Hondenbanen

Sommige honden werken voor de kost. Ze sporen drugs of explosieven op, leiden blinden door het verkeer. Nieuwe specialisten: de autismegeleidehond en de epilepsiehond.

Epilepsiehond voorspelt aanval

Kwispelend begroet Cisko het bezoek. De jas is nog niet uit of de golden retriever komt één voor één zijn knuffels laten zien. Hij wil spelen. Is dit nu de ‘wonderhond’ waar zijn baasje Corrie Vos het over had? De hond die Vos haar leven teruggaf?Corrie Vos (55) heeft gegeneraliseerde epilepsie. „Het bekende beeld”, legt ze uit. „Buiten bewustzijn raken, op de grond vallen, ongecontroleerde spiertrekkingen van armen en benen, bijten op de tong, schuim op de mond, blauw aanlopen. Het is altijd te hopen dat ik snel bijkom, anders blijf ik erin.”

Vos is met epilepsie geboren, maar met de juiste medicijnen kon ze er goed mee leven. Totdat in 1995 haar vader overleed. „Dat was voor mij zo’n klap. De epilepsie kwam in alle hevigheid.” Medicijnen hielpen niet meer. Ze kreeg meer aanvallen per week. Om te kijken of een operatie in haar geval zou kunnen helpen, werd ze een aantal keer langdurig opgenomen in een epilepsiecentrum. Dan was ze drie of zeven maanden weg van huis. Haar zoon was toen 10 en haar dochter 7 jaar oud.

Opereren bleek geen optie. „Ik moest ermee leren leven.” Ze werd depressief. „Ik was totaal afhankelijk van mijn man en kinderen. Ik kon niet meer zelfstandig over straat. Mijn dochter durfde niet alleen met mij thuis te zijn. Ze zei: ‘als je valt, mam, dan ben ik bang dat je doodgaat’. Ik voldeed niet langer als moeder en als echtgenote. Mijn wereld was heel klein.”

In 2005 kreeg ze een folder onder ogen van een proefproject met ‘seizurehonden’, een seizure is een epileptische aanval. Ze las dat een seizurehond een epilepsieaanval zou kunnen voorspellen. „Dat geloofde ik niet.”

Maar er stond ook dat zo’n hond alarm kan slaan. „Daar zag ik het nut wel van in.”

Een jaar later – toevallig op 18 januari, de sterfdag van haar vader – bracht een hondeninstructeur van de Stichting Hulphond een pup het huis van Vos binnen. „Cisko was meteen op zijn gemak. Het klikte. We zijn alle twee heel gevoelig.” Samen met de instructeur is Vos toen met Cisko gaan oefenen. Hij moest leren op de alarmknop te drukken als Vos een aanval kreeg. Om dat te trainen ging Vos steeds expres op de grond liggen. Maar op een dag kreeg ze een echte aanval. De instructeur haalde Cisko erbij. „Hij is toen erg geschrokken. Een paar dagen heeft hij me gemeden.”

Elke keer als Vos een aanval kreeg – ongeveer drie keer per week – werd de hond erbij gehaald. Dan moest hij op de alarmknop drukken en daarna bij Vos gaan zitten, tot ze weer aanspreekbaar was. „Als ik weer bijkwam, kreeg hij een brokje. Daar is het hem uiteindelijk om te doen.”

Op een dag duwde Cisko met zijn snuit tegen Vos. „Dat had hij nog nooit gedaan. Ik wist niet wat hij bedoelde.” Cisko bleef duwen, hij wilde dat Vos ging zitten. „Ik reageerde niet. Hij liep naar de alarmknop. Ik dacht: ‘wat raar, waarom doet hij dat nou?’ Een half uur later kreeg ik een aanval.”

Sinds die keer heeft Cisko niet één aanval gemist. Als hij Vos nu met een indringende blik aankijkt en tegen haar benen duwt, dan weet ze dat ze moet gaan zitten of liggen om de aanval af te wachten. Omdat Cisko op de alarmknop heeft gedrukt, is haar man inmiddels gewaarschuwd. Maar voordat die bij haar is, is ze meestal al bijgekomen doordat Cisko haar hand likte. „Niemand weet hoe hij een aanval kan voorspellen”, zegt Vos. „Ze denken dat ik misschien, voordat ik een aanval krijg, een bepaalde geur afgeef.”

Sinds Cisko haar aanvallen ziet aankomen, heeft Vos weer een normaal leven. „Ik kan weer alleen winkelen, in mijn eentje de stad in. Ik ben weer mens. Mijn vier muren zijn weggebroken.”

Cisko’s opleiding is gesponsord door een elektronicabedrijf uit Dirksland. Vos begrijpt niet dat seizurehonden niet door de zorgverzekeraars worden vergoed. „Voor zijn komst was ik regelmatig in het ziekenhuis; voor een hersenschudding, een gat in mijn hoofd, een gebroken arm. Noem maar op. Ik lag op de intensive care met een schedelbasisfractuur. De huisarts was hier kind aan huis. Sinds Cisko er is, heb ik niets meer gehad.”

Cisko veranderde Vos’ leven – in ruil voor een brokje. Of is er meer? „Ik denk dat het ook te maken heeft met angst”, zegt Vos. „Dat hij denkt: o jee, straks gebeurt het weer, dat moet ik zien te voorkomen. Voor hem is het, denk ik, ook een nare situatie.” Of is het liefde? „Ik denk wel eens: die hond is zo begaan met mij, het gaat hem niet alleen om dat brokje. Maar die gedachte houd ik op een afstand. Ik mag niet te afhankelijk van hem worden, voor het geval hij er straks niet meer is.”

Seizurehonden gaan na een jaar of tien met pensioen. Maar als Cisko moet stoppen met werken, hoeft hij niet op te stappen. Vos: „Ik wil dat hij hier met pensioen gaat.”

Autismegeleidehond lost ‘mobiliteitsprobleem’ op

Graham spitst zijn oren. Roos (6) komt thuis uit school. Het meisje dendert de woonkamer in, vraagt om chips en pakt haar Nintendo. Eigenlijk had Roos nu bij Graham moeten neerhurken. Hem moeten knuffelen en geheimpjes in zijn oor fluisteren. Roos maakt niet zo makkelijk vriendjes, Graham zou haar troostend gezelschap moeten zijn. Zo hadden Roos’ ouders het zich voorgesteld. Maar vaak duwt Roos Graham bruusk weg. Ze vindt het vies als hij haar gezicht likt.

Toch is het leven van Roos enorm veranderd sinds de zwarte labrador Graham drie maanden geleden in huis kwam. En anders wel dat van haar ouders, een stewardess en een piloot uit Hoofddorp. Je zou het niet zeggen, maar dat schattige blonde meisje dat zo zoet met haar Nintendo speelt, kan volgens haar moeder opeens veranderen in „een stuk dynamiet”. Als het niet gaat zoals Roos wil, dan gaat ze stampen, schreeuwen en gillen – de hele dag als het moet.

Roos is ‘klassiek autistisch’. Ze maakt moeilijk contact, heeft weinig interesse in de wereld om haar heen en krijgt een driftaanval als er iets onverwachts gebeurt. Naar buiten gaan met Roos is voor haar moeder een drama. Als Roos ook maar even de kans ziet, loopt ze weg. Als tweejarige peuter wist ze een keer door de voordeur te ontsnappen. Haar moeder vond haar een paar straten verderop waar een ouder echtpaar haar in de houdgreep hield.

Als kleuter van drie reed Roos met haar driewieler op de rondweg. En niet zo lang geleden liep ze op koopzondag aan de hand van een vreemde meneer het winkelcentrum uit. Als haar ouders met Roos naar buiten gaan, dan moet ze òf stevig in de kraag gevat worden òf met een vierpuntsgordel vastgesnoerd in de buggy.

Althans, zo was het voordat Graham in het gezin Ekelschot kwam. De zwarte labrador is opgeleid om het ‘mobiliteitsprobleem’ van het gezin van Roos op te lossen. Eigenlijk had Graham een blindengeleidehond moeten worden. Maar tijdens zijn training bij de KNGF Geleidehonden werd duidelijk dat hij niet zelfstandig genoeg was en te weinig doorzettingsvermogen en werklust had om een blinde door het verkeer te leiden. Maar omdat hij een rustige, brave, stabiele hond is, kwam hij wel in aanmerking voor het proefproject voor afgekeurde blindengeleidehonden om opgeleid te worden tot autismegeleidehond.

Nu ligt Graham in zijn mand te slapen. „Als hij aan het werk is, is het een heel andere hond”, zegt Roos’ moeder. Als de labrador werkt, is hij altijd in uniform, dan draagt hij een paars dekje op zijn rug. Aan dat dekje zit een lange riem voor de vader of moeder van Roos, die moet achter de hond lopen. Aan dat dekje zit ook een beugel, die moet Roos vasthouden. Zij zit met een riem om haar middel vast aan de hond. Roos kan gillen en trekken wat ze wil, Graham luistert alleen naar Roos’ vader of moeder. Mocht Roos onverwacht de weg over willen steken, dan gaat Graham zitten. Hij zet zich schrap om te voorkomen dat Roos de weg op schiet.

Om Roos en Graham aan elkaar te laten wennen, nam Roos’ moeder de hond in het begin alleen mee om leuke dingen te gaan doen. In haar ene jaszak had ze brokjes voor Graham, in haar andere jaszak chocolade voor Roos. „Het werkte”, zegt haar moeder. „Ik liep niet meer als een gestresste kip achter een gillend en tierend kind aan.”

In de kerstvakantie zijn ze zelfs een week met familie naar Duitsland geweest. Ze hadden gewandeld, gezwommen, geskied en door de sneeuw gerold. En als ze naar het stadje gingen, liep Roos rustig mee. Ze hebben zelfs in een restaurant gegeten. „Dat had ik nooit meer durven dromen”, zegt haar moeder.

Zometeen gaat ze laten zien hoe ze met de hond en haar dochter wandelt. Ze is een tikje nerveus. Roos kan nogal moeilijk doen als er onverwacht iets moet en de chocolade is op.

Graham krijgt zijn dekje om, Roos wordt vastgemaakt. De voordeur gaat open en Graham loopt met het hoofd omhoog de straat op, af en toe omkijkend naar Roos’ moeder in afwachting van een brokje.

„Roos, pak de beugel vast.”

„Roos, wel een beetje doorlopen.”

„Roos, niet zo sloffen.”

„Roos, pak nu die beugel vast.”

„Roos, niet zo trekken aan Graham.”

Graham loopt onverstoorbaar door. „Zonder de hond was deze wandeling een enorme duw- en trekpartij geweest”, zegt Roos’ moeder. Roos duwt en trekt nu ook wel, maar niet aan haar moeder. En haar moeder niet aan haar. Ze lopen. En nog de goede kant op ook.