Een dagelijkse vernedering

Arnon Grunberg gaat terug naar de Groene Zone en wordt tot op zijn onderbroek gefouilleerd. Deel acht van een serie.

De avond loopt ten einde ten huize van Dr. Mujid en zijn vrouw Maysan. Ik moet terug naar de Groene Zone. Om een uur of negen sluiten de poorten die de Zone met de rest van de stad verbinden. Hoe dan ook gaan de meeste Irakezen na negen uur niet meer de straat op. Het is te gevaarlijk. In theorie bestaat er geen avondklok in Bagdad, in praktijk, zes jaar na het begin van de oorlog, nog altijd wel.

Voor ik wegga vraag ik: „Moeten de Amerikanen blijven?”

Maysan zegt: „Ik vind dat, nu ze het gebroken hebben, ze het ook maar moeten maken.”

En Dr. Mujid zegt: „Er worden vier gigantische basissen gebouwd. Ze gaan nooit meer weg. Ze zitten toch ook nog steeds in Duitsland?”

Ik maak een praatje met het nichtje, Huda. „Heb je een vriendje?” vraag ik.

Ze schudt haar hoofd.

„Kun je daarover praten?”

„Alleen in het geheim”, zegt ze.

Maysan onderbreekt me. „Ik heb niets tegen vriendjes”, zegt ze, „maar het moet serieus zijn. Zomaar vriendjes voor de lol, dat past niet in deze cultuur”.

Ik informeer nog naar het zogenaamde ‘plezierhuwelijk’ dat de sjiieten kennen – de soennieten schijnen iets soortgelijks te kennen – een huwelijk voor bepaalde tijd, in praktijk een manier om seks te hebben zonder te zondigen tegen de geboden van God.

Op het plezierhuwelijk wordt met hoon gereageerd. Het is iets voor mannen.

Met drie auto’s rijden we terug naar de Groene Zone.

De achterste auto heeft sirenes aan.

„Ik schaam me voor zo voor die sirenes”, zegt Maysan die met me meerijdt.

Verkeer wordt tegengehouden door een geweer uit het raam te steken.

„Jij werkt toch in de Groene Zone?” vraag ik.

Maysan fluistert: „Dat weet niemand, zelfs onze beveiligers weten dat niet”.

Ook in dat opzicht is er niets veranderd ten opzichte van mijn vorige verblijf. De Irakees die werkt voor westerse instellingen dient dat zorgvuldig geheim te houden, zelfs voor degenen die zijn ingehuurd om hem te beveiligen.

Bij de poort van de Groene Zone nemen we afscheid. Normaal ga ik door de poort met eigen beveiliging en rijden we door.

Nu ga ik te voet en word ik behandeld als een Irakees.

Mijn batterij moet uit mijn telefoon.

Vier keer worden mijn papieren gecontroleerd en word ik tot op mijn onderbroek gefouilleerd.

De prijs van de veiligheid is dagelijkse vernedering.