Huis voor heer Bommel

Er moet een Toonder-museum komen; wat de fans betreft het liefst in Rotterdam. De voormalige villa Buitenlust lijkt een optie. Het raadshuis is een „waardig onderkomen.”

Burgemeester Aboutaleb bedankte voor de eer. Een prachtig pand, dat statige raadshuis (bouwjaar 1884) in de deelgemeente Hillegersberg-Schiebroek, maar niet geschikt als ambtswoning, vond hij.

Een nieuwe bestemming voor de voormalige villa Buitenlust lijkt nu gevonden. Het monument moet plaats gaan bieden aan een museum, gewijd aan striptekenaar Marten Toonder (1912-2005), bekend van Olivier B. Bommel. Het CDA, een van de vier coalitiepartijen, heeft het stadsbestuur opgeroepen tegemoet te komen aan de wens van de erfgenamen van Toonder. Die willen zijn werk in een museum onderbrengen. Het CDA noemt het raadshuis „een waardig onderkomen.”

Ook voorzitter Bert Cremers van deelgemeente Hillegersberg-Schiebroek zou de komst van een Toonderhuis in Rotterdam-Noord toejuichen. Maar hij signaleert ook nadelen. „Het pand is met 850 vierkante meter aan de krappe kant. Om de exploitatie sluitend te krijgen, moeten bovendien enkele publieke functies gehandhaafd blijven.” Cremers denkt daarbij onder meer aan trouwerijen en exposities. De huur bedraagt circa 250.000 euro per jaar.

Directeur Charles Loyen van de Stichting het Toonder Auteursrecht is geïnteresseerd. „Komende week ga ik poolshoogte nemen in Rotterdam, want ondanks alle verhalen heb ik het pand nog steeds niet met eigen ogen gezien.”

De stichting zal de komende weken de plannen voor een museum nader uitwerken. Externe financiering is nodig, zoveel is nu al duidelijk. „Wij zijn niet in staat om op eigen kracht een museum van de grond te tillen”, zegt Loyen. Niettemin is het streven om de deuren te openen in 2012, het jaar waarin Toonder zijn honderdste verjaardag zou hebben gevierd.

Amsterdam zou eveneens geïnteresseerd zijn in een ‘Bommelhuis’, maar de gemeente heeft nog geen locatie in de aanbieding gedaan. Loyen zou maar wat graag het pand aan het Vondelpark willen betrekken, waar nu nog het Filmmuseum is gehuisvest. „Dat gaat over een jaar of twee verhuizen naar Amsterdam-Noord, dus wie weet.” Hij bestrijdt de suggestie dat zijn stichting beide steden tegen elkaar uit zou willen spelen. „Waar het ons om gaat is dat het museum er komt, waar dat ook mag zijn. We zijn in elk geval enorm gevleid door het enthousiasme in Rotterdam.”

Voor dichter en Bommelfan Manuel Kneepkens is het geen vraag waar het Toondermuseum zou moeten komen. „Hoewel hij in zijn latere leven ook veel affiniteit had met Amsterdam, is Toonder geboren en getogen in Rotterdam. Hij heeft hier 26 jaar gewoond.” Bovendien, zo benadrukt Kneepkens, staat het Toonderiaanse Rommeldam ontegenzeggelijk voor het vooroorlogse Rotterdam, waarin Toonder opgroeide. „Zijn hele werk heeft een onmiskenbaar Rotterdamse signatuur.”

Als raadslid van de Stadspartij nam Kneepkens het initiatief voor een Toonder-monument, dat zeven jaar geleden werd onthuld op de Blaak. Mocht het raadshuis in Hillegersberg afvallen, dan pleit Kneepkens voor het onderbrengen van het Toonderhuis in het Rotterdamse Beeldinstituut op de Wilhelminapier. „Wie de hedendaagse beeldcultuur wil begrijpen, ontkomt niet aan Toonder.”

Het Stripmuseum in Groningen wijdde drie jaar geleden een expositie aan Toonder. In de vaste collectie is ook werk van hem opgenomen. Manager Albert Kraai is niet bevreesd voor versnippering van Toonders nalatenschap. „Integendeel: ik zie een museum als een kans voor de strip, niet als een bedreiging. Laat het er vooral komen, waar dat ook moge zijn.”