Gevaarlijke spelletjes

Soms leest Dr. Zeepaard een boek. Deze week neusde hij in Wild Verliefd. Een nieuw boek over alle moeite die mannetjes en vrouwtjesdieren doen om te paren.

Zeepaarden zijn anders dan de meeste vissen. Ze zijn heel lang verliefd. Stel dat een zeepaardmannetje Harry heet, zegt een onderzoekster in het boek Wild Verliefd, en een zeepaardvrouwtje Mabel. Dan zoeken Mabel en Harry elkaar elke ochtend tussen het zeegras op. Hun dofbruine huid wordt warmgeel of romig wit. Ze slaan hun staarten in elkaar en draaien samen pirouetjes, net zolang tot hun huid weer bruin wordt. Dan laten ze elkaar gaan tot alles de volgende ochtend opnieuw begint.

Dr. Zeepaard moest ervan zuchten; ineens miste hij zijn eigen Mabel. Maar het verhaal was nog niet klaar. Want op een dag leggen vrouwtjeszeepaarden wel 250 eitjes in de buik van hun mannetje. En als er drie weken later 250 kleine zeepaardjes uit die vaderbuik zijn gefloept, komt het vrouwtje meteen een vracht nieuwe eitjes brengen. In een half jaar krijgt een vaderzeepaard soms wel 1.500 jonkies te dragen. Mmm, zo blijft er geen tijd over om boeken te lezen!

In dit boek, van Ditte Merle, gaat het over alles wat mannetjes- en vrouwtjesdieren doen om te kunnen paren. Zoals de kruisspin. Terwijl het vrouwtje zich vol propt met insecten, probeert het mannetje haar aandacht te vangen. Hij maakt een dun draadje aan haar web vast en trekt daar telkens zachtjes aan. Misschien stuurt hij wel een gecodeerde boodschap, schrijft Ditte Merle. “Heb je al gegeten vandaag? Ja? Dan kom ik eraan.”

Het is een gevaarlijk spelletje. Als het mannetje zijn zaadjes in de buik van het vrouwtje heeft gespoten, moet hij er meteen vandoor. Want als zij bijkomt, denkt ze maar één ding: wat een lekker hapje! En dan vreet ze hem op.

‘Verliefd zijn is een beetje raar’ dacht Dr. Zeepaard toen. Maar luie dansvliegjes maken zich daarover niet druk. Zij verleiden vrouwtjes gewoon met een nepcadeau. Het eerste het beste oneetbare pluisje pakken ze prachtig in met zijde van spuug. En tegen de tijd dat een vrouwtje daar achter komt, zijn ze al lang weer van haar rug geklommen.

En soms foppen dieren zichzelf een beetje. Zoals de zwaan die jaren achter een zwanenboot van wit plastic aanzwom – helemaal verliefd. Of zoals tuimelaardolfijnen die met hun buik tegen de bodem van rubberbootjes wrijven. Niet om toeristen te plagen, maar om hun dolfijnenpiemel te masseren. Dr. Zeepaard kreeg er een kleur van. Het is een leuk boek! MvdH