Gentechnologie helpt arme boeren vooruit

Insectenresistente genkatoen verhoogt het gemiddelde inkomen en de gezondheid van arme Indiase boeren. Marianne Heselmans

Niet eerder is er onder NGO’s zoveel wantrouwen tegen een ras geweest als tegen de zogeheten Bt-katoen, die van chemieconcern Monsanto een bacteriegen (Bt-gen) heeft gekregen tegen de katoenmot. Door deze nieuwe, duurdere katoenplant, die zijn eigen pesticide maakt, zouden arme boeren diep in de schulden geraken. En dat zou de verklaring zijn voor de zelfmoorden onder Indiase boeren. Een ‘genocidegewas’ zo noemt de Indiase organisatie Gene Campaign hem. ‘De GM-genocide: duizenden Indiase boeren plegen zelfmoord na het gebruik van genetisch gemodificeerd gewas’, zo kopte de Britse Daily Mail op 8 november boven een reportage over een katoendorp in Andra Pradesh (Zuid-India). Dit nadat de Britse kroonprins Charles een liefdadigheidsorganisatie had opgericht om de getroffen gezinnen te steunen.

Het International Food Policy Research Institute (IFPRI) in Washington constateert nu in een overzichtsstudie dat deze Bt-katoen ‘geen belangrijke rol speelt in de tragische zelfmoorden onder boeren in India’. Er zijn zeker ook misoogsten geweest met Bt-katoen, waardoor boeren in de schulden konden komen, stellen de onderzoekers. Maar gemiddeld genomen zorgt deze katoen juist voor een inkomensstijging en een betere gezondheid van de arme boeren en landarbeiders.

KLEINE BOEREN

De uitkomst is belangrijk voor de al 25 jaar durende controverse of ook arme boeren wat aan genetisch gemanipuleerde gewassen hebben. In India wordt katoen voornamelijk verbouwd door kleine boeren, met een areaal van 1 tot 4 hectare. India liet als een van de eerste ontwikkelingslanden in 2002 een genras toe, namelijk deze Bt-katoen. Die heeft zich vervolgens opvallend snel verspreid; in sommige regio’s, zoals in Andra Pradesh, wordt bijna alleen nog maar Bt-katoen verbouwd. Een aantal andere ontwikkelingslanden, zoals Egypte, Pakistan en Burkina Faso, staan nu op het punt om ook de Bt-katoen formeel toe te laten – illegaal wordt hij al verbouwd.

Het aantal zelfmoorden onder boeren was in de jaren dat de genkatoen zich verspreidde niet hoger dan vóór 2002, zo constateren de IFPRI-onderzoekers op basis van Indiase overheidsstatistieken. In diezelfde tijd blijken de miljoenen Indiase katoenboeren hun productie wel fors te hebben verhoogd: van gemiddeld 300 kilo per hectare in 2001/2002 tot ongeveer 500 kilo in 2007/08 (ter vergelijking: de Australische boeren halen 1655 kilo). De Bt-katoen moet hierin een belangrijke rol hebben gespeeld, aldus de onderzoekers, want tussen 1982 en 1997 had het India vijftien jaar gekost om de productiviteit op te hogen van 200 naar 300 kilo per hectare.

BESPARING

Het IFPRI heeft 21 studies bekeken waarin het inkomen, de opbrengst en het pesticidengebruik van in totaal 14.000 Bt-boeren is vergeleken met die van andere katoenboeren. De meeste studies komen tot de conclusie dat de (legale) genzaden weliswaar duurder zijn (aanvankelijk drie tot vijf keer zo duur, nu zijn ze goedkoper), maar dat de besparing op pesticiden en de verminderde overleving van de katoenmot dit ruimschoots compenseren.

Een van de studies komt van de Georg August Universiteit in Göttingen. “Wij volgen met Indiase onderzoekers al een paar jaar vierhonderd katoenboeren in Zuid- en Midden-India”, vertelt landbouweconoom Matin Qaim aan de telefoon. “En we zien dat de gezinnen met Bt-katoen in jaren met genoeg regen gemiddeld ruim 100 euro per hectare meer verdienen. Voor een gezin dat maar 1 euro per dag verdient, is dat heel wat. De Bt-katoen is echt heel populair onder boeren, ook omdat de dorpelingen minder in het gif hoeven te werken.”

Natuurlijk zijn er teleurstellende oogsten geweest, constateert het IFPRI ook. In afgelegen gebieden zijn gezinnen nog vaak verstoken van enige landbouwvoorlichting en geheel afhankelijk van één leverancier die én de pesticiden én de zaden verkoopt. Die wilde dan de Bt-katoen nog weleens als ‘wonderkatoen’ verkopen, zonder te vertellen dat deze niet per se meer opbrengt, maar minder pesticiden vraagt.

Omdat de Indiase overheid aanvankelijk maar drie variëteiten toeliet, gingen veel dorpelingen Bt-katoen verbouwen die minder geschikt was voor hun bodem en klimaat, wat ook tot teleurstellingen kon leiden. En in het begin overtrof de vraag vaak het aanbod, wat mede heeft geleid tot het illegaal vermeerderen en kruisen met eigen variëteiten. Veel boeren, zoals in Gujarat, krijgen nu via die ondoorzichtige schaduwindustrie goedkoper Bt-zaad in handen. Maar daar kunnen ook ‘valse’ zaadpartijen tussen zitten die het Bt-gen niet bevatten, met misoogsten als gevolg. Intussen zijn er in India nu ongeveer 150 legale Bt-katoenvariëteiten van een paar verschillende bedrijven.

ADVIEZEN

In 2004 mislukten in Warangal nogal wat katoenoogsten (Bt en gewone) wegens de droogte. Volgens Qaim zullen er dus altijd gedupeerde Bt-katoenboeren zijn te vinden. “Maar die zijn niet representatief voor het totaalplaatje”, zegt hij. De Duitse hoogleraar heeft wel adviezen: overheden moeten van meet af aan voldoende variëteiten toelaten. En ze moeten zorgen voor educatie en landbouwvoorlichting. “Er komt een moment dat de katoenmot zich aan de Bt-katoen heeft aangepast, of dat andere plagen belangrijker gaan worden. Goed management kan dat voorkomen.”

Het rapport ‘Bt-Cotton and Farmer Suïcides in India: Reviewing the Evidence’ staat op www.ifpri.org