien met bulten” noemt. Hij heeft ook al vijftien dromedariskalveren ter wereld geholpen, wat niet veel andere problemen opleverde dan bij koeien of paarden. „Maar hun karakter is wel heel anders. Ze zijn wilder, eigenwijzer.” Ze spugen ook wel eens. Net als hun verre neven, de lama’s. „De kalveren moeten ook echt mak worden gemaakt. En dat kost moeite. Ik loop daar altijd blauwe plekken bij op.”

Met name bij het melken, zijn de dieren stressgevoelig. „Je kunt als ze gewoon in de stal staan op centimeters naast hun kop met een slijptol in de weer zijn, maar bij het melken hoeft er maar dat te gebeuren om ze totaal in de stress te laten schieten.” Smits heeft daarom kamelenmelkerijen in Dubai en Kenia bezocht om de kneepjes van het vak te leren.

Smits’ klandizie bestaat op dit moment vooral uit „mensen met een maag- of darmstoornis, suikerziekte of met een allergie voor koeienmelk”. Het is niet uit te sluiten dat veel mensen afkomen op het idee dat wat van ver komt ook gezonder is. Maar die vraag is in ieder geval niet volledig gebaseerd op onwetenschappelijke gegevens: wie allergisch is voor koemelkeiwit, kan wel kamelenmelk drinken. En daar is een markt voor. Smits geeft toe dat hij op een nog veel grotere niche in de gezondheidsmarkt hoopt. „Er zijn aanwijzingen dat de consumptie van kamelenmelk bij suikerpatiënten een deel van het insulinegebruik kan compenseren.” Daarnaar wordt nu onderzoek gedaan aan de Universiteit Wageningen. Proefpersonen, suikerpatiënten, krijgen melk te drinken waarvan ze zelf niet weten of deze van kamelen of koeien afkomstig is.

Hangende dat onderzoek levert de verkoop van de melk niet veel op. „Als ze drachtig zijn, geven ze geen melk. En kamelen en dromedarissen zijn dat dertien maanden.” Van de veertig dromedarissen is op dit moment om die reden ook nu een aantal dieren niet in te zetten voor de melkproductie. „Je wordt er niet rijk van, nee.” De opbrengst is maar een paar honderd euro per dag en daar moeten alle exploitatiekosten en belastingen nog af. Ooit over kamelensteaks gedacht? „We profileren ons als diervriendelijk en ik vind dat slachten om het vlees daar niet bij hoort.”

Het ontvangen van schoolklassen en geïnteresseerden moet daarom extra geld in het laatje brengen. Een glas verse kamelenmelk is bij elk bezoek inbegrepen. Het smaakt bijna hetzelfde als koeienmelk. Eventuele medicinale effecten zijn gratis.

Voor meer informatie zie www.kamelenmelk.nl