Hoe reageerde het kabinet? Het kortte verder op kennis

Faculteiten worden na hun bekroning beloond met een bezuinigingsronde

Universitair hoofddocent biologie aan de Universiteit Utrecht

Investeren in mensen en kennis lijkt een van de beste wegen om uit een economische crisis te komen of voortgaande economische activiteit te stimuleren. Daarom hebben de regeringsleiders van de EU in maart 2000 in Lissabon een overeenkomst gesloten om van de EU tegen 2010 de meest competitieve en dynamische kenniseconomie van de wereld te maken. Die toppositie zou met een investering van 3 procent van het bruto binnenlands product moeten lukken. Nederland besloot in 2006 tot een doelstelling van 3 procent van het bbp. De ‘Commissie Dynamisering’ adviseerde in 2006 structureel een extra investering van 1 miljard euro per jaar.

Hoe reageerde het kabinet? Er gebeurde minder dan niets. De overheidsuitgaven voor wetenschappelijk onderzoek stegen over 2000 tot 2007 met minder dan het inflatiepercentage. Het percentage bbp uitgegeven aan onderzoek daalde. NWO moest 22 miljoen euro bezuinigen. De universiteiten werden gekort met 100 miljoen euro. Dit geld ging naar NWO, maar desondanks laat de meerjarenraming van NWO een inkomstendaling zien. Nederland bereikt de toppositie in export van hoogopgeleiden: de brain drain bereikt 10 procent.

De laatste rapporten over de kwaliteit van de Nederlandse wetenschap gebruiken gegevens die betrekking hebben op 2002 en 2004. Toen had Nederland een goede wetenschappelijke positie, ook de bètafaculteiten. In het rapport van het Centre for Higher Education Development maken zeven Nederlandse bètafaculteiten deel uit van de groep ‘Excellent’. Vier van de Utrechtse bètadepartementen en drie van de Leidse bètadepartementen maken deel uit van de excellente top. De medailles die dat centrum aan het vakgebied biologie geeft, kunnen nauwelijks hoger. Utrecht kreeg drie keer goud en een keer brons voor haar publicaties in drie categorieën, Leiden één keer goud, twee keer zilver en één keer brons.

Hoe worden dergelijke excellente departementen voor hun prestatie beloond? Die departementen worden afgeslacht. Het departement biologie van de Universiteit Utrecht verliest in de huidige reorganisatie 30 procent van zijn arbeidsplaatsen (en komt uit op minder dan 50 procent van het aantal arbeidsplaatsen van 2004). Het departement biologie van de Universiteit Leiden verliest in 2009 40 procent van de arbeidsplaatsen, een daling van 70 naar 41. De andere departementen biologie staan er ook niet gunstig voor. In Groningen is in 2006 gereorganiseerd, met een verlies van ‘maar’ 15 procent van de arbeidsplaatsen.

Biologie is niet het enige departement van de faculteit bètawetenschappen van de Universiteit Utrecht dat moet bezuinigen. Het departement scheikunde is in 2006 gereorganiseerd, met een verlies van 24 arbeidsplaatsen. Het departement natuur- en sterrenkunde is gereorganiseerd in 2008, met een inkrimping van 23 arbeidsplaatsen. Deze herverkaveling van geld is in feite de volgende, nog komende, bezuiniging en inkrimping voor de bètafaculteiten.

Reorganisatie is in alle gevallen een minder cru klinkend woord voor bezuiniging. Het aandeel van de rijksbijdrage in de begroting van het departement biologie in Utrecht was in 2007 20 procent lager dan in 2004. Aangezien salarissen de grootste kostenpost voor een departement zijn, is bezuinigen op personen de enige optie.

Doen de mensen die wegbezuinigd worden slecht onderzoek? Zeker niet. De volgende groepen worden onder meer wegbezuinigd: een groep die in de afgelopen vijf jaar vier EU-projecten heeft binnengehaald, waarvan één in 2009 begint, én twee NWO-projecten, én een grote beurs van het NIH (National Institutes of Health, USA), én nog vijf andere projecten van andere subsidiegevers, én meer dan vijf publicaties per jaar per staflid heeft weten te schrijven. En een groep waar de hoogleraar een Marie-Curie Leerstoel aan een Franse universiteit bekleedt, een leerstoel verkregen om zijn excellente onderzoek, terwijl de groep de laatste vijf jaar drie VENI-subsidies en drie extern gefinancierde AiO’s heeft weten te verkrijgen.

De vraag is wat voor universiteit de overheid zou moeten willen om goed onderwijs en goed onderzoek te garanderen. Voor een bètastudie met veel praktisch onderwijs als biologie is op vijftien studenten in een tweede- of derdejaars cursus minimaal één universitair docent nodig. Eén universitair docent zou drie masterstudenten kunnen begeleiden. Per twee wetenschappelijk onderzoekers is minimaal een analist nodig. Het departement biologie telt na de jongste reorganisatie 103 arbeidsplaatsen.

Natuurlijk zal er wel onderwijs gegeven worden, ook als het departement op halve sterkte is: het wetenschappelijk personeel zal doorgaan er het beste van te maken, ook al is dat beste niet goed. Het is de Nederlandse overheid die in gebreke blijft in het verschaffen van voldoende geld om een goede opleiding voor de Nederlandse bevolking te garanderen en wetenschappers te steunen op de manier die zij verdienen.

Grootse plannen genoeg: zie het Greenpaper van het Innovatieplatform van 18 februari. Het wegwerken van achterstallig onderhoud aan de universiteiten is dringend nodig. Maar er zijn geen redenen om aan te nemen dat aan de belabberde financiering van Onderzoek en Ontwikkeling een eind is gekomen. Immers, voor weinig geld deed Nederland het toch goed? Als je voor een dubbeltje op de eerste rang kon zitten, waarom zou je dan niet proberen of het ook voor één cent kan?