Een dagboek, een film en de onbekende waarheid

‘Daarna trek je het mantelpak aan dat je al weken eerder hebt gekocht als bordeskledij, mocht het zover komen. Ik neem een foto op de slaapkamer. Lippen stiften, ogen opmaken en daar ga je, op weg naar het constituerend beraad van het nieuwe kabinet en, later naar het staatshoofd.”

Dit is een passage uit het boek Twintig maanden knettergek. Dagboek van een ministerschap. Het is geschreven door de partner van mevrouw Vogelaar. ‘Je’ staat voor oud-minister Ella Vogelaar die in gesprek is met haar man. Uit het boek komt dit beeld naar voren: Vogelaar is een lieve prinses die in de watten wordt gelegd door een oudere, nóg lievere hofmeneer. Deze meneer fungeert als zuurstof voor het narcisme en gebrekkig vermogen tot reflectie. Zo komen de ingrediënten bijeen van een Hollandse tragedie die eigenlijk een komedie is.

Maar er schuilt in het dagboek een addertje dat een onderzoek waard zou kunnen zijn. Hierover zo meteen meer.

Uit het dagboek blijkt overduidelijk voor wie Ella minister wilde zijn: de antieke linkse kerk. Daarom lezen ze ook met ongewone belangstelling de teksten van Frits Abrahams en oud-Volksrant columnist Annet Bleich, vaak vertolkers van het PvdA/GroenLinks gedachtengoed, zonder te beseffen dat de teksten van deze schrijvers altijd door de wenselijkheid en zelden door de werkelijkheid worden ingegeven. Daar heb je kortom niks aan, nog afgezien van het feit dat ze geen gezaghebbende personen binnen en buiten de PvdA zijn.

Vogelaar wilde minister zijn van ‘haar eigen allochtonen’ en PvdA-gezinde journalisten. Haar allochtonen zijn de slachtoffers van de eeuwig verrotte kapitalistische blanke wereld. Wie daaraan niet voldeed, was niet haar allochtoon (haar partijgenoot Ehsan Jami is ook zo’n foute allochtoon). Maar wie zo denkt, kan als minister geen brede steun vinden in de samenleving voor haar beleid. Dit was haar probleem. Zij was geen echte politica. Politici kunnen goed functioneren op basis van een onbetwistbaar draagvlak bij de aanhang van hun partij en vooral bij hun kiezers. Dit alles weet Wouter Bos maar al te goed.

Terwijl Wouter Bos zich elke dag verdiepte in de argumentatie van zijn tegenstanders, zochten Onno Bosma en Ella Vogelaar hun toevlucht in de woorden van hun geestverwanten in de media. Zo zagen zij een bevestiging van hun eigen perceptie over de grootheid van de minister in een tekst van Frits Abrahams waarin hij Ella met Hillary vergeleek. Ja, die Hillary, de presidentskandidate, wel te verstaan! Wat had Frits gedronken toen hij zich aan het schrijven van die tekst zette?

Was Ella een eenzame minister? Potverdorie helemaal niet! De meeste columnisten in ons land, zoals in elk westers land, zijn links, en de linksen waren niet echt openlijk kritisch over Vogelaar. In de Tweede Kamer kreeg zij steun van een grote meerderheid. Naast die van de regeringspartijen kreeg ze ook steun van GroenLinks en de SP. Deze bijna alomvattende brede steun doet zich niet vaak voor. Ella was dus geen muurbloempje.

Maar ondertussen broeide het. Wouter Bos moest met lede ogen aanzien hoe het CDA zich buiten de strijdarena plaatste door afstand te houden van de strijd tussen Wilders en Vogelaar. Dat kostte de PvdA elke dag een paar zetels. Wilders begon vervolgens Balkenende uit te dagen. Vogelaar beet van zich af en probeerde overeind te blijven bij Wilders’ superieure verbale oorlogsvoering. Totdat Bos ingreep. Hij weigerde de kruistocht van het CDA tegen de vrijheid van meningsuiting te steunen. Wilders kwam tegenover het CDA te staan en daagde de christen-democraten uit – met zijn film Fitna.

In een brief aan Vogelaar schreef Wouter Bos over Fitna: „Scherp en confronterend in hoe we de vrijheid van meningsuiting verdedigden en hoe ik tot het laatst toe heb moeten vechten om JP van teksten te weerhouden die er eigenlijk toe leiden dat elke vorm van godsdienstkritiek als kwetsend werd neergezet en dus veroordeeld moest worden.” Bos heeft ons dus behoed voor nog meer schade en ellende uit die anti-vrijheidkruistocht van het CDA.

Fitna leidde tot een onbevredigend debat in de Kamer op 1 april 2008. Ik heb hier Balkenende verweten dat hij opzettelijk een crisis wilde veroorzaken. Tijdens het Fitna-debat beweerde Balkenende dat hij, gelet op de beschikbare informatie over verscheuren of verbranden van de Koran, juist heeft gehandeld. Welke informatie? Die informatie was volgens Balkenende afkomstig van Geert Wilders tijdens de eerste gesprekken in oktober 2007. Let nu goed op de data.

Op 2 maart 2008 schreven Vogelaar en haar man in hun dagboek: „De nog altijd onbekende film van Wilders domineert het nieuws. Helemaal onbekend is hij overigens niet meer, het staat wel vast dat hij op aanraden van zijn advocaat niet gaat scheuren en branden.”

Zesentwintig dagen later, op 28 maart, werd Fitna getoond, op 1 april volgde het debat. Wist het kabinet dus al 29 dagen eerder dat er niets aan de hand was met die film? Waarom dan toch die crisissfeer? En dan nog die advocaten? Had Wilders op2 maart advocaten? In de media zijn daarover geen berichten te vinden.

Ik vraag me af: hoe wist Vogelaar op2 maart dat Wilders de Koran niet zou gaan verscheuren of verbranden? Het kabinet hield in het debat vol dat zijn informatie was gebaseerd op gesprekken met Wilders in oktober en november van 2007, waaruit zou blijken dat Wilders het boek zou verbranden of verscheuren. Hoe wist Vogelaar dan op 2 maart van de inhoud van die film? En waarom hebben de ministers de crisissfeer niet willen temperen?

Dit is een essentiële vraag: de enige manier waarop ze dat hadden kunnen weten is door het afluisteren van Kamerlid Wilders. Is dat echt zo? Of is Ella in haar dagboek onzorgvuldig? Dat zal het wel zijn. Want een kabinet dat zijn eigen Kamerleden laat afluisteren – zoiets komt in Nederland niet voor, toch? Zo zie je maar weer. Ella kan niet eens een betrouwbaar dagboekje bijhouden. Of ligt het toch anders?

Wilt u reageren? Dat kan op nrc.nl/ellian